vrijdag 10 februari 2017

In Memoriam Roelof Jan Veltkamp ( †30 jan. 2017)

Vrijeschool leerkracht en redacteur overleden.
Roelof Jan Veltkamp
 
Onverwachts kwam het nieuws dat de Haagse vrijeschool leerkracht, decaan en dichter Roelof Jan Veltkamp op 61-jarige leeftijd in zijn slaap is overleden op 30 januari jongstleden. De Haagse vrijeschool was de eerste en dus de oudste in Nederland en dateert al van de jaren twintig van de vorige eeuw. Deze school heeft een voortrekkersfunctie gehad voor de vrijeschool beweging.
Daarmee verliest de vrije schoolbeweging een markante en gedreven persoonlijkheid die een groot deel van zijn leven in dienst heeft gesteld van de idealen van de vrijeschool en de antroposofie, door het vastleggen en doorgeven van kennis uit het vrijeschool onderwijs.
 
Alhoewel ik hem nooit persoonlijk heb ontmoet, voel ik me niet alleen verwant als leeftijdsgenoot maar vooral ook als geestverwant.  We hebben meerdere keren contact gehad over verschillende publicaties.
Als hoofdredacteur van de Lerarenbrieven en later oprichter van het digitale platform vrijeschoolbeweging bood hij mij als betrokken initiatiefnemer, bestuurder en vrijeschool-ouder volop gelegenheid  om door middel van ingezonden artikelen vooral over de sociale of maatschappelijke driegeleding te schrijven en dat binnen vrije scholen aan de orde te stellen.
De Lerarenbrieven bevat voornamelijk artikelen van leerkrachten over leerstof, vakinhoud, jaarfeesten, ontwikkelingsstof, boekbesprekingen en natuurlijk de pedagogische en didactische visie met betrekking tot het vrijeschool onderwijs. Dat Veltkamp juist ook ruimte bood aan een onderwerp als sociale of maatschappelijke driegeleding was heel uitzonderlijk.
   
Na een drietal artikelen van Annemarie Sijens, bestuurder en organisatieadviseur van vrijescholen, in de Lerarenbrieven van 2012 (no 2,3 en 4), stuurde ik een ingezonden artikel getiteld: "Reactie op scheppen vanuit waarden" (23-4) met ook in datzelfde nummer nog een reactie van Mevrouw Sijens. Het uitgebreide betoog van Annemarie was een wollig verhaal met mooie vage begrippen die volgens mij ver afstonden van de idealen en praktijk van de sociale of maatschappelijke driegeleding. Roelof Jan Veltkamp was een uitgesproken voorstander van deze inhoudelijke dialoog met hoor en wederhoor.  Toch was het voor een kwartaalblad als de Lerarenbrieven heel ongebruikelijk dat er een pennenstrijd ontstond.   
Als mede-initiatiefnemer van de vrijeschool de Regenboog in Eindhoven heb ik deze school gedurende 25 jaar gevolgd , mede ook omdat mijn kinderen daar naar de basisschool gingen.
Een ander voorbeeld is een artikel dat ik schreef over de Utrechtse vrije basisschool waar de medewerkers gekozen hebben voor een lerarencoöperatie als bestuursvorm. Dat is uitzonderlijk binnen vrije scholen, die veelal als Stichting met een  apart vrijwilligersbestuur opereren, waarin geen leraren zitten. Een uitgebreid gesprek met een van de medewerkers leverde onderstaand verhaal op. Dat artikel is eerst geplaatst in het Paasnummer van Lerarenbrieven 2014 (Jaargang 25-2) zie onderstaande voorblad en later als digitaal artikel.
 
 
 
In het paasnummer van 2013 stond een door mij geschreven boekbespreking: "Onderwijs en de kunst van het lesgeven" door Jan Klaasen, geschiedenisleerkracht Vrijeschool Brabant (later Novaliscollege).  
Natuurlijk was hij als vrijeschoolleerkracht ook trots toen het onderwijsonderzoek van prof. Dr. Jaap Dronkers uit Maastricht aangetoond had in een landelijk onderzoek dat vrije scholen het bovengemiddeld goed doen en nam mijn artikel daarover meteen over. Een van die uitzonderlijk goed presterende  vrije middelbare scholen was het Novaliscollege in Eindhoven met een VMBO, HAVO en VWO-stroom.
 
 
Ook de antroposofische visie op de economie had zijn grote belangstelling, ondanks dat hij een talendocent was. Bij het opnieuw verschijnen van het Steinerboek over de economie gaf uitgever John Hogervorst  in het Novaliscollege te Eindhoven daarover een lezing. Dat is integraal overgenomen. https://www.vrijeschoolbeweging.nl/achtergrond/economie-is-mogelijk/
 
Opvallend was het zeker ook dat Roelof Jan mijn artikel over de voordelen van een basisinkomen heeft overgenomen in de Lerarenbrieven (Michaëlnummer 2014). Onder de titel "Gratis geld effectief tegen armoede " beschrijf ik een aantal succesvolle experimenten met een basisinkomen. Dat is uiteraard geen vast onderwerp binnen vrije scholen, maar kennelijk raakte het Roelof Jan. Dat artikel was ook gepubliceerd als opiniestuk in het Eindhovens Dagblad.
http://driegeleding.blogspot.nl/2013/10/de-voordelen-van-een-basisinkomen.html
 
Zelfs een verhaal over de Biologische Dynamisch landbouwmethode en het Sekem initiatief in de woestijn in Egypte hadden de belangstelling van Veltkamp.
 
Het zal een moeilijke zoektocht worden om een vervanger voor iemand als Roelof Jan Veltkamp te vinden die met zoveel inzet en betrokkenheid deze vrijeschoolwebsite en het kwartaalblad de Lerarenbrieven zal beheren en overnemen.   
Graag wil ik de familie veel sterkte wensen bij het verwerken van zijn onverwachte verlies.

maandag 7 november 2016

Solidaire Economie

Onderstaande tekst is gepubliceerd op de website vrijeschoolbeweging.nl en ook in het blad Vrije Opvoedkunst.
Vrije middelbare school Novalis te Eindhoven
Een andere economie is mogelijk! als we streven naar verdere efficiency (minimale verspilling) en effectiviteit (juiste doelgroep,  juiste plaats en juiste kwaliteit) zonder afbreuk te doen aan mens en natuur.
      
Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie 
                                                                                                                            
Ter gelegenheid van de nieuwe uitgave van de ‘Ökonomischer Kurs’ van Rudolf Steiner, die nu verschenen is onder de titel ‘Economie – de wereld als één economie’, heeft uitgever en publicist John Hogervorst dit voorjaar een twintigtal bijeenkomsten georganiseerd door heel Nederland. Zo ook in Eindhoven, waarvan hier een uitgebreid verslag.
Op 19 april jl. verzorgde John Hogervorst een lezing op het Novalis College in Eindhoven. In aanwezigheid van zo’n 40 belangstellenden heeft hij een uiteenzetting gegeven van de visie van Rudolf Steiner op de economie, zoals die ook in de voordrachten en vragenbeantwoording in het boek naar voren komt. Steiner kiest voor een fenomenologische aanpak van economische verschijnselen, omdat de economie volledig het resultaat is van menselijk handelen. In de economie gaat het om de productie en verspreiding van goederen en diensten voor de hele mensheid. Hoe we dat doen en met welke grondstoffen en hulpmiddelen is ook mensenwerk.
 

