maandag 23 december 2019

De weldadige overvloed van de Vrije School


Variatie op de platonische vormen in geboetseerde klei. 

Zelf heb ik mijn lagere schoolperiode doorgebracht in een dorps-katholieke jongensschool, waar het onderwijs mager en sober was. In de klassen vond je wat planten op de vensterbank, kasten met boeken, wat schriften en natuur- en landkaarten aan de muur.  In het klaslokaal stonden kleine tafeltjes met inktpotten waarin we onze kroontjespen moesten dopen . Gelukkig kwamen er later ballpoints die het schrijven vergemakkelijkten.

Uit koperplaten rondgeslagen helften die aan elkaar gesoldeerd zijn tot ballen. 















Hoe anders is dan het vrije school onderwijs dat in 1919 door Rudolf Steiner in Stuttgart is begonnen als een school voor kinderen van arbeiders uit de plaatselijke sigarettenfabriek, Waldorf Astoria, van ondernemer Emil Molt.
 Nieuw en fundamenteel was het uitgangspunt dat de school er is vóór de kinderen én hun ontwikkeling ! Dat moet centraal staan en niet de eisen of wensen van de staat, de kerk of het bedrijfsleven.  Het direct daarbij aansluitende wezenlijke uitgangspunt is dat ieder kind een lichamelijk en ziele-wezen is, dat vanuit de geestelijke wereld op aarde komt met een wilsvoornemen en vele ervaringen die in hem/haar sluimeren.  Een kind is dus geen onbeschreven blad(tabula rasa) of leeg vat dat gevuld moet worden met kennis of gevoelens.  

 
Een uit een blok hardhout gebeitelde en ovaalgevormde en afgewerkte schaal

Dat zijn de uitgangspunten van de pedagogiek  voor het vrije-school onderwijs en was indertijd voor mij doorslaggevend bij de zoektocht naar een geschikte onderwijsvorm voor onze drie kinderen.
Woonachtig in Eindhoven hadden wij geluk met twee vrije basisscholen in de directe omgeving (de Regenboog en Vrije School Brabant) en twee middelbare vrije scholen (Vrije School Brabant en Ambachtelijk Technische Bovenbouw (ATB)) . Uiteindelijk werd het één middelbare school onder de naam Novaliscollege. Zie ook https://vrijescholen.blogspot.com/2013/11/novaliscollege-beste-vrijeschool-van.html
Mijn drie kinderen begonnen allemaal in de peuter/kleuterklas met Meester Bas (van Rooij) van Vrije School de Regenboog op het Mimosaplein in Eindhoven-Zuid.  
Zie ook  https://vrijescholen.blogspot.com/2015/05/vrije-basischool-de-regenboog-groeit.html

Na wat open dagen en voorlichtingsbijeenkomsten was onze keuze snel gemaakt en daarvoor zijn we nu decennia later nog steeds heel dankbaar. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat er ook van ouders veel wordt verwacht. Niet alleen een hogere jaarlijkse ouderbijdrage, maar ook klussen uitvoeren zoals het poetsen van de klas per toerbeurt of op ouderavonden knutselen voor de kinderen. Soms was dat een mooie tekening of schildering, maar soms ook handenarbeid zoals het maken van een kinderlier. Je krijgt er anderzijds ook heel veel voor terug.  

Voor mij ging een nieuwe wereld open toen ik ons oudste kind naar de peuterklas bracht en er ook een tijdje mocht blijven op die eerste dag. Het waren best redelijk grote groepen van 3 en 4 jarigen door elkaar bestaande uit ongeveer 25 kinderen. De inrichting was helemaal aangepast aan de kinderen met natuurlijke kleuren (pastel gesluierde muren) en veel natuurlijke materialen zoals houten speelgoed, wollen en katoenen stoffen, poppen, kleine keukentjes etc. Meteen was duidelijk: “het kind staat centraal”. 

In een grote kring stonden de stoeltjes waarop de kinderen gingen zitten en korte tijd later begon de leerkracht een liedje te zingen met een soort Jan Klaassen pop in zijn handen, die alle kinderen begroette en op een vrolijke manier de dag inluidde. De kinderen zongen en bewogen volop mee. In deze basis kleuterjaren staat het levendige onderlinge spel en eten/drinken voorop en geen cijfers of letters. Met ontroering voor zoveel schoonheid en liefde voor deze jongste kinderen ben ik vertrokken en kon ik mijn kind met een gerust hart achterlaten. Hier is hij in “goede handen”.  

Op bijna wiskundige manier gevouwen papier tot ster of sneeuwkristal.


 Dat was nog maar het begin, want het vrije-school onderwijs is ontwikkeld en in de meest  ideale situatie bedoeld voor kinderen van 3 tot 18 jaar. Te beginnen met peuter/kleuterschool, onderbouw (lagere school t/m klas 6), middenbouw (klas 7en 8) en bovenbouw (klas 9 t/m 12). Dan komt het hele lesprogramma en leerplan volledig tot zijn recht, want het is een over de jaren verdeelde maar toch geïntegreerde onderwijsvisie.

Het boetseren van een hoofd  uit witte klei  en later bakken levert verschillende resultaten op. 

