woensdag 15 januari 2020

Getuigschriften en Eindwerkstukken



Dit artikel is voor het eerst verschenen op dit weblog op 15 januari 2020





Na eerdere stukken over de uitgangspunten van het vrije schoolonderwijs en het lesprogramma wil ik nu wat meer aandacht besteden aan de eindbeoordelingen en ook de eindwerkstukken.  Zie
https://vrijescholen.blogspot.com/2019/12/de-weldadige-overvloed-van-de-vrije.html


en  https://vrijescholen.blogspot.com/2019/12/het-originele-lesrooster-van-de-vrije.html




Notitieboek van geschept papier, ingebonden en voorzien van een gemarmerde kaft






















Ieder jaar krijgt de leerling uiteraard een getuigschrift waarin deels in niveau’s of cijfers een meer kwantitatief oordeel wordt gegeven per vak of periode-werkstuk. Daarnaast en nog veel belangrijker is het individuele kwalitatieve beeld dat in de vorm van een tekening, een gedicht of een tekst gegeven wordt, waarmee de (groeps-)leerkracht het kind wil typeren en stimuleren.  



Een cijfer is altijd een vrij hard oordeel en momentopname en kan gevoeld worden als het “meten” van een kind en dan ook in vergelijking tot zijn medeleerlingen op specifieke kennisgebieden. Daarbij wordt voorbij gegaan aan het unieke en bijzondere van ieder kind en vooral ook aan de ontwikkeling die een kind heeft doorgemaakt.

Dat laatste is juist het uitgangspunt van het vrije school onderwijs. Heb juist oog voor het bijzondere, het uitzonderlijke en het ontwikkelingsproces van een ik-mens in wording.  Dat vereist echter dat de leerkracht voortdurend intensief naar kinderen kijkt en niet alleen in de eigen lessen, maar ook in de handvaardigheidsvakken of juist tijdens werkweken. Dan ontstaat een breed scala  van indrukken die je meeneemt aan het eind van het schooljaar.




Dat vergt voor iedere mentor of groepsleerkacht aan het einde van het schooljaar wel een extra inspanning. Bedenk hoeveel tijd, aandacht en energie het kost om voor 25 of meer leerlingen zo’n individueel beeld te bedenken en het dan ook nog uit te werken op een kunstzinnige manier.  Sommigen waren er maanden mee bezig maar dat leverde dan ook prachtige kunstwerkjes op. 

Eindwerkstukken
In het  vrije school  onderwijsplan krijgen de leerlingen gelegenheid om te werken aan een persoonlijk eindwerkstuk. In het reguliere middelbare onderwijs kent men tegenwoordig ook een profielwerkstuk dat past bij het gekozen profiel en vakkenpakket.                            Bij een Vrije school was het onderwerp helemaal vrij, al waren er wel richtlijnen voor de uitwerking en uitvoering. Zo moet er een theoretische en een praktische kant aan het onderwerp zitten en hoort iedere scholier ook een presentatie en een concreet (papieren) werkstuk te maken.

Mijn oudste kind dat als  jong kind al dol was op alles wat bewoog van driewieler, step, fiets tot later motor en auto koos uiteindelijk passend bij zijn voorkeuren het thema “vervoerssystemen voor de toekomst”.  Gedurende het schooljaar (2001-2002) zocht hij in de plaatselijke bibliotheek en ook op internet en vond uiteindelijk de meeste inspiratie in de futuristische ideeën  van de gebroeders Robbert  en Rudolf Das. Deze Nederlandse eeneiige tweeling is geboren in Haarlem in januari 1929 en hebben zich ontwikkeld tot technische tekenaars en ontwerpers. Samen hebben ze  ons vele mooie futuristische boeken nagelaten zoals: Zicht op de toekomst (1983), Wegen naar de Toekomst( 1992), Toekomstbeelden (1999), Toekomstflitsen( 2004) en "Energie en onze toekomst" 2008.   
In prachtige illustraties schetsen zij huizen en steden van de toekomst met magneettreinen en shuttleverbindingen. Hun integrale visie op wonen, werken en recreëren heeft in de wereld al hier en daar navolging gekregen. Zo ontwierpen ze piramideachtige hoogbouw, die veel ruimte bood aan zonlicht en veel begroeiing op de balkons. 






Toevallig waren er in die jaren ook dichterbij voorbeelden van gewaagde en interessante voorbeelden. De TU/e had een soort kabelbaan met gondels in gedachten, die studenten vanaf het treinstation naar het TU/e terrein zouden brengen.  In Duitsland waren al snelle magneet-zweeftreinen aangelegd in plaats van metro’s of treinen. Ook waren er al voorbeelden van elektrische fietsen en de éénpersoons elektrische Segway, die nu in steden als Parijs en Barcelona volop rijden, waren toen al getest. Er  waren al tekeningen van auto’s, die ook als helikopter konden opstijgen en vliegen. Aan ideeën en voorbeelden geen gebrek.