Er wordt een terugblik geschetst, om op een concrete en objectieve manier een product zoals bijvoorbeeld een pot pindakaas te vervolgen vanaf je bord tijdens het ontbijt tot en met de winning van grondstoffen (noten) in de natuur, door boeren ergens ver weg op aarde. Alles overziende, realiseer je je dan pas hoeveel mensen en middelen er wereldwijd bij betrokken zijn, om ervoor te zorgen dat dagelijks in onze behoeften wordt voorzien. Het is daadwerkelijk een wereldomvattend proces en we kunnen in onze tijd daarom ook terecht spreken van een ‘wereldeconomie’.
Sociaal en solidair
Op een andere manier zou je kunnen zeggen dat je tegenwoordig in de economie altijd voor een ander werkt. Dat schept verbindingen en is dus een sociale bezigheid. We zijn daarin ook solidair met elkaar. Dat moet dus ook het uitgangspunt zijn in de economie. Hoe organiseren we het economische proces, zodat we niemand op aarde tekort doen én zonder de natuur en de aarde te schaden? Het doel is dus een duurzame en solidaire economie te realiseren, voor de mensen nu én toekomstige generaties. De moderne visies zoals een circulaire economie of Cradle tot Cradle-benadering streven hetzelfde na.
Geen collectief bezit van bijvoorbeeld landbouwgrond
Rudolf Steiner constateerde al in zijn tijd (rond 1920), dat het kapitalistische systeem grote nadelen had. Hij zag hoe in de natuur roofbouw gepleegd werd op landbouwgrond, bossen en mijnen ter verkrijging van grondstoffen en hoe mensen onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden ingezet werden in fabrieken en bedrijven. In de geest van zijn tijd pleitte hij ook voor een soort socialistische benadering van de economie, waarbij de grond en kapitaalgoederen niet in privébezit mochten zijn maar geneutraliseerd en in handen van de gemeenschap of samenleving zouden moeten komen. Hij was geen voorstander van staatseigendom zoals de marxisten en communisten. Het huidige eigendomsrecht is eigenlijk een heel oud (en achterhaald?) principe, dat we te danken hebben aan de Romeinse tijd, zo’n tweeduizend jaar geleden. Daar ontstond in het recht het eigenbelang en particulier eigendom. Dit rechtsprincipe is aan vernieuwing onderhevig en moet aangepast worden aan de huidige nieuwe tijd. Wel particulier bezit van privé-spullen, maar niet meer van collectieve goederen zoals landbouwgrond, bossen, weiden en kapitaalgoederen.
Samenwerking en overleg
Zo kenden we in Europa lange tijd de Commons als gemeenschappelijke weidegronden, waar de gemeenschap zorgde voor beheer en onderhoud. Wetenschapper Elinor Ostrom kreeg in 2009 als eerste vrouw de Nobelprijs voor de economie voor haar grondige studie van het beheer van deze Commons.
Anders dan in de huidige economie waar het uitgangspunt de concurrentie is, pleitte Steiner juist voor samenwerking en overleg tussen alle economische partijen. Concurrentie kan ertoe leiden, dat het recht van de grootste en sterkste gaat overheersen. Je kunt minder draagkrachtige bedrijven het faillissement in duwen of door de mogelijkheid van een financiële overname kun je je opponenten overnemen en zo onschadelijk maken. Uiteindelijk zien we in veel branches en sectoren een beperkt aantal ondernemingen, die door hun omvang en macht de markten (consumenten) domineren.
In wat Steiner een associatieve economie noemde, moet er gelegenheid zijn om in verschillende overlegorganen de belangen en kennis van producenten, handelaren en consumenten samen te brengen, af te wegen en besluiten te nemen over kwaliteit , hoeveelheden en prijzen van producten. Een voorbeeld is het huidige Japan, waar al zo’n 25 procent van de producten gemaakt wordt in opdracht van consumentenkringen. Dat is dus vraag- en juist niet aanbod-gestuurd. Onze westerse economie is sterk aanbod-gestuurd. Er wordt door middel van enorme reclame- en marketinginspanningen geprobeerd consumenten te verleiden deze producten aan te schaffen. Bij een mismatch tussen vraag en aanbod leidt dat echter tot grote verspillingen. In de economie gaat het om schaarse goederen en dus is zorgvuldigheid (lees efficiency en effectiviteit) noodzakelijk. Bij vraag-gestuurde productie is dat veel vanzelfsprekender.
Overleg en uitwisseling in grote diverse groepen mensen blijkt wel degelijk interessante resultaten op te leveren. In het boek ‘The Wisdom of Crowds’ wordt aangetoond, dat een heterogene groep tot betere oordelen en schattingen komt dan een homogene groep deskundigen. De Amerikaanse economisch journalist en onderzoeker James Surowiecki heeft daar vele voorbeelden van beschreven.
Overlegeconomie ouderwets?
Voor wie zou kunnen denken dat een overlegeconomie ouderwets en achterhaald is, gezien het falen van alle historische communistische voorbeelden, kan verwezen worden naar twee moderne wetenschappers, Michael Albert en Robin Hahnel, die in hun theorie van
Parecon (samentrekking van participatieve economie) ook uitgaan van economische overlegkringen. Zie ook http://solidaire-economie.blogspot.nl/2015/05/parecon-is-het-alternatief-voor.html
In de Nederlandse biologische-dynamische landbouw en dankzij de inspanningen van o.a. Odin/Estafette, worden ook voedingsmiddelen geleverd via zogenaamde groente-abonnementen. Daarbij kunnen consumenten vooraf aangeven wat hun behoefte aan etenswaar zal zijn. Een toezegging vooraf om bepaalde producten in de nabije toekomst af te gaan nemen.
Een ander belangrijk punt is de totstandkoming van prijzen en de zoektocht naar de juiste en transparante prijs. De definitie van Rudolf Steiner (29 juli 1922) is:
“Een prijs is de juiste prijs wanneer iemand voor een product dat hij vervaardigd heeft, zó veel als tegenwaarde ontvangt dat hij al zijn behoeften (en die van zijn naasten) kan bevredigen totdat hij opnieuw een product zal hebben vervaardigd.”
Dus niet terugkijkend hoelang het heeft geduurd en kijkend naar alle productiekosten, maar juist vooruit kijkend naar alle behoeften van iemand en zijn familie gedurende een bepaalde tijd.
Deze definitie is echter niet erg praktisch als we bedenken hoeveel mensen en middelen bij ieder product betrokken zijn. Je kunt echter geen scherpe grenzen trekken en dus worden het oneindige rekensommetjes. De juiste prijs is daarmee feitelijk een onmogelijke opgave. Openheid en transparantie met betrekking tot prijzen is echter wel haalbaar en wenselijk. Daar moeten en kunnen we mee beginnen zodat alle economische partijen voortdurend streven naar verdere efficiency (minimale verspilling) en effectiviteit (juiste doelgroep, juiste plaats en juiste kwaliteit)  zonder afbreuk te doen aan mens en natuur.
Midden: uitgever en inleider John Hogervorst en rechts Henk Verboom 
Na een korte koffiepauze was er gelegenheid om vragen te stellen. Het aanwezige publiek maakte daar dankbaar gebruik van met vragen als:
“Is de mensheid als het gaat om bewustzijnsontwikkeling al toe aan een associatieve economie?”
“Hoe berekent John als uitgever (Nearchus) zelf de juiste prijs van een nieuw uitgegeven boek?”
“Wat vind je van het nieuwe boek van Joris Luyendijk en het boek ‘Kapitaal in de 21e eeuw’ van Thomas Piketty?”
“Is er in de visie van Rudolf Steiner ook een belangrijke plaats voor regionale en lokale producten?”
Mede door deze vragen en door John gegeven antwoorden werd het een boeiende avond, die de mensen hopelijk weer wat houvast heeft gegeven.
***
Zijgevel Novaliscollege
 

zondag 31 mei 2015

Vrije basisschool De Regenboog barst uit de voegen.