Een ander uitgangspunt dat essentieel is en dat wij als ouders op ouderavonden of tijdens lezingen  wel eens te horen kregen was dat het vrije-school onderwijs zo is opgezet, dat ieder kind de mensheidsgeschiedenis in een notendop nog eens doorloopt. Dus een periode met de oudste beschavingen waar we het spijkerschrift van leren, doorgaand tot de Egyptische periode met hiëroglyfen, daarna de Romeinse periode met letters als getallenschrift etc. Later komt dan de Griekse periode en middeleeuwen, gouden eeuw tot aan de moderne industriële tijd. 
In liederen, muziek, toneelstukken, verhalen komen al deze cultuuraspecten aan bod en dat is al een rijkdom op zich. Voor het gewone, reguliere middelbare schoolonderwijs heeft de overheid en ministerie van onderwijs bepaald ,welke geschiedenisperioden “belangrijk” zijn en in de "canon" horen en terugkeren in de examenstof. De rest wordt gewoon overgeslagen en weggelaten.

Ieder kind is een geestelijk–zielenwezen en daarom is een religieuze houding en christelijke opvoeding zeker nodig . De vrije-school doet dat op een speciale manier, waarbij veel aandacht wordt besteedt aan de christelijke jaarfeesten. Toch is het godsdienstonderwijs veel breder en komen ook Zarathustra,  Enlil en Enkido uit Gilgamesh,  de "Asen" in de Eddah, Boeddha,  Mohammed, Franciscus en Jezus Christus aan bod evenals hun (mythische) verhalen.


Gebeitelde en geschuurde , dooraderde marmersteen.


Een ander belangrijk didactisch en pedagogisch principe is het feit dat ieder kind "drieledig en vierledig"is. Drieledig omdat drie verschillende kwaliteiten aangesproken en ontwikkeld moeten worden: het verstand of intellect, het hart met gevoelsleven en het wilsgebied met de ledematen. Kinderen moeten dus vooral ook heel fysiek veel kunnen bewegen, spelen, sporten, springen en stampen. Zo worden de (Romeinse) legers in opmars stampend geoefend en ook de rekenkundige tafeltjes door bewegingen getraind. Ook de maten in de muziek of de rijmsoorten in gedichten. Het is vooral bewegingsonderwijs dat ook het gemoed en gevoel aanspreekt en ondersteunt bij het memoriseren en onthouden. De drie kwaliteiten en hun interactie zijn zeer belangrijk.
De vierledigheid is gebaseerd op de vier lichamen, die ieder mens heeft volgens Rudolf Steiner: een fysiek-stoffelijk lichaam, een etherisch lichaam, een astraal lichaam en een ik- geestelijk- mentaal lichaam.

Verder heb ik als ouder ook geleerd dat kinderen opgevoed worden tot vrije, zelfstandige en verantwoordelijke mensen en burgers. Zij moeten voldoende bagage krijgen dat zij eigenstandig verantwoorde studie- en beroepskeuzes kunnen maken en hun unieke bijdrage kunnen leveren in de samenleving, die past bij hun talenten en kwaliteiten.

De kunst en kunde is het dan om kinderen in aanraking te laten komen met een breed scala aan ambachten, materialen, vaardigheden, kunstzinnige en culturele invalshoeken. Prachtig is om te zien hoe de leerlingen leren wol spinnen, breien en haken (ook de jongens), houtbewerken, koperslaan, ijzersmeden, emailleren en steenhouwen. Ze oefenen om van klei kopjes te vormen, deze te glazuren  en te bakken. Of wilgentenen vlechten tot een mandje,  verder ook papier "scheppen" en later inbinden tot een boek, ze leren stoffen poppen en/of  dieren te maken, een vogelhuisje timmeren, een hangmat knopen, en bij handvaardigheid zichzelf helemaal kunnen “kleden”. Dat begint bij leer bewerken voor het maken van schoenen, dan sokken breiden. Vervolgens een broek, hemd en jas ontwerpen, knippen en naaien en uiteindelijk zelfs een hoofddeksel bedenken en maken van vilt. Dan is de mens af en klaar voor de wereld. 
In het lesprogramma leerden de kinderen ook maaltijden bereiden en koken. Ook die vaardigheid heeft ieder mens nodig om in zijn eerste levensbehoeften te voorzien. Symbolisch is ook dat de leerlingen in de twaalfde klas een periode besteden aan het tekenen van hun ideale droomhuis op kalkpapier.  Ze moeten daarbij meteen meetkundige inzichten  toepassen om een uitwerking te maken van een schaalmodel met alle aanzichten zoals voorzijde, achterkant, zijkant en bovenkant. Bij een huis met meerdere verdiepingen is dat een hele minutieuze opgave.  Een mooiere afronding is niet denkbaar als ook "het eigen huis" af is !  


Grote uitgegutste fruitschaal met zelf gevormde, geglazuurde en gebakken aardewerken bekers. 