In samenspraak met zijn schoolbegeleider moest hij inzoomen op verschillende soorten brandstoffen, aandrijfsystemen en toepassingsgebieden. Het is een mooi werkstuk geworden dat kennelijk ook later heeft doorgewerkt.
Mijn zoon heeft uiteindelijk na een 2-jarige Bedrijfskaderopleiding ook nog HBO Technische Bedrijfskunde afgerond en heeft al bij meerdere technische bedrijven gewerkt tijdens en na de studie. Zo heeft hij een bedrijfsstage van 5 maanden fulltime bij Vialle autobedrijf in Eindhoven  gedaan, dat zich bezig houdt met ombouwen en inbouwen van lpg-autogassystemen in personenauto’s, die minder vervuilend zijn dan diesel of benzine.
Zijn afstudeerstage van ruim 5 maanden fulltime heeft hij samen met een medestudent uitgevoerd bij DAF/Paccar in Eindhoven, waar verschillende populaire vrachtwagens (diesel en elektrisch) geproduceerd worden. 
 Later heeft hij ook een aantal jaren een managementbaan gehad bij het Nuenense bedrijf Heavac die airco-systemen levert voor met name personenbussen  die op diesel maar ook elektrisch rijden. Daarnaast heeft hij ook enkele jaren gewerkt als inkoper bij VDL-Klima die airco en lucht-installaties maken voor schepen en gebouwen. Andere onderdelen van VDL, zoals Bus & Coach maken ook luxueuze bussen (diesel en elektrisch).
Recent nog heeft hij geprobeerd om in te stappen in het jonge bedrijf Lightyear , opgericht door een groep oud-studenten van de TU/e. Deze groep was betrokken bij de ontwikkeling van de volledig op zonne-energie draaiende gezinsauto Stella, die in Australië als eerste na 7.000 km over de streep kwam. Dit jonge bedrijf heeft de ambitie om een volledig, stekkerloze, elektrische auto op de markt te brengen die wil concurreren  in de  prijsklasse van de Tesla type 3.                     

Voor mijn zoon heeft het eindwerkstuk een belangrijke aanzet gegeven voor zijn latere werkzame leven. Bij mijn dochters ook, maar weer heel anders.





Het onderwerp voor het eindwerkstuk van mijn oudste dochter was weer heel anders ontstaan. Zij interesseert zich niet voor techniek, maar des te meer voor de mens. Al in de 9e of 10e klas koos zij voor een instellings- of zorgstage van 5 weken bij heilpedagogisch instituut  Bronlaak in St. AnthonisBronlaak is het oudste van de oorspronkelijke Zonnehuizen met in totaal 196 intramurale (woonachtig in de instelling) zorgplaatsen.

Het is op een landgoed gelegen en is eind oktober 1948 van start gegaan als eerste antroposofische zorginstituut (woon- en werkgemeenschap) voor volwassenen. De liefdevolle en respectvolle omgang met de geestelijk en soms lichamelijk minder valide mensen maakte veel indruk. In de praktische werkzaamheden werden cliënten (en dus niet patiënten) geholpen om kunstzinnige en mooie producten te maken. Kaarsen trekken, brood bakken of papier scheppen en hout bewerken. Alles was mogelijk in een zinvolle dagbesteding. Natuurlijk was er ook tijd voor ontspanning, zang en dans.
Op basis van deze ervaringen koos mijn dochter voor het onderwerp van de psychiatrische patiënt en psychiatrie. Onderdeel van het werkstuk was ook een diepte- interview met een kennis naar aanleiding van zijn manisch depressieve ziekte en de behandeling daarvan in een psychiatrische inrichting .

Daarnaast zijn we samen naar een psychiatrisch museum Dr. Guislain in Gent (België) geweest, waar met historische voorwerpen en hulpmiddelen te zien is hoe vroegere “geesteszieken” behandeld werden. Een vreemd soort griezelkabinet met apparaten, die in een martelkamer niet zouden misstaan. Patiënten ondergingen allerlei waterbehandelingen (koud/warm), werden behandeld met aderlatingen (bloedafname) of elektrische schokken.
Wat in het boek (1962) en de Film “One flew over the Cuckoo's Nest” (1975) met hoofdrolspeler Jack Nicholson te zien is geweest, komt dicht in de buurt van de werkelijkheid. Inmiddels heeft de psychiatrische inrichting in Venray ook een museum.  

Dit kwam allemaal samen in haar eindwerkstuk en na de middelbare vrije school koos ze voor een hbo-opleiding SPH (Sociaal Pedagogische Hulpverlening) aan de Fontys Hogeschool in Eindhoven. Dankzij dit eindwerkstuk en haar vrijeschool getuigschrift werd ze rechtstreeks toegelaten en dus zonder officieel HAVO-diploma. 
Haar eerste baan was ook als pedagogisch psychiatrisch hulpverlener in de GGZ van Eindhoven (vroeger Rijks Psychiatrisch Instituut (RPI) geheten , in een gesloten afdeling, die complexe psychiatrische- en  TBS-patiënten behandelde. Ze moest er ook wisseldiensten draaien.  In de enkele jaren dat ze er werkte heeft ze veel meegemaakt en ook veel geweld en leed gezien. Eigenlijk tè veel voor een jonge begeleider/behandelaar.  Later maakte ze daarom de overstap naar het minder intensieve begeleiden van uitbehandelde patiënten die nog in een begeleid-wonen traject zitten, voordat zij weer zelfstandig naar de maatschappij kunnen. Weer later is ze overgestapt naar de zorgbiedende instelling van Wij Eindhoven .    