Onderstaand artikel is ook gepubliceerd op de website vrijeschoolbeweging
http://www.vrijeschoolbeweging.nl/nieuw-gebouw-voor-de-regenboog/

Receptie Regenboog ter ere van nieuwe uitbouw.
Als mede-initiatiefnemer van een groepje ouders werden we donderdag 28 mei uitgenodigd voor een receptie ter gelegenheid van de opening en ingebruikname van twee nieuwe vleugels van het schoolgebouw. De ouders hebben deze school na een klein jaar van voorbereidingen in 1984 opgericht in Eindhoven-Zuid en ook de eerste ervaren kleuterleerkracht  Greet Crum aangesteld die daarvoor in Engeland had gewerkt. Na enige omzwervingen is de school op het Mimosaplein terechtgekomen in de Kruidenbuurt. Daar heeft de school zich sterk kunnen ontwikkelen en is inmiddels uitgegroeid tot 467 leerlingen, die begeleid worden door zo’n 30 leerkrachten. De leer- krachten overwegen zelfs de start van een 8e  kleutergroep. De basisschool is verder dubbelstromig vanaf groep 3.

Deel van de nieuwe uitbouw/gang
Door de sterke groei, de afgelopen dertig jaar, is de school een aantal keren grondig verbouwd en steeds weer door een architect,  die ook oud-ouder is van de school. Het resultaat is indrukwekkend en behalve functioneel ook in kunstzinnig opzicht heel mooi, mede door gebruik van veel hout en glas. In de klassen zien we ook voornamelijk zachte pastelkleuren en gesluierde muren. Het resultaat geeft niet alleen een warme, gezellige indruk, maar ook een gevoel van geborgenheid en veiligheid.


Kleuterklas
Behalve een vrije basisschool biedt het gebouw ook ruimte aan peutergroepen, jeugdgezondheidszorg,  kinderdagopvang en naschoolse opvang. Tezamen ondergebracht in de samenwerkingsvorm SPILcentrum Mimosaplein. Al deze activiteiten zijn doortrokken van dezelfde pedagogische, antroposofische visie.  Vanuit deze visie wil de school kinderen helpen zich in de volle breedte te ontwikkelen tot verantwoordelijke mensen. Naast cognitieve zijn sociale, kunstzinnige en praktische vaardigheden net zo belangrijk om volwaardige,  breed ontwikkelde jonge mensen af te leveren. In het lesprogramma is dan ook ruimte voor muzikale vorming, creatieve vakken zoals houtbewerken, tekenen en schilderen. Voor de sociale ontwikkeling zijn toneelstukken en werkweken belangrijk. Bijzonder aan de school is ook de inrichting van het schoolplein en omliggende groenstroken. Hier hebben tuinarchitecten prachtige houten staketsels neergezet die de kinderen in een avontuurlijke en sprookjesachtige  sfeer brengen, maar tegelijkertijd heel degelijk zijn. Tot voor kort was er ook een vijvergedeelte met een aantal flowforms gemaakt door Ernst Cats (ook een van de oud- initiatiefnemers).  

Een andere kleuterklas
De explosieve groei is mede te danken aan de goede resultaten van de school. In de schoolgids van de school die ook op hun website te vinden is, kunnen we lezen dat de behaalde scores door groep 8 kinderen (schooljaar 2013-2014) op de toetsen uit het Cito-leerlingvolgsysteem  bovengemiddeld goed zijn. De onderdelen technisch lezen, begrijpend lezen, werkwoordspelling, woordenschat en rekenen-wiskunde, zijn gemiddeld allemaal A (= hoogste) niveau. Alleen Spelling scoorde gemiddeld op B-niveau.  
Daarnaast hanteert de school ook nog de NIO- toets. Dit Nederlands Intelligentie Onderzoek  meet zoals het woord al zegt de intellectuele capaciteiten van een kind en dus niet zoals bij de CITO-toets de taal- of rekenvaardigheden. Dit schooljaar is er in april wel de verplichte wettelijke  eindtoets afgenomen.  Van belang is echter wel het instapniveau van kinderen, die mede voor een groot deel afhankelijk is van het sociale milieu en het opleidingsniveau van de ouders. De Regenboog is nog steeds overwegend "wit" en heeft vrijwel alleen autochtone leerlingen. Dat is zeker van invloed op de scores.
De Regenboog basisschool heeft ook van de onderwijsinspectie een voldoende gekregen. De kwaliteit is op de gemeten aspecten voldoende. Enige aandachtspunt was het ontbreken van een adres voor de externe klachtencommissie. Ouders moeten een klacht kunnen indienen buiten de directie om, zo luiden de wettelijke voorschriften.

directeur Emiel Link
De school wordt geleid door directeur Emiel Link en wordt daarin bijgestaan door adjunct-directeur Gerard Kuijpers en toegevoegd directielid Cordula Knupfer. Emiel is al zeker twee decennia aan de school verbonden. Het personeelslid dat het langste op deze school werkt is kleuterleerkracht Bas van Rooij. Hij werkt er nu al bijna 30 jaar.
Vrije basisschool De Regenboog is formeel ondergebracht in Stichting de Vrije School Eindhoven-Zuid, die weer onderdeel is van Vrije Scholengemeenschap Pallas en ook aangesloten is bij Vereniging van Bijzondere Scholen (VBS). Het huidige bestuur bestaat uit ouders, die toezicht houden op het beleid van de school. Momenteel bestaat het bestuur uit vier personen en zijn er twee vacatures. Er is een managementstatuut dat de relatie tussen bestuur en directie vastlegt. Daarnaast is er een Medezeggenschapsraad met 3 ouders en 3 leerkrachten.  
Meester en dirigent Chris Peels leidt koor van leerkrachten
Tijdens de receptie waar een hapje en drankje klaar stonden voor de genodigden was er gelegenheid de net opgeleverde aanbouw te bezichtigen. Daarna was er ook een muzikale opmaat met een aantal meerstemmige liederen, ten gehore gebracht door de gezamenlijke leerkrachten onder leiding van Chris Peels. Verder ook een aantal prachtige muziekstukken uitgevoerd door een echtpaar met dochter uit België op harp en fagot.
Als afronding mocht ook oud- intitiefnemer Martien Vissers, die momenteel ook nog een tweelingdochter op de school heeft, zijn “Rudolf Steiner”- lied zingen, dat hij speciaal voor   de school gemaakt heeft.  De school is een oase van rust voor de kinderen, te midden van het tumultueuze stadsleven.     
Muurschildering in centrale hal
  
Naschoolse kinderdagopvang
Uit volle borst wordt er gezonden
voormalig remedial teacher in kleuterklas


               
Nieuwe extra keuken op begane grond



 Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Vrije School Onderwijs in 2019 drie korte documentaires gemaakt die heel indrukwekkend een beeld geven van de diversiteit van scholen over de wereld maar tegelijkertijd toch dezelfde uitgangspunten hebben.