Prachtige herinneringen heb ik ook aan de vele muziek- , kooruitvoeringen en zeker ook toneelopvoeringen. Voor een toneelstuk werd zelfs zes weken uitgetrokken om samen een decor te bedenken en te realiseren , de passende kleding en rolverdeling uit te zoeken en natuurlijk het (van buiten-) leren van de toneelteksten en rollen. De toneelleerkracht of klassenleerkracht had een stuk gekozen of onderwerp/ periode gekozen dat past bij de leerstof van dat jaar. De rolverdeling werd zo gekozen om alle leerlingen uit te dagen door ze in een andere tijd te plaatsen, met andere moeilijkheden, of in een andere levensfase, of zelfs in een ander geslacht. 
Als afsluitend toneelstuk op de Regenboog voerde de klas van Meester Chris Peels een oosters toneelstuk op met als titel Prinses Turandot , waarbij een aantal meisjes gesluierd hun buikdans-kunsten vertoonden tegen een decor uit het Verre Oosten. Wat een metamorfose en hoe trots waren de stralende kinderen.    
Zo heb ik raar staan kijken om mijn jongste dochter opeens in mannenkleren en met een grote opgestopte buik op het toneel te zien staan en te praten met een zware stem in “My fair Lady. Ook bijzonder was mijn normaal zeer bewegelijke zoon, die opeens een oude gebochelde man leunend op een stokje moest spelen in het Zeemansverhaal “Op hoop van Zegen”.
Ontroerd was ik ook door het uitgevoerde toneelspel Anatevka met mijn oudste dochter als een van de drie dochters van Tevje, die opeens met klagende stem roept “maar Papa…”. 
De toneel- en bovenbouwleerkracht Francis van Maris wist de kinderen tot het uiterste te prikkelen.   

Prachtig was ook mijn oudste dochter in een hoofdrol als het kindermeisje bij de familie von Trapp in de musical Sound of Music en die de vele moeilijke liedjes opeens ten gehore brengt. Petje af.  Groepsleerkracht Jack Verhulst was niet alleen regisseur, maar speelde mee en zong zelf de liedjes van Herr Von Trap.  






Er is ook heel veel te vertellen over de jaarlijkse getuigschriften, de schoolkampen en de drie stages. 
Zo is er in klas 9 de winkelstage, in klas 10  de maatschappelijke stage en in klas 11 de bedrijfs of industriële stage die allemaal  6 weken duurden. Enkele jaren geleden hebben ook reguliere middelbare scholen een maatschappelijke stage ingevoerd, maar dat ging maar om een paar dagen.
Op de Vrije School Brabant kende men daarnaast een kennismakingskamp in de middenbouw , later een landmeetkamp , gevolgd door een schoolkamp voor geologisch/ fossielen onderzoek in bv de Mergelgrotten of Ardennen met daarbij een bezoek aan een steenkoolmijn. Ook een landbouwkamp op een BD-boerderij in Zeeland of Texel/Terschelling.    

Belangrijk is zeker ook de eindreis in klas 12 en vooral ook het individuele eindwerkstuk en presentatie van de leerling als afronding. Verder denk ik ook graag terug aan de euritmie-uitvoeringen en kerkuitvoeringen van het bovenbouwkoor samen met het schoolorkest waar bekende klassieke stukken werden gespeeld. Muziekleerkracht Hans Nijnens wist er een mooie uitvoering van te maken. Zo herinner ik me nog een prachtige Peer Gynt uitvoering en stukken uit Mozart's opera "Die Zauberflöte". 




Aangeklede pop

Je zou bijna denken dat er bij zo'n uitgebreid scala aan kunstzinnige en praktische vakken geen tijd overblijft voor het basis-leerprogramma. Toen mijn oudste kind begon op de vrije middelbare school ergens in 1996 of 1997 konden de leerlingen de 12e  klas afsluiten met een vrije school getuigschrift en daarnaast hadden ze al eerder een IVO-Mavo diploma gehaald. Later onder druk van Onderwijsminister Netelenbos moesten ook vrije scholen profielen met een bijpassend vakkenpakket aanbieden voor een VMBO,-T,  HAVO en/of VWO-diploma. Dat is uiteindelijk ook ingevoerd, maar met als gevolg dat veel praktische en kunstzinnige vakken zijn komen te vervallen of erg zijn ingekrompen.   
De vrije school heeft aan de ouders maar zeker ook aan de kinderen veel dierbare ervaringen gegeven, die ze als bagage meenemen in hun verdere leven en die zijn van onschatbare waarde.
De vrije school in Eindhoven heeft twee jaar op rij tot de beste middelbare van Eindhoven gehoord,  maar is recentelijk weer afgezakt naar de onderste plaats.
https://vrijescholen.blogspot.com/2015/01/novaliscollege-topschool.html

Mocht je verder geïnteresseerd zijn dan is het in 2019 verschenen dikke en grote boek:"Het Goud van Waldorf"  een aanrader. Het is uitgegeven door vrije-school tijdschrift Seizoener ter gelegenheid van het honderd jarig bestaan van het vrije-school-onderwijs. Zij spreken over het goud of de kroonjuwelen die de vrije scholen wereldwijd aan de kinderen meegeven.                             




             

maandag 28 oktober 2019

Waar staan we na een eeuw Vrijeschool Onderwijs?



In het jaar 1919 is de eerste vrijeschool (toen Waldorf Astoria Schule geheten) gestart op de Uhlandshöhe in Stuttgart op verzoek van Emil Molt,  de toenmalige directeur van de tabaksproducent Waldorf/Astoria. Deze markante persoonlijkheid deed dat verzoek aan Rudolf Steiner om een nieuwe school op te richten voor de kinderen van het fabriekspersoneel, maar vanuit een antroposofische mensvisie.