Voor mijn jongste dochter ging het zoeken en kiezen van een onderwerp voor het eindwerkstuk weer anders. Zij heeft lang getwijfeld , maar had geen interesse in een technisch of psychologisch onderwerp. In haar kring met klasse-vriendinnen was een donkerkleurig meisje, maar wel met Nederlandse ouders, zodat het vermoeden bestond dat ze geadopteerd was. 
Van ons als ouders heeft ze wel eens te horen gekregen dat wij na twee eigen kinderen het voornemen hadden om als derde kind een adoptiekind te nemen. We hadden al enige stappen gezet zoals een formeel gezinsonderzoek en verzoek om goedkeuring. Toen we die eenmaal hadden gekregen en ook het benodigde geld daarvoor bijeen hadden,  moesten we kiezen waar we eventueel een kind zouden gaan “ophalen”.  Kort voor dat besluit werden we verrast door de constatering dat we toch een eigen 3e kind “verwachtten”. Het verhaal is blijven hangen bij onze jongste dochter, die misschien het gevoel kreeg een adoptiekind “in de weg” te hebben gestaan.
Het eindwerkstuk ging daarom over het verschijnsel adoptie. Ze keek naar de organisatorische, psychologische, juridische en financiële aspecten. Daarnaast heeft ze meerdere onderzoeken doorgenomen over de ervaringen van adoptiekinderen. Hoeveel zijn het er in Nederland en uit welke landen komen ze? Zijn ze even gelukkig? Succesvol? Gaan ze later terug naar hun geboorteland? Kunnen ze accepteren dat hun ouders ze hebben weggegeven? 

Na afronding van de vrije school heeft onze jongste dochter gekozen  voor een opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening (SJD) aan de Hogeschool Leiden en veel interesse getoond voor jeugdhulp, jeugdzorg en mediation.  Haar latere werk ging meer richting “project management ondersteuning” bij grotere organisaties.  

























dinsdag 31 december 2019

Dacia-schatten uit historie Roemenië

Dit artikel is voor het eerst verschenen op dit weblog op 31 december 2019

Pronkstuk van de verzameling geleende kunst uit Boekarest. Een rhyton, een beker in de vorm van een hoorn  van typisch Getische cultuur. Met twee priesteressen en eindigt met stierenkop (symbool van kracht) voor rituele doeleinden.
Het gebied van de Geten strekt zich uit tot in het noorden van huidige Bulgarije  

Museum Affiche in Tongeren

Gallo-Romeins museum met tijdelijk expositie Dacia schatten  in Tongeren en onderscheiden in 2011




















Kaart van Europa met gebied van Dacia-cultuur (nu Roemenië).
De Romeinen veroverden het koninkrijk van de Daciërs onder leiding van Decebalus , ergens rond 101-106 jaar Na Christus.
Trajanus trekt met 80.000 soldaten de Donau over en onderwerpt de Daciërs.  


Links Romeinse winnaar Trajanus en rechts verliezer Daciër. Buste van Trajanus 120 n. Chr. Marmer
Trajanus-zuil in Rome met de verovering van de Daciërs in reliëf

Paradehelm in vorm van hoofd (verguld zilver  400-300 v.Chr.) met plantenmotieven en dieren .Gevonden in Peretu (Roemenië)

Prestigehelm van Getische vorst  maar volgens kunstmotieven van de Thraciërs

Geheel gouden helm van Getische vorst. Op het nekstuk drie gevleugelde viervoeters,  bovenaan 
vier gevleugelde dieren met een lange staart en een mensenhoofd . 
Op de wangstukken:  offer van ram.










Getische drinkbeker uit Bulgarije.

flesje in de vorm van voet. 

Gouden borstplaten die op kleding gedragen werd.

Zilveren drinkbeker met mythische figuren. Getische cultuur uit Bulgarije.

Goud verguld en zilveren beenbeschermer , een pronkstuk van de Geten en gevonden in Agighiol 
(nabij Roemeense kust) Dateert van 340-330 voor Chr. van verguld zilver . 
Getatoeëerd gezicht en dierfiguren.

Massief gouden armbanden. Ieder weegt ongeveer 1 kg.  Uiteinden slangachtige
 fantasiedieren van Daciërs   

Sier pronkstuk uit goud voor Paard in de vorm van vis typisch Scytisch maar gevonden in 
Getische stad. De scythen en Geten waren "buurvolken"

maandag 23 december 2019

De weldadige overvloed van de Vrije School

Dit artikel is voor het eerst verschenen op dit weblog op 23 december 2019


Variatie op de platonische vormen in geboetseerde klei. 

Zelf heb ik mijn lagere schoolperiode doorgebracht in een dorps-katholieke jongensschool, waar het onderwijs mager en sober was. In de klassen vond je wat planten op de vensterbank, kasten met boeken, wat schriften en natuur- en landkaarten aan de muur.  In het klaslokaal stonden kleine tafeltjes met inktpotten waarin we onze kroontjespen moesten dopen . Gelukkig kwamen er later ballpoints die het schrijven vergemakkelijkten.

Uit koperplaten rondgeslagen helften die aan elkaar gesoldeerd zijn tot ballen. 















Hoe anders is dan het vrije school onderwijs dat in 1919 door Rudolf Steiner in Stuttgart is begonnen als een school voor kinderen van arbeiders uit de plaatselijke sigarettenfabriek, Waldorf Astoria, van ondernemer Emil Molt.
 Nieuw en fundamenteel was het uitgangspunt dat de school er is vóór de kinderen én hun ontwikkeling ! Dat moet centraal staan en niet de eisen of wensen van de staat, de kerk of het bedrijfsleven.  Het direct daarbij aansluitende wezenlijke uitgangspunt is dat ieder kind een lichamelijk en ziele-wezen is, dat vanuit de geestelijke wereld op aarde komt met een wilsvoornemen en vele ervaringen die in hem/haar sluimeren.  Een kind is dus geen onbeschreven blad(tabula rasa) of leeg vat dat gevuld moet worden met kennis of gevoelens.  