Deel 1. (Nederlands ondertiteld)  https://youtu.be/rdObwR2Jrq8

                            Deel 2  (alleen Engels)  https://youtu.be/vDFmUwA3_jE

                                   Deel 3. (alleen Engels) https://youtu.be/2-mVPUzgWPY


 Op 19 april 2019 overleed Martien Vissers op de leeftijd van 81 jaar. Hij was samen met zijn toenmalige eerste vrouw Hermine de drijvende kracht in de initiatiefgroep die met succes geijverd heeft voor een vrije basisschool in Eindhoven-Zuid, die uiteindelijk terecht is gekomen op het Mimosaplein. Een klein groepje ouders zoals Martien & Hermine, maar ook Ernst Cats, Herman van der Kuit en Willem van Veen  brachten in 1983 hun kinderen naar het vrije-peuterklasje dat op het Gerardusplein in Eindhoven-Zuid gehuisvest was. Zij wil een vervolg daarop dichtbij.
De initiatiefgroep heeft met de gemeente onderhandeld en uiteindelijk voldoende handtekeningen kunnen overdragen van ouders die aangaven hun kind op deze school te willen plaatsen. Verder heeft de initiatiefgroep ook de "vrijeschool"goedkeuring gekregen nadat duidelijk was dat de eerste kleuterleerkracht die werd aangenomen de zeer ervaren Greet Crum was.
De initiatiefgroep heeft later ook voor de inrichting van het lokaal gezorgd en de leerkracht voorzien van spullen en eten omdat het eerste jaar nog zonder subsidie gedraaid moest worden. Als mede- initiatiefnemer heb ik later ook in het eerste bestuur gezeten en ben ik penningmeester geweest.   

Martien Vissers voor zijn huis in de Leeuwenstraat in Eindhoven 









woensdag 20 augustus 2014

Vrije School Leerkracht Wim Maas overleden.





Op 14 augustus 2014 is voormalig vrijeschool leraar Wim Maas op 65-jarige leeftijd overleden.

Hij was tot aan zijn pensioen (op 62,5 jarige leeftijd) Middenbouwleraar en leraar Duits aan het Novaliscollege te Eindhoven. Daarvoor heeft hij gewerkt aan de vrijescholen in Nijmegen, Maastricht en ook Venlo.

Hij heeft zich intens met de antroposofische pedagogie verbonden en was consciëntieus en aimabel.

Helaas heeft hij maar relatief kort van zijn pensioen kunnen genieten totdat een zware ziekte hem heeft geveld. 

zondag 19 januari 2014

Democratisch Onderwijs

Onderstaand artikel is begin april 2014 ook verschenen in de Lerarenbrieven, een nieuwsblad voor vrije scholen. Verder is het terug te vinden op de website vrijeschoolbeweging.

Lerarencoöperatie als organisatievorm.





























Foto: Speelkwartier op het schoolplein aan het Hiëronymusplantsoen

Al enige tijd, mede door het uitroepen van het speciale VN-jaar in 2012 , ben ik geïnteresseerd in het verschijnsel coöperatie. Door deze extra aandacht is er ook bekend geworden dat wereldwijd meer mensen werken bij coöperaties dan voor multinationals.






De meeste coöperaties treffen we natuurlijk aan in de land- en tuinbouwsector maar ook in de voedselproductie zoals Campina, Friesland Foods, AVEBE etc. In de industrie zijn er ook een aantal zoals de Baskische werknemerscoöperatie Mondragon bewijst met maar liefst 83.000 werknemers die zich ook ondernemer voelen. Daarnaast zijn er ook coöperaties in de financiële sector zoals de Rabobank, maar ook verzekeringsmaatschappijen zoals VGZ. Los daarvan ontstaan er de afgelopen jaren ook opvallend veel nieuwe coöperaties zoals energie-coöperaties die samen zonne- of windenergie opwekken. Op andere plaatsen waar lokale winkels dreigen te verdwijnen worden buurt(coöperatie-)winkels opgezet. Ook in de thuiszorg is met de opkomst van de nieuwe lokale buurtzorgcoöperaties voorzien in een grote behoefte. Tot mijn grote verbazing echter ontdekte ik ook het bestaan van coöperaties in het onderwijs. De koepel- organisatie Verenigde Bijzondere scholen (VBS) heeft enige jaren geleden het concept van lerarencoöperatie onder de aandacht gebracht .

Foto: Hoofdingang Vrije School Utrecht



























De VBS verenigt bijzondere scholen die vanuit een zelfgekozen levensbeschouwelijke of pedagogische waardeoriëntatie inhoud geven aan het onderwijs. Vrije Scholen, Freinet- , Dalton- Jenaplan- en Montessorischolen vallen hieronder.
De VBS gelooft in de kracht van pedagogisch ondernemerschap, wat het best tot zijn recht komt door samenwerkingsvormen waarin ruimte is voor zelfbestuur en zelforganisatie zoals een (leraren-)coöperatie.

Vrijescholen bestaan al zo’n 90 jaar in Nederland en gaan uit van een pedagogiek afgestemd op de mens- en maatschappijvisie van de antroposofie, een geesteswetenschap ontwikkeld door Rudolf Steiner. Vanaf het allereerste begin is daarbij gewezen op het belang van een vorm van lerarenzelfbestuur en autonomie voor leerkrachten. Samen zouden zij existentieel met de school verbonden moeten zijn en ook gezamenlijk de verantwoording dragen over alle bestuurlijke, financiële en schoolbeleidstaken. In het maatschappij-ideaal van Rudolf Steiner, dat ook wel sociale driegeleding wordt genoemd zouden organisaties in het geestesleven, waar het onderwijs toe behoort, bestuurd moeten worden door de uitvoerende professionals. Het primaire proces van het onderwijs moet leidend zijn in alle besluiten. In reguliere scholen en schoolstichtingen kan het zijn dat juridische, organisatorische of financiële doelstellingen leidend zijn en dus het onderwijs ondergeschikt wordt.
Naar nu blijkt is er één vrije school die gekozen heeft voor de vorm van een lerarencoöperatie en dat is de Vrije School Utrecht. Vandaar dat ik geïnteresseerd raakte en de school opzocht. In het oude centrum van Utrecht achter de Domtoren ligt aan een rustig plantsoen de basisschool. De school is vrij onopvallend gehuisvest in een oud rijzig gebouw. Pas als je voor de ingang staat zie je een klein bordje met de naamsaanduiding.
In de Utrechtse vrije school voor primair onderwijs zitten zo’n 270 leerlingen, verdeeld over vijf kleuterklassen en zes basisschoolklassen. Binnen de school was er een kleine groep van personeelsleden waaronder bestuurder Harrie Stokkel, die beseften dat een lerarencoöperatie de beste manier was om lerarenzelfbestuur praktisch vorm te geven. Harrie vertelde dat hij al geïnteresseerd was in de sociale driegeleding (de sociale impuls van de antroposofie) sinds hij zo’n jaar of 20 was. Pas later leerde hij de antroposofie kennen. Jaren geleden was er op dezelfde school ook een jaarvergadering gehouden van de werkgemeenschap voor sociale driegeleding, waar wij toevallig beiden ook aanwezig waren.
Utrecht was jaren het centrale verzamelpunt van de studiebijeenkomsten onder leiding van Mouringh Boeke en dat ging meestal over Filosofie der Vrijheid en de Kernpunten van het sociale vraagstuk. Hetzelfde geldt voor bijeenkomsten van de eerste driegeledingsopleiding, die ook in Utrecht plaats vonden. Utrecht zou je daarom een soort epicentrum van de sociale driegeledingsimpuls kunnen noemen. Het is daarom bijzonder dat juist hier gekozen is voor de lerarencoöperatie.