Die school en de achterliggende pedagogiek, didactiek en mensvisie heeft zich in honderd jaar zeer succesvol ontwikkeld, als je beseft dat er momenteel wel bijna 1000 van deze scholen zijn wereldwijd, verdeeld over honderd landen. Op alle continenten zijn er vrijeschool- initiatieven ontstaan en sommigen zijn uitgegroeid van peuter-, tot kleuter- en later basisscholen en in een aantal gevallen zelfs uitgegroeid tot volledige middelbare scholen. 
In het ideale geval is de vrije school een doorlopende leer- en ontwikkelingsweg voor kinderen van 3 jaar tot 18 jaar, dus geïntegreerd kleuter- basis- én middelbaar onderwijs.

Dit eeuwfeest verdient natuurlijk extra aandacht en dat blijkt ook uit de prachtige documentaire in de vorm van een drieluik, die op You Tube dit jaar is verschenen.Een prachtig geschenk, dat in een zeer kleurrijk pallet allerlei vrijeschool-leerkrachten aan het woord laat, die vertellen waarom in hun ogen het vrijeschool-onderwijs zeer de moeite waard is en waarin het zich onderscheidt van regulier of ander bijzonder onderwijs.  De Amerikaanse regisseur heeft kosten nog moeite gespaard om die scholen in China, Rusland, Afrika, Israël en zelfs de Palestijnse gebieden en Kosovo goed in beeld te brengen. Het bijzondere is dat de vrijeschool-visie kennelijk universeel is en omarmd wordt door vele verschillende culturen.
 Terwijl de inrichting van leslokalen in kleur en vorm , het materiaalgebruik, de vakken en zelfs het schoolplan zeer herkenbaar is en bijna standaard is , is toch de culturele omhulling overal anders.
Zie ook: 
Deel 1. (Nederlands ondertiteld)  https://youtu.be/rdObwR2Jrq8
Deel 2  (alleen Engels)  https://youtu.be/vDFmUwA3_jE
Deel 3. (alleen Engels) https://youtu.be/2-mVPUzgWPY
 
Openingswoord van Jan Kranen, oud-middenbouwleerkracht en docent Frans van het Novaliscollege te Eindhoven

Daarnaast zijn er in Nederland en ook in Europa dit jaar feestelijke bijeenkomsten gepland en al geweest om aandacht te vragen voor dit memorabele jaar.
 Op 20 September werd in Utrecht, locatie De Fabrique, het grote Waldorf100 Festival gehouden dat met bijna 3000 bezoekers de meeste aandacht heeft getrokken. Er vonden vele activiteiten plaats in diverse verschillende workshops.
 Bijzonder was ook de presentatie van een film over de vrije basisschool in Utrecht vanwege de vorm als lerarenzelfbestuur en lerarencoöperatie. Zelf heb ik er vijf jaar geleden ook aandacht aan besteedt in de vorm van een artikel, dat ook op de website van de vrijeschool-beweging is terug te vinden. Zie ook   https://www.vrijeschoolbeweging.nl/achtergrond/utrecht-heeft-een-lerarencooperatie-als-organisatievorm/   

Kennelijk heeft deze ontwikkeling iets in gang gezet, want komend voorjaar (2020) in maart wordt er een conferentie georganiseerd op landgoed Zonheuvel in Doorn over de organisatie van vrije scholen in Nederland en België. Men zal daar ook de uitkomsten van een klein onderzoek in België meenemen met als vraag:"Past de huidige organisatie van de vrijescholen die in de afgelopen decennia is ontstaan bij het onderwijs dat we willen geven?".  
Bijzonder interessant   als we bedenken dat er in vrijeschool-land een enorme schaalvergroting heeft plaatsgevonden waar meerdere scholen gefuseerd zijn onder een overkoepelend schoolbestuurEen enorme centralisatie die zeker heeft bijgedragen aan een verdere professionalisering, maar waar besturen echt "op afstand" gebeurt. Dat geldt zowel voor het basis als middelbaar onderwijs. Al in 2008 schreef ik daar ook al een artikel over. https://vrijescholen.blogspot.com/2008/12/schaalgrootte-en-onderwijs.html

Het eeuwfeest is iets om trots op te zijn als je terugkijkend in Nederland ziet hoe het vrije school onderwijs zich heeft ontwikkeld. Nederland was met zijn eerste vrije school in Den Haag ook een van eersten, waar buiten Duitsland een vrijeschool ontstond begin van de vorige eeuw kort na 1920.
 Later in de jaren vanaf 1970 zijn er in Nederland in korte tijd meerdere vrije scholen ontstaan, zo ook in Eindhoven. De Vrije School Brabant begon eerst als basisschool en later als middelbare school. Later na de splitsing van basis en middelbaar onderwijs is een deel verder gegaan als middelbare vrijeschool onder de naam Novaliscollege en de basisschool bleef de Vrije school Brabant.  
Deze school is in het verleden ook al twee keer uitgeroepen tot beste school van Eindhoven.   https://vrijescholen.blogspot.com/2012/12/vrije-scholen-kampioen.html  en