 
Een uit een blok hardhout gebeitelde en ovaalgevormde en afgewerkte schaal

Dat zijn de uitgangspunten van de pedagogiek  voor het vrije-school onderwijs en was indertijd voor mij doorslaggevend bij de zoektocht naar een geschikte onderwijsvorm voor onze drie kinderen.
Woonachtig in Eindhoven hadden wij geluk met twee vrije basisscholen in de directe omgeving (de Regenboog en Vrije School Brabant) en twee middelbare vrije scholen (Vrije School Brabant en Ambachtelijk Technische Bovenbouw (ATB)) . Uiteindelijk werd het één middelbare school onder de naam Novaliscollege. Zie ook https://vrijescholen.blogspot.com/2013/11/novaliscollege-beste-vrijeschool-van.html
Mijn drie kinderen begonnen allemaal in de peuter/kleuterklas met Meester Bas (van Rooij) van Vrije School de Regenboog op het Mimosaplein in Eindhoven-Zuid.  
Zie ook  https://vrijescholen.blogspot.com/2015/05/vrije-basischool-de-regenboog-groeit.html

Na wat open dagen en voorlichtingsbijeenkomsten was onze keuze snel gemaakt en daarvoor zijn we nu decennia later nog steeds heel dankbaar. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat er ook van ouders veel wordt verwacht. Niet alleen een hogere jaarlijkse ouderbijdrage, maar ook klussen uitvoeren zoals het poetsen van de klas per toerbeurt of op ouderavonden knutselen voor de kinderen. Soms was dat een mooie tekening of schildering, maar soms ook handenarbeid zoals het maken van een kinderlier. Je krijgt er anderzijds ook heel veel voor terug.  

Voor mij ging een nieuwe wereld open toen ik ons oudste kind naar de peuterklas bracht en er ook een tijdje mocht blijven op die eerste dag. Het waren best redelijk grote groepen van 3 en 4 jarigen door elkaar bestaande uit ongeveer 25 kinderen. De inrichting was helemaal aangepast aan de kinderen met natuurlijke kleuren (pastel gesluierde muren) en veel natuurlijke materialen zoals houten speelgoed, wollen en katoenen stoffen, poppen, kleine keukentjes etc. Meteen was duidelijk: “het kind staat centraal”. 

In een grote kring stonden de stoeltjes waarop de kinderen gingen zitten en korte tijd later begon de leerkracht een liedje te zingen met een soort Jan Klaassen pop in zijn handen, die alle kinderen begroette en op een vrolijke manier de dag inluidde. De kinderen zongen en bewogen volop mee. In deze basis kleuterjaren staat het levendige onderlinge spel en eten/drinken voorop en geen cijfers of letters. Met ontroering voor zoveel schoonheid en liefde voor deze jongste kinderen ben ik vertrokken en kon ik mijn kind met een gerust hart achterlaten. Hier is hij in “goede handen”.  

Op bijna wiskundige manier gevouwen papier tot ster of sneeuwkristal.


 Dat was nog maar het begin, want het vrije-school onderwijs is ontwikkeld en in de meest  ideale situatie bedoeld voor kinderen van 3 tot 18 jaar. Te beginnen met peuter/kleuterschool, onderbouw (lagere school t/m klas 6), middenbouw (klas 7en 8) en bovenbouw (klas 9 t/m 12). Dan komt het hele lesprogramma en leerplan volledig tot zijn recht, want het is een over de jaren verdeelde maar toch geïntegreerde onderwijsvisie.

Het boetseren van een hoofd  uit witte klei  en later bakken levert verschillende resultaten op. 

Een ander uitgangspunt dat essentieel is en dat wij als ouders op ouderavonden of tijdens lezingen  wel eens te horen kregen was dat het vrije-school onderwijs zo is opgezet, dat ieder kind de mensheidsgeschiedenis in een notendop nog eens doorloopt. Dus een periode met de oudste beschavingen waar we het spijkerschrift van leren, doorgaand tot de Egyptische periode met hiëroglyfen, daarna de Romeinse periode met letters als getallenschrift etc. Later komt dan de Griekse periode en middeleeuwen, gouden eeuw tot aan de moderne industriële tijd. 
In liederen, muziek, toneelstukken, verhalen komen al deze cultuuraspecten aan bod en dat is al een rijkdom op zich. Voor het gewone, reguliere middelbare schoolonderwijs heeft de overheid en ministerie van onderwijs bepaald ,welke geschiedenisperioden “belangrijk” zijn en in de "canon" horen en terugkeren in de examenstof. De rest wordt gewoon overgeslagen en weggelaten.

Ieder kind is een geestelijk–zielenwezen en daarom is een religieuze houding en christelijke opvoeding zeker nodig . De vrije-school doet dat op een speciale manier, waarbij veel aandacht wordt besteedt aan de christelijke jaarfeesten. Toch is het godsdienstonderwijs veel breder en komen ook Zarathustra,  Enlil en Enkido uit Gilgamesh,  de "Asen" in de Eddah, Boeddha,  Mohammed, Franciscus en Jezus Christus aan bod evenals hun (mythische) verhalen.


Gebeitelde en geschuurde , dooraderde marmersteen.


Een ander belangrijk didactisch en pedagogisch principe is het feit dat ieder kind "drieledig en vierledig"is. Drieledig omdat drie verschillende kwaliteiten aangesproken en ontwikkeld moeten worden: het verstand of intellect, het hart met gevoelsleven en het wilsgebied met de ledematen. Kinderen moeten dus vooral ook heel fysiek veel kunnen bewegen, spelen, sporten, springen en stampen. Zo worden de (Romeinse) legers in opmars stampend geoefend en ook de rekenkundige tafeltjes door bewegingen getraind. Ook de maten in de muziek of de rijmsoorten in gedichten. Het is vooral bewegingsonderwijs dat ook het gemoed en gevoel aanspreekt en ondersteunt bij het memoriseren en onthouden. De drie kwaliteiten en hun interactie zijn zeer belangrijk.
De vierledigheid is gebaseerd op de vier lichamen, die ieder mens heeft volgens Rudolf Steiner: een fysiek-stoffelijk lichaam, een etherisch lichaam, een astraal lichaam en een ik- geestelijk- mentaal lichaam.