De school heeft de VBS om advies en ondersteuning gevraagd en na een reeks van vergaderingen en voorlichtingen is begin 2006 besloten om de rechtsvorm te wijzigen van een stichting in een coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid (U.A.). De maatschapsvorm die in het verleden in vrije scholen ook heeft bestaan om het pedagogisch ondernemerschap concreet te maken is ook overwogen maar toch afgevallen. De financiële verantwoordelijkheid dragen is (nog?) een stap te ver.

De keuze voor een coöperatie had enige gevolgen voor de organisatie en de besluitvormingsstructuur. De kern en het hoogste besluitvormingsorgaan is de algemene ledenvergadering (ALV) waar alleen personeelsleden met een vaste aanstelling (dienstverband) deel van kunnen uitmaken. Je kunt ook pas een vaste aanstelling krijgen als personeelslid als je schriftelijk akkoord gaat met de doelstelling van de coöperatie. Als je lid wil worden moet je dat kenbaar maken en moet de lerarencoöperatie daarover beslissen met een drie/vierde meerderheid. Zo kunnen zij ook besluiten leden te royeren. Verder hebben zij de bevoegdheid om ook het coöperatiebestuur te kiezen en te benoemen, maar eventueel ook te ontslaan. Het bestuur krijgt daarmee het daadwerkelijke mandaat of vertrouwen van de leerkrachten, maar kan het dus ook verliezen. Je bent dus niet bestuurder voor het leven. Jaarlijks stelt de ALV ook het schoolbeleid en de begroting vast. In vrije scholen met een stichtingsvorm bestaat er ook een beleidsvergadering waarin leerkrachten met een vaste aanstelling zitting hebben die het schoolbeleid bepalen, maar dan moet het bestuur (veelal ouders of voormalige ouders) daar ook mee akkoord gaan. De uiteindelijke bevoegdheid ligt wettelijk gezien echter bij het bestuur.


Wie nu denkt dat dit een onwerkbare situatie oplevert omdat “iedereen over alles beslist”, vergist zich. In de school is een uitgebreide taakverdeling opgesteld waarin duidelijk staat vermeld wie over wat besluit danwel adviseert . Over de hoofdzaken zoals opheffing of fusering van de school, het schoolbeleid, het directiestatuut, de organisatiestructuur, de toezichtsstructuur beslist de ALV. Daarnaast heeft het bestuur van de coöperatie dat ook de dagelijkse leiding heeft nog genoeg schoolzaken waarover zij beslist zoals leerlingenplanning, arbobeleid, schoolvoorzieningen, schoolvakanties, leerlingenreglement etc. Ouders kunnen invloed uitoefenen via de medezeggenschapsraad (MR) met wettelijke advies- en instemmingsbevoegdheden. Anders dan bij reguliere Stichtingsscholen zitten hier geen personeelsleden of leerkrachten in. In een coöperatie heb je met de MR van ouders ook geen aparte Ouderraad meer nodig.
foto: Entreehal met wandschildering
























De Raad van Toezicht heeft volgens de statuten in deze coöperatievorm alleen een ondersteunings- of adviesfunctie. Zij hebben hier niet de bevoegdheid om in te grijpen in het bestuur of beleid. Hoe zit dat dan met het wettelijke bestuur kun je je dan afvragen. Is er wel een schoolleiding of dagelijks bestuur? In de coöperatie is het bestuur onderdeel van de lerarencoöperatie en dus geen losstaand juridisch orgaan zoals bij Schoolstichtingen wel het geval is en waar ouders of onderwijsdeskundigen zitting in kunnen nemen met wettelijke bevoegdheden. Dit kan op vrije scholen wel eens aanleiding zijn voor conflictsituaties. In de organisatie is er wel een schoolleider als leidinggevende en eindverantwoordelijke. Het dagelijks bestuur van de lerarencoöperatie bestaat momenteel uit een voorzitter die tevens schoolleider is en een secretaris/penningmeester die tevens medewerker beheer, financiën en administratie is. De algemene vergadering zou echter ook een ander of extra personeelslid kunnen benoemen als bestuurder.


Republikeins of democratisch?
In de zeven jaar dat de vrije schoolcoöperatie nu bestaat zijn er geen wijzigingen geweest in de statuten en schijnen dus goed te werken. Wel zijn er in het huishoudelijk reglement aanpassingen geweest zoals een procedure rondom de vervanging van de schoolleiding. Functioneert deze school dan naar volledige tevredenheid? Daarvoor zou je natuurlijk een personeelstevredenheidonderzoek moeten uitvoeren of ouders moeten bevragen. Om een goede indruk te krijgen heb ik een uitvoerig gesprek gevoerd met bestuurder en medewerker beheer Harrie Stokkel. Hij vertelde zijn ervaringen tot dusver. Hij merkte op dat het natuurlijk wel van belang is dat veel leerkrachten ook inzien dat hun taak niet alleen het lesgeven en de zorg voor de klas omvat, maar zich ook verantwoordelijk voelen voor de hele school (-organisatie). Als teveel personeelsleden niet deelnemen aan de ALV dan heeft deze structuur geen bestaansrecht. Daarnaast is het ook van belang dat de meeste personeelsleden ook kennis hebben van financiële en organisatorische zaken en bijgeschoold worden via VBS of Vakbonden. Het bestuur vindt het van belang dat ALV-leden op de hoogte zijn van bestuurlijke ontwikkelingen.


Foto: schoolmateriaal en opbergkastjes in een van de gangen





















Als aan deze randvoorwaarden is voldaan kan de lerarencoöperatie een prima manier zijn om leerkrachten en ondersteunend personeel te binden aan het schoolbelang en het ideaal van vrijheid van onderwijs een concrete vorm te geven. Harrie vertelde ook dat het belang en nut van de ALV inmiddels wel gebleken is. Toen het bestuur met een voorstel kwam voor het invoeren van een nieuw systeem van functiedifferentiatie is dat verworpen. Men was bang voor misplaatste onderlinge concurrentie. Hetzelfde gebeurde toen er een voorstel kwam om een vorm van bonus- en gratificatiebeleid in het voeren, wat als mogelijkheid in de CAO stond. Ook hier heeft de ALV het voorstel weggestemd. De vrijeschool Utrecht is met deze organisatievorm een pioniersschool gebleken.