De vrije middelbare school in Zeist is zelfs uitgeroepen tot beste middelbare school van heel Nederland  Je zou daarom ook met recht kunnen zeggen dat het vrijeschool-onderwijs tot "de beste" behoort en zou dit dan ook moeten "claimen",  zoals ik eerder in een ED-opinie-artikel deed. https://vrijescholen.blogspot.com/2018/01/waarom-eisen-wij-niet-het-beste.html

In Nederland bestaan op dit moment zo'n 90 vrije scholen verdeeld over 73 basisscholen en 17 vrije scholen voor voortgezet onderwijs. Van veel bekende Nederlanders kennen we de vrije school achtergrond. Zie ook  https://vrijescholen.blogspot.com/2012/08/succesvolle-ex-vrije-schoolleerlingen.html

Op 28 Oktober hebben vier regio vrije scholen in Noord-Brabant een bijeenkomst  georganiseerd in het Parktheater te Eindhoven, met ‘s-morgens activiteiten voor de huidige vrijeschool- leerlingen en een middagprogramma voor (oud-) leerkrachten en bestuursleden en betrokken ouders. 

Spreker Frans Lutters, bovenbouw leerkracht vrije school Zeist. 

Dat middagprogramma draaide om een lezing of voordracht van vrije school bovenbouw-leerkracht  uit Zeist,  Frans Lutters met als titel “Honderd jaar Menskunde” op uitnodiging van de vrijeschool-voorbereidingsgroep en Oloïd, het studie- en ontmoetingscentrum voor antroposofie regio Eindhoven.

Persoonlijk vond ik het een wat vreemde en aparte titel, die ik niet had verwacht bij een eeuwfeest herdenking . Hoezo honderd jaar menskunde? Die is toch veel ouder als wetenschappelijke discipline? Claimt de vrije school nu dat vakgebied zomaar alleen op?
Je zou eerder een vooruitblik verwachten zoals: “Hoe zal het de vrije school de komende eeuw vergaan”? Zijn we dan verdwenen, cultureel en maatschappelijk gezien overbodig geworden of zelfs verboden? Of zijn alle scholen dan vrijescholen geworden ?
Je zou eventueel ook terug kunnen kijken op honderd jaar ervaring om dan vast te stellen “Wat was/is de missie, visie en identiteit van de vrije school?” 
Twee werkgroepen vanuit de vrijeschool beweging , vroeger de Bond van Vrije Scholen,  zijn daar langere tijd mee bezig geweest zo’n tien jaar geleden. Eerst onder leiding van Annemarie Sijens en later Jan Alfrink.  Zie ook https://vrijescholen.blogspot.com/2009/12/identiteit-van-vrijescholen.html

Zo’n twintig jaar geleden was er het landelijke vrijeschool Project  2000 dat ontstond omdat het ministerie van Onderwijs de vrije middelbare scholen verplicht oplegde,  dat ze allemaal  VWO, HAVO en VMBO-t  als type onderwijs moesten gaan aanbieden om nog 6 jaar bekostiging (lees subsidie)  te kunnen krijgen. Geen IVO-Mavo meer, samen met alleen een Vrijeschool getuigschrift, maar een algemeen erkend diploma . Een moeilijk traject met vele verregaande consequenties, waar decennia later nog steeds hobbels in te nemen zijn. Bijvoorbeeld geen 12e klas meer voor de HAVO-leerlingen, maar al centrale examens in de 11e klas en voor het VMBO-t zelfs al in de 10e klas.
Zie ook https://vrijescholen.blogspot.com/2008/06/project-2000.html 

Wiskunde leerkracht van Tijn van Well (L) en oud-rector Novaliscollege Marion Beijer

 
Dat kwam echter niet of slechts zeer zijdelings aan bod in de toespraak van Lutters. Hij gaf vooral een beschrijving van de beginsituatie toen de eerste Waldorf/Astoria Schule ontstond. Met een verwijzing naar zijn zelf gekozen titel “Honderd jaar Menskunde” , beschreef hij dat Rudolf Steiner aan het begin van dat eerste schooljaar een cursus Algemeine Menschkunde  gaf aan die kleine groep leerkrachten.  Vervolgens probeerde Lutters in de beperkte gegeven tijd in grote trekken deze menskunde naar lichaam, ziel en geest uit te leggen en wat dat betekent in de praktijk van het vrije school onderwijs. Een onmogelijke opdracht, die natuurlijk alleen fragmentarisch en globaal kon slagen. 

Belangstellenden in zaal Kameleon van Parktheater in Eindhoven 


Tijdens de lezing zat ik me af te vragen: "Voor wie is deze boodschap bedoeld"? Het publiek bestaat uit (oud-) leerkrachten en (oud-) bestuursleden en sommige actieve betrokken (oud-) ouders. Weten zij dan niks van het vrije school onderwijs en het ontstaan ervan?  Is dit een vorm van "public relations" om nieuwe ouders te enthousiasmeren?  Dit is toch geen publieke  voorlichtingsbijeenkomst?
Het lag zeker niet aan de persoon van Lutters, die als leerkracht en spreekbuis van het vrijeschool-onderwijs zeer deskundig is en met regelmaat de afgelopen jaren inhoudelijke stukken heeft geschreven in het vakblad Vrije Opvoedkunst en ook in de Lerarenbrieven (voor vrijeschool leraren) . Als spreker weet hij zeker te boeien met zijn kennis en ervaring en dat allemaal uit het blote hoofd zonder enige papiertje. De setting was echter verkeerd. 