Verder heb ik als ouder ook geleerd dat kinderen opgevoed worden tot vrije, zelfstandige en verantwoordelijke mensen en burgers. Zij moeten voldoende bagage krijgen dat zij eigenstandig verantwoorde studie- en beroepskeuzes kunnen maken en hun unieke bijdrage kunnen leveren in de samenleving, die past bij hun talenten en kwaliteiten.

De kunst en kunde is het dan om kinderen in aanraking te laten komen met een breed scala aan ambachten, materialen, vaardigheden, kunstzinnige en culturele invalshoeken. Prachtig is om te zien hoe de leerlingen leren wol spinnen, breien en haken (ook de jongens), houtbewerken, koperslaan, ijzersmeden, emailleren en steenhouwen. Ze oefenen om van klei kopjes te vormen, deze te glazuren  en te bakken. Of wilgentenen vlechten tot een mandje,  verder ook papier "scheppen" en later inbinden tot een boek, ze leren stoffen poppen en/of  dieren te maken, een vogelhuisje timmeren, een hangmat knopen, en bij handvaardigheid zichzelf helemaal kunnen “kleden”. Dat begint bij leer bewerken voor het maken van schoenen, dan sokken breiden. Vervolgens een broek, hemd en jas ontwerpen, knippen en naaien en uiteindelijk zelfs een hoofddeksel bedenken en maken van vilt. Dan is de mens af en klaar voor de wereld. 
In het lesprogramma leerden de kinderen ook maaltijden bereiden en koken. Ook die vaardigheid heeft ieder mens nodig om in zijn eerste levensbehoeften te voorzien. Symbolisch is ook dat de leerlingen in de twaalfde klas een periode besteden aan het tekenen van hun ideale droomhuis op kalkpapier.  Ze moeten daarbij meteen meetkundige inzichten  toepassen om een uitwerking te maken van een schaalmodel met alle aanzichten zoals voorzijde, achterkant, zijkant en bovenkant. Bij een huis met meerdere verdiepingen is dat een hele minutieuze opgave.  Een mooiere afronding is niet denkbaar als ook "het eigen huis" af is !  


Grote uitgegutste fruitschaal met zelf gevormde, geglazuurde en gebakken aardewerken bekers. 


Prachtige herinneringen heb ik ook aan de vele muziek- , kooruitvoeringen en zeker ook toneelopvoeringen. Voor een toneelstuk werd zelfs zes weken uitgetrokken om samen een decor te bedenken en te realiseren , de passende kleding en rolverdeling uit te zoeken en natuurlijk het (van buiten-) leren van de toneelteksten en rollen. De toneelleerkracht of klassenleerkracht had een stuk gekozen of onderwerp/ periode gekozen dat past bij de leerstof van dat jaar. De rolverdeling werd zo gekozen om alle leerlingen uit te dagen door ze in een andere tijd te plaatsen, met andere moeilijkheden, of in een andere levensfase, of zelfs in een ander geslacht. 
Als afsluitend toneelstuk op de Regenboog voerde de klas van Meester Chris Peels een oosters toneelstuk op met als titel Prinses Turandot , waarbij een aantal meisjes gesluierd hun buikdans-kunsten vertoonden tegen een decor uit het Verre Oosten. Wat een metamorfose en hoe trots waren de stralende kinderen.    
Zo heb ik raar staan kijken om mijn jongste dochter opeens in mannenkleren en met een grote opgestopte buik op het toneel te zien staan en te praten met een zware stem in “My fair Lady. Ook bijzonder was mijn normaal zeer bewegelijke zoon, die opeens een oude gebochelde man leunend op een stokje moest spelen in het Zeemansverhaal “Op hoop van Zegen”.
Ontroerd was ik ook door het uitgevoerde toneelspel Anatevka met mijn oudste dochter als een van de drie dochters van Tevje, die opeens met klagende stem roept “maar Papa…”. 
De toneel- en bovenbouwleerkracht Francis van Maris wist de kinderen tot het uiterste te prikkelen.   

Prachtig was ook mijn oudste dochter in een hoofdrol als het kindermeisje bij de familie von Trapp in de musical Sound of Music en die de vele moeilijke liedjes opeens ten gehore brengt. Petje af.  Groepsleerkracht Jack Verhulst was niet alleen regisseur, maar speelde mee en zong zelf de liedjes van Herr Von Trap.  






Er is ook heel veel te vertellen over de jaarlijkse getuigschriften, de schoolkampen en de drie stages. 
Zo is er in klas 9 de winkelstage, in klas 10  de maatschappelijke stage en in klas 11 de bedrijfs of industriële stage die allemaal  6 weken duurden. Enkele jaren geleden hebben ook reguliere middelbare scholen een maatschappelijke stage ingevoerd, maar dat ging maar om een paar dagen.
Op de Vrije School Brabant kende men daarnaast een kennismakingskamp in de middenbouw , later een landmeetkamp , gevolgd door een schoolkamp voor geologisch/ fossielen onderzoek in bv de Mergelgrotten of Ardennen met daarbij een bezoek aan een steenkoolmijn. Ook een landbouwkamp op een BD-boerderij in Zeeland of Texel/Terschelling.    

Belangrijk is zeker ook de eindreis in klas 12 en vooral ook het individuele eindwerkstuk en presentatie van de leerling als afronding. Verder denk ik ook graag terug aan de euritmie-uitvoeringen en kerkuitvoeringen van het bovenbouwkoor samen met het schoolorkest waar bekende klassieke stukken werden gespeeld. Muziekleerkracht Hans Nijnens wist er een mooie uitvoering van te maken. Zo herinner ik me nog een prachtige Peer Gynt uitvoering en stukken uit Mozart's opera "Die Zauberflöte". 