Nog geen jaar na invoering kwam oud SER-voorzitter Rinnooy Kan als voorzitter van de commissie Leraren in opdracht van minister van Onderwijs Plasterk met een lijvig rapport over de problemen in het onderwijs (september 2007).
In dit rapport LEERKRACHT worden aanbevelingen gedaan om de beloning van leerkrachten te verbeteren, het beroep van leerkracht te versterken en de school verder te professionaliseren.
Opvallend in dit rapport is dat de commissie het beroep van leraar opnieuw versterkt en nieuw elan wil geven door leraren meer inspraak en inbreng te geven bij onderwijsontwikkelingen. De laatste jaren zijn er allerlei signalen geweest dat onderwijsveranderingen veelal top down en op aandringen van overheid of externe adviseurs over de hoofden van het onderwijzend personeel werden ingevoerd . De managers kregen steeds meer invloed ten koste van de onderwijsgevenden.
De commissie Leraren stelt zelfs voor om schoolbesturen een gedragscode voor goed bestuur te laten opstellen waarin het beginsel van zwaarwegende betrokkenheid van leraren wordt opgenomen. Simpel gezegd “geef het onderwijs terug aan de professionals(leerkrachten)”!
Hoe desastreus overheids- en managersinvloed in het onderwijs is geweest, heeft het parlementaire onderzoek van de commissie Dijsselbloem in 2008 aangetoond voor het middelbaar onderwijs.
Sinds de resultaten van deze parlementaire commissie bekend zijn, streeft men ernaar om alleen nog wijzigingen in het onderwijs door te voeren als deze “evidence based” zijn en scholen mogen geen slachtoffer worden van de vernieuwingsdrift van politici.

Uit onvrede hebben een aantal leerkrachten en docenten een aantal jaren geleden zich verenigd in Vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON). Hun kernpunten zijn:
• Geef de docent zijn vak terug.
• Organiseer goed onderwijs door hoogopgeleide docenten.
• Het grootste deel van het onderwijsbudget moet gaan naar het primaire proces.
• Het management moet in dienst staan van het primaire proces.
• Zeggenschap over de inrichting van het onderwijs binnen de instituten moet liggen bij leraren en docenten.

Interessant in dit verband zijn ook de PISA-onderzoeken. Daarbij wordt bij 15-jarige scholieren het kennisniveau gemeten voor leesvaardigheid en de vakken wiskunde en natuurwetenschappen. Het is een zeer grootschalig onderwijsonderzoek dat in 65 landen wordt afgenomen. Daaruit blijkt al jaren dat Finland er in positieve zin steeds uitspringt. Waar ligt dat aan? Vergeleken met Nederland hebben Finse leerlingen minder lessen en zijn de klassen kleiner. Nog belangrijker is de hogere opleidingsgraad en status van leraren in Finland. Het belangrijkste echter is het feit dat de Finse regering ooit de moed heeft gehad om centrale verplichte examens helemaal af te schaffen! Scholen hebben daarmee de volledige vrijheid terug gekregen. De overheid stelt alleen minimumeisen aan de hoeveelheid lesuren per leeftijdsgroep en het opleidingsniveau van de leerkracht. Deze moeten een universitaire opleiding hebben alvorens voor de klas te mogen staan. De Finse overheid heeft verder geen inhoudelijke bemoeienis hebben met het onderwijs, dus geen inspectie, geen kerndoelen en geen eindtermen of toetsen !

Het onderwijs wordt dan weer teruggegeven aan competente leraren die het beste weten hoe en welke de stof ze moeten overdragen. Het vertrouwen over de kwaliteit is terug waar het hoort, namelijk in de relatie tussen leerkracht, ouder en leerling. Bijkomend voordeel is dat we het hele ministerie van Onderwijs kunnen opheffen en dat scholen gevrijwaard zijn van veel bureaucratische rompslomp. Met dat vrijgekomen geld kunnen we dan ook leerkrachten beter belonen, waardoor het aanzien van het beroep verbetert.

Vrijheid van onderwijs is een ideaal dat in artikel 23 van de grondwet is vastgelegd. Op basis hiervan kunnen ouders, als hun aantal groot genoeg is, een nieuwe school oprichten en moet de overheid daarvoor de middelen beschikbaar stellen. Dit artikel impliceert ook dat schoolorganisaties vrij moeten zijn om leerkrachten de mogelijkheid te geven het onderwijs te geven zonder overheidssturing en controle. In Nederland kan dat alleen als je ook afziet van bekostiging zoals de kleine autonome staatsvrije school Anfortas in Breda dat heeft gedaan.

Concluderend kun je vaststellen dat een lerarencoöperatie de beste voorwaarden creëert voor lerarenzelfbestuur binnen de wettelijke kaders en bekostigingsvoorwaarden en zeker past bij de tijdgeest. Je zou verwachten de andere (vrije) scholen dit voorbeeld snel zouden volgen, maar helaas is dat niet het geval. De overkoepelende Vereniging van Vrije Scholen heeft er geen bijzondere aandacht aan besteedt. Zij lijken zich meer bezig te houden met schaalvergroting en professionalisering. Reden temeer om er nu wel aandacht aan te besteden, want goed onderwijs is de basis van onze kenniseconomie en wordt gegeven door competente, verantwoordelijke leerkrachten die de belangrijkste beslissingen samen moeten kunnen nemen!

Update:

In 2019 is er een 5 minuten durende film gemaakt waarin de uitgangspunten en werkwijze van deze leraren-coöperatie in Utrecht nog eens wordt uitgelegd. Zie ook:  https://vimeo.com/357335843


.

vrijdag 5 juli 2013

Icoon vrije school overleden


In Memoriam: Els(e) Göttgens (19 mei 1921- 30 juni 2013)


Afgelopen zondag 30 juni 2013 heeft zij de overgang naar de geestelijke wereld gemaakt .
Als oprichter van de Vrije School Brabant in 1972 in Eindhoven heeft zij veel, heel veel, betekent voor de antroposofie en het vrije school onderwijs in Nederland.
Als vrijgezel en eerste leerkracht, later remedial teacher en de laatste jaren vooral als coach heeft zij zich tot op hoge leeftijd met hart en ziel ingezet voor haar ideaal en levensdoel, het vrije school onderwijs.
Voordat zij op uitnodiging van ouders naar Eindhoven kwam had zij haar sporen in het Vrije schoolonderwijs al verdiend. Vanaf 1941 begon zij als leerkracht aan de vrije school in Zeist.

Vorig jaar toen zij al in de negentig was, heeft zij nog een rondreis door de Verenigde Staten gemaakt om Waldorfscholen , de internationale benaming van vrije scholen , te adviseren en te inspireren. Helaas heeft een ongelukkige val geleid tot een heupbreuk en moest zij daardoor eerder dan gepland haar reis afbreken en terugkeren naar Nederland.
Bijzonder is het om te vermelden dat zij ondanks haar hoge leeftijd nog steeds helder van geest was.