Belangstellenden  voor "100 jaar vrijeschool"  in de foyer beneden


Lutters bracht wel op de valreep nog een apart boek onder de aandacht. Het boek met de titel:"Het prachtige risico van onderwijs" van Gert Biesta. Deze Nederlandse onderwijspedagoog is in het buitenland en met name Engeland en de VS meer bekend, vanwege zijn baanbrekende onderwijsfilosofie. Hij stelt dat het onderwijs vooral een zwak, existentieel proces is en geen productie-achtig of reproduceerbaar proces. Dat de onderwijsdoelen dus breder moeten zijn dan alleen de meetbare opbrengsten en resultaten en dat die door niemand kunnen worden afgedwongen of van boven- of buitenaf kunnen worden gestuurd.
Dat spreekt mij als ervaren, bijna gepensioneerd hogeschooldocent zeer aan. 


zaterdag 23 september 2017

Mouringh Boeke overleden op 82-jarige leeftijd

 
In Memoriam Mouringh Boeke
Deze zomer kwam het bericht dat oud Vrijeschoolleraar en prominent sociale driegeleder Mouringh Boeke op 25 juli was overleden op 82- jarige leeftijd. Hij heeft daarmee nog bijna een decennium langer geleefd dan zijn ex-vrouw Edithe de Clercq Zubli die al in augustus 2008 overleed. Samen hadden ze vijf kinderen. Mouringh gaf lezingen en begeleidde werkgroepen, gaf cursussen en schreef inleidingen bij boeken van Rudolf Steiner. 

Mouringh is geboren in 1935 in Heidelberg en zijn familie verhuisde in 1939 naar Noordwijk. Hij heeft het gymnasium gevolgd in Leiden en studeerde twee jaar in Wageningen zonder succes. Na een drietal jaren in Australië te zijn geweest komt hij terug naar Nederland en vervult zijn militaire dienstplicht. Daarna volgt hij een rechtenstudie in Leiden en was  hij later ook enige tijd wetenschappelijk medewerker aan de juridische faculteit. Vervolgens heeft hij ook een aantal jaren op ministeries gewerkt maar vertrok daar weer vanwege onenigheid over het beleid. Weer jaren later heeft hij de overstap gemaakt naar de vrijeschool bovenbouw (middelbare school) in Haarlem aan het Rudolf Steiner college.  Gek genoeg hebben deze school en ook de vereniging van vrije scholen op hun wedsites hier nergens aandacht aan besteedt. Door zijn principiële en onbuigzame houding botste het wel eens op persoonlijk vlak en in zijn sociale relaties.  
Zijn ex-vrouw Edithe de Clercq Zubli  was ook bovenbouwleerkracht in Groningen. Na de scheiding  werd ze ook medeoprichter van de staatsvrije Bovenbouw in Meppel. Verder was ze actief in de Nederlandse Driegeledingsbeweging door lezingen te geven. Zij schreef ook artikelen over dit onderwerp in het onderwijsblad Vrije Opvoedkunst waar zij mede redactielid was en jarenlang voor  het tijdschrift Driegonaal . Zij is auteur van het boekje “De onvoltooide revolutie”(1989).
 
Zelf heb ik Mouringh Boeke beter leren kennen tijdens de samenwerking in antroposofisch adviesbureau Commentor , in de jaren 1984-1985 waar hij samen met Nico Franken (ook jurist) en Max Rutgers – van Rozenburg de harde kern vormde. Dit bureau probeerde initiatieven op het gebied van antroposofische landbouw, gezondheidszorg (therapeutica) en vrijeschool onderwijs  bij te staan met adviezen. Als enige bedrijfskundige bestond mijn taak er vaak eruit om de eerste screening te doen bij opdrachtgevers en op basis daarvan een mogelijke adviesopdracht te formuleren en deze te verdelen onder de overige vennoten. Zo verrichten wij betaalde opdrachten voor o.a. Loverendale (BD-bedrijf in Zeeland) en  Kruidengroothandel De Piramide en levensmiddelengroothandel Aquarius in Lelystad. Na circa anderhalf jaar bloedde het initiatief dood omdat de leden eigen werkzaamheden meer voorrang gaven en de markt voor dit soort initiatieven commercieel gezien te klein was.  
Later heb ik contact gehouden met Mouringh via de door hem georganiseerde werkbijeenkomsten waar de Steiner boeken “Filosofie der Vrijheid” en “Kernpunten van het sociale vraagstuk” nauwgezet werden bestudeerd. Meestal vonden deze bijeenkomsten in de binnenstad van Utrecht plaats kan ik me herinneren en werd de inhoudelijke bespreking afgewisseld met euritmie onder leiding van Sjoukje Rietveld. Deze bijeenkomsten zijn me altijd bijgebleven omdat ze zo nauwgezet en minutieus door Mouringh geleid werden. Als jurist had jij een scherp oog voor details en formuleringen, die een willekeurige geïnteresseerde als haarkloverij zou beschouwen, maar die soms essentieel waren voor de boodschap en de kern van het betoog. Anderzijds gaf hij weinig om uiterlijk en zagen zijn haren, baard en kleding (zeker zijn ruim hangende corduroy-jasje) er altijd wat slordig en onverzorgd uit. Maar als hij eenmaal begon met praten dan werd je je meteen bewust van zijn scherpzinnigheid en leraar-vakmanschap. Hij zorgde ervoor dat alle deelnemers aan het einde van de middag écht iets geleerd hadden, wat ze waarschijnlijk nooit meer zouden vergeten. Hij zorgde ervoor dat bij iedereen het figuurlijke kwartje was gevallen. Geen wonder dat hij de autoriteit werd in Nederland, die ook nieuwe vertalingen maakte van Steiners’ teksten en inleidingen schreef voor diens opnieuw uitgegeven boeken op het gebied van de Sociale impuls van de antroposofie.        
 