Aangeklede pop

Je zou bijna denken dat er bij zo'n uitgebreid scala aan kunstzinnige en praktische vakken geen tijd overblijft voor het basis-leerprogramma. Toen mijn oudste kind begon op de vrije middelbare school ergens in 1996 of 1997 konden de leerlingen de 12e  klas afsluiten met een vrije school getuigschrift en daarnaast hadden ze al eerder een IVO-Mavo diploma gehaald. Later onder druk van Onderwijsminister Netelenbos moesten ook vrije scholen profielen met een bijpassend vakkenpakket aanbieden voor een VMBO,-T,  HAVO en/of VWO-diploma. Dat is uiteindelijk ook ingevoerd, maar met als gevolg dat veel praktische en kunstzinnige vakken zijn komen te vervallen of erg zijn ingekrompen.   
De vrije school heeft aan de ouders maar zeker ook aan de kinderen veel dierbare ervaringen gegeven, die ze als bagage meenemen in hun verdere leven en die zijn van onschatbare waarde.
De vrije school in Eindhoven heeft twee jaar op rij tot de beste middelbare van Eindhoven gehoord,  maar is recentelijk weer afgezakt naar de onderste plaats.
https://vrijescholen.blogspot.com/2015/01/novaliscollege-topschool.html

Mocht je verder geïnteresseerd zijn dan is het in 2019 verschenen dikke en grote boek:"Het Goud van Waldorf"  een aanrader. Het is uitgegeven door vrije-school tijdschrift Seizoener ter gelegenheid van het honderd jarig bestaan van het vrije-school-onderwijs. Zij spreken over het goud of de kroonjuwelen die de vrije scholen wereldwijd aan de kinderen meegeven.                             




             

zaterdag 23 september 2017

Mouringh Boeke overleden op 82-jarige leeftijd


Dit artikel is voor het eerst verschenen op dit weblog op 23 september 2017 

In Memoriam Mouringh Boeke
Deze zomer kwam het bericht dat oud Vrijeschoolleraar en prominent sociale driegeleder Mouringh Boeke op 25 juli was overleden op 82- jarige leeftijd. Hij heeft daarmee nog bijna een decennium langer geleefd dan zijn ex-vrouw Edithe de Clercq Zubli die al in augustus 2008 overleed. Samen hadden ze vijf kinderen. Mouringh gaf lezingen en begeleidde werkgroepen, gaf cursussen en schreef inleidingen bij boeken van Rudolf Steiner. 

Mouringh is geboren in 1935 in Heidelberg en zijn familie verhuisde in 1939 naar Noordwijk. Hij heeft het gymnasium gevolgd in Leiden en studeerde twee jaar in Wageningen zonder succes. Na een drietal jaren in Australië te zijn geweest komt hij terug naar Nederland en vervult zijn militaire dienstplicht. Daarna volgt hij een rechtenstudie in Leiden en was  hij later ook enige tijd wetenschappelijk medewerker aan de juridische faculteit. Vervolgens heeft hij ook een aantal jaren op ministeries gewerkt maar vertrok daar weer vanwege onenigheid over het beleid. Weer jaren later heeft hij de overstap gemaakt naar de vrijeschool bovenbouw (middelbare school) in Haarlem aan het Rudolf Steiner college.  Gek genoeg hebben deze school en ook de vereniging van vrije scholen op hun wedsites hier nergens aandacht aan besteedt. Door zijn principiële en onbuigzame houding botste het wel eens op persoonlijk vlak en in zijn sociale relaties.  
Zijn ex-vrouw Edithe de Clercq Zubli  was ook bovenbouwleerkracht in Groningen. Na de scheiding  werd ze ook medeoprichter van de staatsvrije Bovenbouw in Meppel. Verder was ze actief in de Nederlandse Driegeledingsbeweging door lezingen te geven. Zij schreef ook artikelen over dit onderwerp in het onderwijsblad Vrije Opvoedkunst waar zij mede redactielid was en jarenlang voor  het tijdschrift Driegonaal . Zij is auteur van het boekje “De onvoltooide revolutie”(1989).
 