Zij heeft zich altijd onvoorwaardelijk (toe-) gewijd aan het vrije schoolonderwijs en verwachtte dat ook van haar pupillen en jongere collega’s.
Een voorbeeld daarvan kan ik mij herinneren toen mijn vrouw begin jaren tachtig van de vorige eeuw een aanstelling kreeg aan de bovenbouw (middelbare school) van de Vrije School Brabant als leerkracht Engels en de opvolger van Els werd. Als voorbereiding daarop bezocht zij Els om van haar tips en adviezen te krijgen over de vaklessen Engels in een bovenbouw. Els had daarin veel ervaring omdat zij ook in Engeland aan een vrije school had gewerkt. Voordat zij rijkelijk uit haar ervaring en kennis putte vond ze het wel vanzelfsprekend dat je als tegenprestatie voor haar wat huishoudelijke of praktische klusjes deed, zoals het inpakken van cadeaus of de afwas.
Zij was een wijze vrouw met zeer praktische maar ook verrassende adviezen. Zo attendeerde zij een journalist erop dat het vrije school onderwijs heilzaam was, want meisjes op die scholen menstrueerden later. Zij was ook figuurlijk gesproken een pleitbezorger van Teilhard de Jardin, die beweerde dat mensen op hogere leeftijd hun seksuele energieën (etherkrachten) moesten transformeren en deze maatschappelijk en sociaal moesten inzetten.

De vrije school Brabant is inmiddels opgegaan in de Vrije school Brabant als basisschool en het Novalis college als vrije middelbare school. Deze laatste is in 2012 nog genoemd als beste middelbare school van heel Noord Brabant door de Maastrichtse onderwijs socioloog Jaap Dronkers en behoorde zelfs tot de top tien van Nederland.

Jaren later heb ik haar persoonlijk bezocht voor een hele andere reden. In Eindhoven was een peuteroudergroep actief die in Eindhoven- Zuid een nieuwe vrije basisschool wilde oprichten en onderzocht of dit onder de vlag/paraplu van de Vrije School Brabant kon.
Als mede-initiatiefnemer van deze oudergroep ging een kleine delegatie bij Els polsen hoe zij hierover dacht. Voor haar was het een onaangename verrassing en zij zag dit initiatief als een soort van afvallig kind en gaf ons daarom geen actieve ondersteuning.
Haar stem was heel belangrijk omdat Els ook contacten had in de hoogste vrije schoolkringen en de bond van Vrije Scholen (later vereniging) . Daar zat een commissie van wijze mensen onder leiding van Wim Veltman (die Els persoonlijk heel goed kende) die voor nieuwe vrije scholen een goedkeuring moest afgeven.
Haar afwijzing heeft ervoor gezorgd dat wij daardoor als nieuwe zelfstandige school ons moesten bewijzen bij de Gemeente Eindhoven voordat we mochten starten in 1983/1984.
Ondanks de afwijzing van Els Göttgens kregen we het groene licht van de vertrouwenscommissie Veltman en konden we starten als erkende vrije school de Regenboog . Deze vrije school heeft inmiddels haar 25 jarig bestaan gevierd en is een echte buurtschool geworden.







Tot op hoge leeftijd bleef Els betrokken bij de vrije basisscholen , vooral die van de Woenselsestraat en de Nuenenseweg en veel minder die op het Mimosaplein in Eindhoven. Op de Sint Jansfeesten was zij wel altijd van de partij. Zij heeft ook een boek geschreven dat in het Engels verschenen is.








Op haar overlijdensbericht in het Eindhovens Dagblad stond de spreuk van haar inspirator Rudolf Steiner .

“De mensenziel is als water
daalt neer uit de hemel
stijgt op tot de hemel
telkens weer
eeuwig op en neer”

Mensenziel wat lijk je op het water
Levenslot wat lijk je op de wind



Met haar verliest de vrije schoolbeweging in Nederland een icoon en drijvende kracht die haar hele leven in dienst heeft gesteld van de antroposofie.

dinsdag 25 juni 2013

Digitale Dementie

Onderstaand artikel is in ingekorte vorm ook verschenen in het kwartaalblad Seizoener in het Herst- of Michaëlsnummer van 2013.






































\

Vrije Scholen zo gek nog niet!

Digitale dementie is de titel van een net verschenen boek van de Duitse hersenonderzoeker en psychiater Manfred Spitzer. In dit boek, dat momenteel in Duitsland een bestseller is, wordt op basis van 400 verschillende wetenschappelijke onderzoeken aangetoond dat het gebruik van computers en i-Pads bij kinderen in het onderwijs geen onverdeelde zegen is. Sterker nog, Spitzer beweert dat het IQ van kinderen de laatste jaren als gevolg van digitale media, niet meer stijgt maar daalt . Verder dat bij kinderen de nog in ontwikkeling zijnde hersenen, door veelvuldig gebruik van deze digitale schoolmiddelen, beschadigd raken en verschrompelen. Vandaar de huiveringwekkende term digitale dementie.
Recent hersenonderzoek heeft aangetoond dat de hersenen nog uitgroeien tot ongeveer het 26e - 27e jaar. Specifieke hersengebieden, die nodig zijn voor planning en morele afwegingen, komen pas het laatste aan bod. Populair is in dat verband de term Puberbrein, waarmee wordt aangeduid dat jonge hersenen anders zouden functioneren dan die van volwassenen.

Deze actuele aanleiding veroorzaakte bij mij een soort flashback .
Zo moesten wij als kritische ouders van drie jonge kinderen, in de jaren '90 van de vorige eeuw, kiezen voor een geschikte basisschool.
Na meerdere bezoeken en voorlichtingsavonden kozen we uiteindelijk bewust voor een vrije school(in de rest van de wereld Waldorf genoemd) vanwege de spirituele mensvisie en daarnaast het veelomvattende wereld- en maatschappijbeeld. De antroposofie, opgericht door de Oostenrijks-Hongaarse filosoof Rudolf Steiner, stelt dat de mens een geestelijk wezen is dat incarneert op aarde en evolueert door meerdere levens. Een kind maakt in een notendop de hele mensheidsontwikkeling door en dat moet ook in het onderwijs en de leerstof terugkomen.
Leerstof is vooral ontwikkelingsstof. Bovendien is de mens te beschouwen als een drieledig- (denken, voelen en willen) én vierledig wezen met een ik-, astraal-, ether- en fysiek lichaam. Dat betekent dat afwisseling van het onderwijs en het aanspreken van alle wezensdelen bij het kind door middel van cognitieve, sociale, kunstzinnige en fysieke activiteiten van groot belang zijn.