 
Samen met Dieter Brüll (ook jurist) stond hij aan de wieg van een intensieve jaarlijkse en soms twee jaarlijkse opleiding Sociale Driegeleding vanaf midden jaren tachtig. Uiteindelijk is deze opleiding met vijf lichtingen van start gegaan waar later ook Fred Beekers en John Hogervorst mededocenten waren. Het bijzondere van de opzet was dat de organisatie, de modules, lesprogramma en de betaling georganiseerd en verzorgd werd door de cursisten zelf. De docenten gaven alleen de randvoorwaarden aan. Op deze manier moesten de deelnemers zelf de sociale driegeleding in praktijk ervaren. Zij moesten een gevoeligheid ontwikkelen voor het onderscheid tussen geestesleven onderwerpen, rechtsvragen en economische vraagstukken. Zelf heb ik serieus overwogen om me als deelnemer op te geven voor de eerste lichting, maar de afspraak was dat de cursus alleen in weekenden en schoolvakanties gegeven zou worden en dat was voor mij, naast mijn werk en als jonge vader, te belastend. Toch liet ik geen gelegenheid voorbij gaan om lezingen van Mouringh of Dieter te bezoeken want het waren fascinerende mensen met een uitgesproken missie en visie.  Dieter Brüll was ooit hoogleraar Belastingrecht aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, maar stopte ermee toen hij vaststelde dat nieuwe belastingwetten steeds meer gingen indruisen tegen zijn uitgesproken rechtsgevoel.      
Mouringh en ook zijn vrouw Edithe waren vanaf het begin betrokken bij het blad Driegonaal dat inmiddels al bijna 30 jaar bestaat. Edithe was mede-redactielid. Later is het helemaal overgenomen  door uitgever en publicist John Hogervorst en zijn partner Liesbeth Takken. In de beginjaren zorgde het echtpaar Boeke ook voor de nodige copy.   Artikelen zijn ook verschenen in Vrije Opvoedkunst, Lerarenbrieven  en het toen bekende blad Jonas.
 
Als jurist heeft Mouringh ooit  een nieuwe onderwijswet geschreven om een soort vrije sector binnen het onderwijs te creëren. Volgens mij heeft hij ook nog een procedure tegen de staat gevoerd. Later kwam hij met vernieuwende ideeën om mensen onderwijsvouchers te geven, die ze konden inwisselen en te gelde maken bij de school van hun keuze.
Mouringh was een van de weinigen uit het vrije schoolonderwijs die de Sociale Driegeleding zeer belangrijk vonden en dat juist ook in het vrijeschool onderwijs meer plaats en betekenis moest worden gegeven aan  vraagstukken van de juiste structuur, financiering en organisatie. Het was niet alleen bedoeld als een visie of theorie voor de maatschappij of economie als geheel (macro), maar zeker ook van groot belang voor organisaties in het vrije geestesleven (meso). Dit was in eerste instantie voor de leidende figuren in het vrije school onderwijs, zoals Willem Veltman en de voorzitter van de Antroposofische vereniging Bernard Lievegoed, niet zo vanzelfsprekend. Boeke, Brüll, maar ook Lex Bos en  Arnold Henny vormden echter een minderheidsgroep in deze kwestie. Pas op veel latere leeftijd heeft Willem Veltman openlijk toegegeven dat hij zich hierin vergist had en het eminente belang van de sociale driegeleding pas veel later heeft ingezien.
Terugkijkend hebben  Mouringh en zijn partner Edithe een belangrijke rol gespeeld om de sociale en maatschappelijke visie van de antroposofie in Nederland bekendheid te geven en de relevantie ervan aan te tonen bij een grote groep van mensen, maar vooral ook voor antroposofische instellingen en organisaties. Beide zijn voor mij persoonlijk bijzondere leermeesters en inspirators geweest waarvan ik ook in het voorwoord melding heb gemaakt in mijn boek Trias Politica Ethica (1e druk 2006 en herdruk 2011).

vrijdag 10 februari 2017

In Memoriam Roelof Jan Veltkamp ( †30 jan. 2017)

Vrijeschool leerkracht en redacteur overleden.
Roelof Jan Veltkamp
 
Onverwachts kwam het nieuws dat de Haagse vrijeschool leerkracht, decaan en dichter Roelof Jan Veltkamp op 61-jarige leeftijd in zijn slaap is overleden op 30 januari jongstleden. De Haagse vrijeschool was de eerste en dus de oudste in Nederland en dateert al van de jaren twintig van de vorige eeuw. Deze school heeft een voortrekkersfunctie gehad voor de vrijeschool beweging.
Daarmee verliest de vrije schoolbeweging een markante en gedreven persoonlijkheid die een groot deel van zijn leven in dienst heeft gesteld van de idealen van de vrijeschool en de antroposofie, door het vastleggen en doorgeven van kennis uit het vrijeschool onderwijs.
 