Zelf heb ik Mouringh Boeke beter leren kennen tijdens de samenwerking in antroposofisch adviesbureau Commentor , in de jaren 1984-1985 waar hij samen met Nico Franken (ook jurist) en Max Rutgers – van Rozenburg de harde kern vormde. Dit bureau probeerde initiatieven op het gebied van antroposofische landbouw, gezondheidszorg (therapeutica) en vrijeschool onderwijs  bij te staan met adviezen. Als enige bedrijfskundige bestond mijn taak er vaak eruit om de eerste screening te doen bij opdrachtgevers en op basis daarvan een mogelijke adviesopdracht te formuleren en deze te verdelen onder de overige vennoten. Zo verrichten wij betaalde opdrachten voor o.a. Loverendale (BD-bedrijf in Zeeland) en  Kruidengroothandel De Piramide en levensmiddelengroothandel Aquarius in Lelystad. Na circa anderhalf jaar bloedde het initiatief dood omdat de leden eigen werkzaamheden meer voorrang gaven en de markt voor dit soort initiatieven commercieel gezien te klein was.  
Later heb ik contact gehouden met Mouringh via de door hem georganiseerde werkbijeenkomsten waar de Steiner boeken “Filosofie der Vrijheid” en “Kernpunten van het sociale vraagstuk” nauwgezet werden bestudeerd. Meestal vonden deze bijeenkomsten in de binnenstad van Utrecht plaats kan ik me herinneren en werd de inhoudelijke bespreking afgewisseld met euritmie onder leiding van Sjoukje Rietveld. Deze bijeenkomsten zijn me altijd bijgebleven omdat ze zo nauwgezet en minutieus door Mouringh geleid werden. Als jurist had jij een scherp oog voor details en formuleringen, die een willekeurige geïnteresseerde als haarkloverij zou beschouwen, maar die soms essentieel waren voor de boodschap en de kern van het betoog. Anderzijds gaf hij weinig om uiterlijk en zagen zijn haren, baard en kleding (zeker zijn ruim hangende corduroy-jasje) er altijd wat slordig en onverzorgd uit. Maar als hij eenmaal begon met praten dan werd je je meteen bewust van zijn scherpzinnigheid en leraar-vakmanschap. Hij zorgde ervoor dat alle deelnemers aan het einde van de middag écht iets geleerd hadden, wat ze waarschijnlijk nooit meer zouden vergeten. Hij zorgde ervoor dat bij iedereen het figuurlijke kwartje was gevallen. Geen wonder dat hij de autoriteit werd in Nederland, die ook nieuwe vertalingen maakte van Steiners’ teksten en inleidingen schreef voor diens opnieuw uitgegeven boeken op het gebied van de Sociale impuls van de antroposofie.        
 
 
Samen met Dieter Brüll (ook jurist) stond hij aan de wieg van een intensieve jaarlijkse en soms twee jaarlijkse opleiding Sociale Driegeleding vanaf midden jaren tachtig. Uiteindelijk is deze opleiding met vijf lichtingen van start gegaan waar later ook Fred Beekers en John Hogervorst mededocenten waren. Het bijzondere van de opzet was dat de organisatie, de modules, lesprogramma en de betaling georganiseerd en verzorgd werd door de cursisten zelf. De docenten gaven alleen de randvoorwaarden aan. Op deze manier moesten de deelnemers zelf de sociale driegeleding in praktijk ervaren. Zij moesten een gevoeligheid ontwikkelen voor het onderscheid tussen geestesleven onderwerpen, rechtsvragen en economische vraagstukken. Zelf heb ik serieus overwogen om me als deelnemer op te geven voor de eerste lichting, maar de afspraak was dat de cursus alleen in weekenden en schoolvakanties gegeven zou worden en dat was voor mij, naast mijn werk en als jonge vader, te belastend. Toch liet ik geen gelegenheid voorbij gaan om lezingen van Mouringh of Dieter te bezoeken want het waren fascinerende mensen met een uitgesproken missie en visie.  Dieter Brüll was ooit hoogleraar Belastingrecht aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, maar stopte ermee toen hij vaststelde dat nieuwe belastingwetten steeds meer gingen indruisen tegen zijn uitgesproken rechtsgevoel.      
Mouringh en ook zijn vrouw Edithe waren vanaf het begin betrokken bij het blad Driegonaal dat inmiddels al bijna 30 jaar bestaat. Edithe was mede-redactielid. Later is het helemaal overgenomen  door uitgever en publicist John Hogervorst en zijn partner Liesbeth Takken. In de beginjaren zorgde het echtpaar Boeke ook voor de nodige copy.   Artikelen zijn ook verschenen in Vrije Opvoedkunst, Lerarenbrieven  en het toen bekende blad Jonas.
 
Als jurist heeft Mouringh ooit  een nieuwe onderwijswet geschreven om een soort vrije sector binnen het onderwijs te creëren. Volgens mij heeft hij ook nog een procedure tegen de staat gevoerd. Later kwam hij met vernieuwende ideeën om mensen onderwijsvouchers te geven, die ze konden inwisselen en te gelde maken bij de school van hun keuze.
Mouringh was een van de weinigen uit het vrije schoolonderwijs die de Sociale Driegeleding zeer belangrijk vonden en dat juist ook in het vrijeschool onderwijs meer plaats en betekenis moest worden gegeven aan  vraagstukken van de juiste structuur, financiering en organisatie. Het was niet alleen bedoeld als een visie of theorie voor de maatschappij of economie als geheel (macro), maar zeker ook van groot belang voor organisaties in het vrije geestesleven (meso). Dit was in eerste instantie voor de leidende figuren in het vrije school onderwijs, zoals Willem Veltman en de voorzitter van de Antroposofische vereniging Bernard Lievegoed, niet zo vanzelfsprekend. Boeke, Brüll, maar ook Lex Bos en  Arnold Henny vormden echter een minderheidsgroep in deze kwestie. Pas op veel latere leeftijd heeft Willem Veltman openlijk toegegeven dat hij zich hierin vergist had en het eminente belang van de sociale driegeleding pas veel later heeft ingezien.
Terugkijkend hebben  Mouringh en zijn partner Edithe een belangrijke rol gespeeld om de sociale en maatschappelijke visie van de antroposofie in Nederland bekendheid te geven en de relevantie ervan aan te tonen bij een grote groep van mensen, maar vooral ook voor antroposofische instellingen en organisaties. Beide zijn voor mij persoonlijk bijzondere leermeesters en inspirators geweest waarvan ik ook in het voorwoord melding heb gemaakt in mijn boek Trias Politica Ethica (1e druk 2006 en herdruk 2011).

vrijdag 10 februari 2017

In Memoriam Roelof Jan Veltkamp ( †30 jan. 2017)

Het artikel is voor het eerst verschenen op dit weblog op 10 februari 2017


Vrijeschool leerkracht en redacteur overleden.
Roelof Jan Veltkamp
 
Onverwachts kwam het nieuws dat de Haagse vrijeschool leerkracht, decaan en dichter Roelof Jan Veltkamp op 61-jarige leeftijd in zijn slaap is overleden op 30 januari jongstleden. De Haagse vrijeschool was de eerste en dus de oudste in Nederland en dateert al van de jaren twintig van de vorige eeuw. Deze school heeft een voortrekkersfunctie gehad voor de vrijeschool beweging.
Daarmee verliest de vrije schoolbeweging een markante en gedreven persoonlijkheid die een groot deel van zijn leven in dienst heeft gesteld van de idealen van de vrijeschool en de antroposofie, door het vastleggen en doorgeven van kennis uit het vrijeschool onderwijs.
 