In de daaropvolgende aannamegesprekken werden we als ouders stevig bevraagd over de privé-situatie in het gezin en vooral de omgang met televisie en (toen nog incidenteel) de computer.
Vrije scholen waren toen uitgesproken kritisch en conservatief over deze moderne, elektronische hulpmiddelen, die zo ver mogelijk weg gehouden moesten worden van de kinderen. In de peuter, kleuter- en lagere school was deze apparatuur niet of nauwelijks aanwezig.
Als ouders hadden we daar begrip voor en we hebben hierover later ook meerdere lezingen op de vrije school gevolgd en artikelen gelezen, die deze mening onderschrijven. Zoals in tijdschriften Jonas, Vrije Opvoedkunst en schoolkranten als Lerarenbrieven, Rondom en de Wikkelaar (de laatste twee van vrije Scholen in Eindhoven).
Zo herinner ik mij ook een publicatie van prof.dr. Rainer Patzlaff, het boek De bevroren Blik uit 2005, een bekende media-onderzoeker en pedagoog. Hij waarschuwde voor de verslavingsgevolgen van kinderen achter de computer en televisie.




































In de huiskamers van vele vrijeschoolouders was de televisie daarom overdekt met een stoffen kleedje of opgeborgen in een kast, waardoor het beeldscherm aan het zicht was onttrokken. De televisie ging eventueel alleen ’s avonds aan, nadat de kinderen al naar bed waren. Daartegenover stond dat de kinderen wel in het weekend een video-(kinder)film mochten kijken en dat werd ervaren als een feestelijke gebeurtenis waar de hele week naar werd uitgekeken. Alleen bij bijzondere nieuwsgebeurtenissen zoals een belangrijke voetbalwedstrijd of de successen van Nederlandse sporters op de Olympische Spelen of een natuurfilm werd er wel eens een uitzondering gemaakt. Een groot deel van hun jeugd hebben veel ouders dit restrictieve beleid kunnen handhaven totdat de computer in opmars kwam en computerspelletjes hun intrede deden. Natuurlijk probeerden kinderen ons over te halen en desnoods bij vriendjes of grootouders wel achter de buis te kruipen. Veel later kregen wij, toen de kinderen al volwassen waren, te horen dat ze achteraf gezien wél blij waren met zulke strenge ouders. Ze hebben meer tijd kunnen besteden aan muziek, sport en spelen in de natuur en dat zijn veel gezondere activiteiten.

Het strenge beleid van de school stuitte bij sommige ouders op weerstand en men beschouwde het als ongepaste inmenging in de privésfeer. Lang heeft de vrijeschool geprobeerd de computers, de (voorlichtings-) films en videovoorstellingen buiten de schoolklas te houden.
Onze kinderen waren al in de tienerleeftijd toen de computer echter sterk in opmars kwam en soms op school, maar vooral ook thuis, gebruikt moest gaan worden voor werkstukken en opdrachten.

Teleurgesteld was ik toen de school een rigoureuze ommezwaai maakte en een computerklas ging inrichten. Daarna volgde computerlessen op de basisschool voor de hoogste klassen waar basisvaardigheden zoals typen, tekstopmaak en grafieken tekenen steeds vanzelfsprekender werden. Later kwamen daar de laptops bij die dyslectische kinderen kennelijk nodig hadden, omdat ze niet goed konden schrijven en spellen en met hulpprogramma’s wel verder konden komen.
Op dit moment is er nauwelijks meer een onderscheid te zien tussen vrije en reguliere scholen als het gaat om het gebruik van computers, laptops , de televisie, mobiele telefoons, tablets en I-pads. De aanwezigheid van digiboards(digitale schoolborden) is ook op vrije scholen geen uitzondering meer.

Eind 2012 heeft een landelijk, grootschalig wetenschappelijk onderzoek van de Maastrichtse onderwijssocioloog en hoogleraar Jaap Dronkers middelbare scholen vergeleken op hun schoolprestaties. In de categorie HAVO scoorden vrije scholen extreem goed met vier scholen in de top 10 . Het Novaliscollege te Eindhoven haalde de hoogste cijfers voor HAVO en VMBO van heel Noord-Brabant.
foto:Novaliscollege, dwarsdoorsnede houtskeletbouw

Het bijzondere van het onderzoek van Dronkers is dat niet alleen gekeken is naar de slaagpercentages en gemiddelde cijfers, maar vooral ook naar de verschillen tussen instap- en uitstapniveau van de leerlingen. Dat betekent dat vrije scholen er kennelijk beter in slagen om hun leerlingen meer uit te dagen en meer te laten ontwikkelen. Zou hier ook een positief leereffect van minder digitale hulpmiddelen in naar voren komen??
Feit is wel dat het afgelopen jaar er na jaren van vrijwel stilstand opeens weer nieuwe vrijescholen in oprichting zijn.

Steinerscholen zullen in de toekomst zeker geen volledig digitaal onderwijs gaan ontwikkelen, zoals de nieuwe Steve Jobsscholen, onder andere op initiatief van opiniepeiler Maurice de Hond, dat wel wil gaan realiseren. Artikel 21 van de grondwet gaat over Vrijheid van Onderwijs en geeft ouders de gelegenheid een school met een eigen signatuur en onderwijsvisie op te richten. De overheid heeft deze Steve Jobsscholen inmiddels ook het groene licht gegeven en komend schooljaar 2013/2014 zullen er mogelijk tien van start gaan. In Sneek en Breda in zuivere vorm en een aantal andere scholen zullen overgaan op het O4NT-(onderwijs voor een nieuwe tijd) concept van een volledig digitale leeromgeving.

Daarom komen de waarschuwingen van wetenschapper Spitzer misschien nog op tijd. De zeer ambitieuze plannen en concepten voor een volledige elektronische leeromgeving kunnen op basis hiervan ernstig afgeraden worden.

Offline

Recent heeft een student Journalistiek, Bram van Montfoort, een boek geschreven met de titel:"Een jaar offline". Hij beschrijft daarin zijn ervaringen nadat hij besloten had om een jaar lang geen smartphone en iPad en dus geen internet meer te gaan gebruiken. Hij merkte dat hij al vrij verslaafd begon te raken door deze technische hulpmiddelen, die dagelijks op 5 a 6 uur van zijn tijd beslag legden.
Zonder internet ging hij weer gewoon handgeschreven brieven versturen en alleen vrienden bellen via een vaste telefoon. Tijdens het jaar werd hij rustiger, nadenkender en besteedde hij meer echte contacttijd aan familie en vrienden.Zijn leven heeft daardoor meer diepgang gekregen en rust. Na dat jaar is hij wel weer internet gaan gebruiken maar duidelijk veel beperkter en vooral zonder Twitter.


We weten al een tijd uit verschillende onderzoeken dat elektromagnetische straling van hoogspanningsmasten, mobiele telefoons, digitale UMTS-zendmasten en draadloze wifinetwerken schadelijk zijn en mogelijk een verhoogde kans op kanker opleveren.
Spitzer noemt nog andere gevaren Zo zou deze elektronica voor kinderen eigenlijk een vorm van kindermishandeling zijn. Net als bij het gebruik van alcohol zou ook elektronische apparatuur een duidelijk leesbare sticker en bijsluiter moeten krijgen: “Gevaarlijk voor de kindergezondheid”!
Niet alleen het te meten IQ gaat achteruit, maar de digitale media leiden ook tot ernstige aandoeningen als spraak- en leerproblemen, aandachtsstoornissen, stress en depressie, risico op verslaving en slechte schoolprestaties en vandaar de angstaanjagende term digitale dementie.
Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, is daarom mijn motto.