Alhoewel ik hem nooit persoonlijk heb ontmoet, voel ik me niet alleen verwant als leeftijdsgenoot maar vooral ook als geestverwant.  We hebben meerdere keren contact gehad over verschillende publicaties.
Als hoofdredacteur van de Lerarenbrieven en later oprichter van het digitale platform vrijeschoolbeweging bood hij mij als betrokken initiatiefnemer, bestuurder en vrijeschool-ouder volop gelegenheid  om door middel van ingezonden artikelen vooral over de sociale of maatschappelijke driegeleding te schrijven en dat binnen vrije scholen aan de orde te stellen.
De Lerarenbrieven bevat voornamelijk artikelen van leerkrachten over leerstof, vakinhoud, jaarfeesten, ontwikkelingsstof, boekbesprekingen en natuurlijk de pedagogische en didactische visie met betrekking tot het vrijeschool onderwijs. Dat Veltkamp juist ook ruimte bood aan een onderwerp als sociale of maatschappelijke driegeleding was heel uitzonderlijk.
   
Na een drietal artikelen van Annemarie Sijens, bestuurder en organisatieadviseur van vrijescholen, in de Lerarenbrieven van 2012 (no 2,3 en 4), stuurde ik een ingezonden artikel getiteld: "Reactie op scheppen vanuit waarden" (23-4) met ook in datzelfde nummer nog een reactie van Mevrouw Sijens. Het uitgebreide betoog van Annemarie was een wollig verhaal met mooie vage begrippen die volgens mij ver afstonden van de idealen en praktijk van de sociale of maatschappelijke driegeleding. Roelof Jan Veltkamp was een uitgesproken voorstander van deze inhoudelijke dialoog met hoor en wederhoor.  Toch was het voor een kwartaalblad als de Lerarenbrieven heel ongebruikelijk dat er een pennenstrijd ontstond.   
Als mede-initiatiefnemer van de vrijeschool de Regenboog in Eindhoven heb ik deze school gedurende 25 jaar gevolgd , mede ook omdat mijn kinderen daar naar de basisschool gingen.
Een ander voorbeeld is een artikel dat ik schreef over de Utrechtse vrije basisschool waar de medewerkers gekozen hebben voor een lerarencoöperatie als bestuursvorm. Dat is uitzonderlijk binnen vrije scholen, die veelal als Stichting met een  apart vrijwilligersbestuur opereren, waarin geen leraren zitten. Een uitgebreid gesprek met een van de medewerkers leverde onderstaand verhaal op. Dat artikel is eerst geplaatst in het Paasnummer van Lerarenbrieven 2014 (Jaargang 25-2) zie onderstaande voorblad en later als digitaal artikel.
 
 
 
In het paasnummer van 2013 stond een door mij geschreven boekbespreking: "Onderwijs en de kunst van het lesgeven" door Jan Klaasen, geschiedenisleerkracht Vrijeschool Brabant (later Novaliscollege).  
Natuurlijk was hij als vrijeschoolleerkracht ook trots toen het onderwijsonderzoek van prof. Dr. Jaap Dronkers uit Maastricht aangetoond had in een landelijk onderzoek dat vrije scholen het bovengemiddeld goed doen en nam mijn artikel daarover meteen over. Een van die uitzonderlijk goed presterende  vrije middelbare scholen was het Novaliscollege in Eindhoven met een VMBO, HAVO en VWO-stroom.
 
 
Ook de antroposofische visie op de economie had zijn grote belangstelling, ondanks dat hij een talendocent was. Bij het opnieuw verschijnen van het Steinerboek over de economie gaf uitgever John Hogervorst  in het Novaliscollege te Eindhoven daarover een lezing. Dat is integraal overgenomen. https://www.vrijeschoolbeweging.nl/achtergrond/economie-is-mogelijk/
 
Opvallend was het zeker ook dat Roelof Jan mijn artikel over de voordelen van een basisinkomen heeft overgenomen in de Lerarenbrieven (Michaëlnummer 2014). Onder de titel "Gratis geld effectief tegen armoede " beschrijf ik een aantal succesvolle experimenten met een basisinkomen. Dat is uiteraard geen vast onderwerp binnen vrije scholen, maar kennelijk raakte het Roelof Jan. Dat artikel was ook gepubliceerd als opiniestuk in het Eindhovens Dagblad.
http://driegeleding.blogspot.nl/2013/10/de-voordelen-van-een-basisinkomen.html
 
Zelfs een verhaal over de Biologische Dynamisch landbouwmethode en het Sekem initiatief in de woestijn in Egypte hadden de belangstelling van Veltkamp.
 
Het zal een moeilijke zoektocht worden om een vervanger voor iemand als Roelof Jan Veltkamp te vinden die met zoveel inzet en betrokkenheid deze vrijeschoolwebsite en het kwartaalblad de Lerarenbrieven zal beheren en overnemen.   
Graag wil ik de familie veel sterkte wensen bij het verwerken van zijn onverwachte verlies.