Alhoewel ik hem nooit persoonlijk heb ontmoet, voel ik me niet alleen verwant als leeftijdsgenoot maar vooral ook als geestverwant.  We hebben meerdere keren contact gehad over verschillende publicaties.
Als hoofdredacteur van de Lerarenbrieven en later oprichter van het digitale platform vrijeschoolbeweging bood hij mij als betrokken initiatiefnemer, bestuurder en vrijeschool-ouder volop gelegenheid  om door middel van ingezonden artikelen vooral over de sociale of maatschappelijke driegeleding te schrijven en dat binnen vrije scholen aan de orde te stellen.
De Lerarenbrieven bevat voornamelijk artikelen van leerkrachten over leerstof, vakinhoud, jaarfeesten, ontwikkelingsstof, boekbesprekingen en natuurlijk de pedagogische en didactische visie met betrekking tot het vrijeschool onderwijs. Dat Veltkamp juist ook ruimte bood aan een onderwerp als sociale of maatschappelijke driegeleding was heel uitzonderlijk.
   
Na een drietal artikelen van Annemarie Sijens, bestuurder en organisatieadviseur van vrijescholen, in de Lerarenbrieven van 2012 (no 2,3 en 4), stuurde ik een ingezonden artikel getiteld: "Reactie op scheppen vanuit waarden" (23-4) met ook in datzelfde nummer nog een reactie van Mevrouw Sijens. Het uitgebreide betoog van Annemarie was een wollig verhaal met mooie vage begrippen die volgens mij ver afstonden van de idealen en praktijk van de sociale of maatschappelijke driegeleding. Roelof Jan Veltkamp was een uitgesproken voorstander van deze inhoudelijke dialoog met hoor en wederhoor.  Toch was het voor een kwartaalblad als de Lerarenbrieven heel ongebruikelijk dat er een pennenstrijd ontstond.   
Als mede-initiatiefnemer van de vrijeschool de Regenboog in Eindhoven heb ik deze school gedurende 25 jaar gevolgd , mede ook omdat mijn kinderen daar naar de basisschool gingen.
Een ander voorbeeld is een artikel dat ik schreef over de Utrechtse vrije basisschool waar de medewerkers gekozen hebben voor een lerarencoöperatie als bestuursvorm. Dat is uitzonderlijk binnen vrije scholen, die veelal als Stichting met een  apart vrijwilligersbestuur opereren, waarin geen leraren zitten. Een uitgebreid gesprek met een van de medewerkers leverde onderstaand verhaal op. Dat artikel is eerst geplaatst in het Paasnummer van Lerarenbrieven 2014 (Jaargang 25-2) zie onderstaande voorblad en later als digitaal artikel.
 
 
 
In het paasnummer van 2013 stond een door mij geschreven boekbespreking: "Onderwijs en de kunst van het lesgeven" door Jan Klaasen, geschiedenisleerkracht Vrijeschool Brabant (later Novaliscollege).  
Natuurlijk was hij als vrijeschoolleerkracht ook trots toen het onderwijsonderzoek van prof. Dr. Jaap Dronkers uit Maastricht aangetoond had in een landelijk onderzoek dat vrije scholen het bovengemiddeld goed doen en nam mijn artikel daarover meteen over. Een van die uitzonderlijk goed presterende  vrije middelbare scholen was het Novaliscollege in Eindhoven met een VMBO, HAVO en VWO-stroom.
 
 
Ook de antroposofische visie op de economie had zijn grote belangstelling, ondanks dat hij een talendocent was. Bij het opnieuw verschijnen van het Steinerboek over de economie gaf uitgever John Hogervorst  in het Novaliscollege te Eindhoven daarover een lezing. Dat is integraal overgenomen. https://www.vrijeschoolbeweging.nl/achtergrond/economie-is-mogelijk/
 
Opvallend was het zeker ook dat Roelof Jan mijn artikel over de voordelen van een basisinkomen heeft overgenomen in de Lerarenbrieven (Michaëlnummer 2014). Onder de titel "Gratis geld effectief tegen armoede " beschrijf ik een aantal succesvolle experimenten met een basisinkomen. Dat is uiteraard geen vast onderwerp binnen vrije scholen, maar kennelijk raakte het Roelof Jan. Dat artikel was ook gepubliceerd als opiniestuk in het Eindhovens Dagblad.
http://driegeleding.blogspot.nl/2013/10/de-voordelen-van-een-basisinkomen.html
 
Zelfs een verhaal over de Biologische Dynamisch landbouwmethode en het Sekem initiatief in de woestijn in Egypte hadden de belangstelling van Veltkamp.
 
Het zal een moeilijke zoektocht worden om een vervanger voor iemand als Roelof Jan Veltkamp te vinden die met zoveel inzet en betrokkenheid deze vrijeschoolwebsite en het kwartaalblad de Lerarenbrieven zal beheren en overnemen.   
Graag wil ik de familie veel sterkte wensen bij het verwerken van zijn onverwachte verlies.