woensdag 20 augustus 2014

Vrije School Leerkracht Wim Maas overleden.





Op 14 augustus 2014 is voormalig vrijeschool leraar Wim Maas op 65-jarige leeftijd overleden.

Hij was tot aan zijn pensioen (op 62,5 jarige leeftijd) Middenbouwleraar en leraar Duits aan het Novaliscollege te Eindhoven. Daarvoor heeft hij gewerkt aan de vrijescholen in Nijmegen, Maastricht en ook Venlo.

Hij heeft zich intens met de antroposofische pedagogie verbonden en was consciëntieus en aimabel.

Helaas heeft hij maar relatief kort van zijn pensioen kunnen genieten totdat een zware ziekte hem heeft geveld. 

maandag 19 mei 2014

Vrije Scholen vallen in de Prijzen





























Happy Energy School

De Groningse Vrije School Parcival College heeft uit handen van de kortgeleden overleden voormalig astronaut en hoogleraar duurzaamheid persoonlijk de Wubbo Ockels 2.0 prijs ontvangen. De prijs bestaat uit een bedrag van 10.000 euro, beschikbaar gesteld door de NHL, de Hanzehogeschool, Stenden University en de Rijksuniversiteit Groningen.








De prijs werd voor de eerste keer uitgereikt in 2012 aan de meest duurzame school van Noord-Nederland. Happy Energy diende als inspiratiebron voor de school en zij steunt nu deze prijs ook als initiatiefnemer. Medeoprichter Wubbo Ockels onthulde de plaquette van de eerste 'Happy Energy school' in Nederland. Op 1 en 2 februari 2012 hebben leerlingen en docenten van het Parcival College te Groningen een gesponsorde lesmarathon van 24 uur gehouden ten behoeve van zonnepanelen voor de school. Dit vonden Wubbo Ockels en Happy Energy zo'n geweldig initiatief dat werd besloten dat de school zich vanaf nu 'Happy Energy school' mag noemen.





























Vrije Schoolleerkracht onderscheiden als meest Sociale Ondernemer.










Leerkracht Marjan Deurloo van de vrije basisschool Valentijn in Harderwijk is door de plaatselijke SP-afdeling uitgeroepen als meest sociale ondernemer van 2014 en heeft de oorkonde “Juffie in ’t Groen” gekregen.
De Socialistische Partij in Harderwijk heeft op 1 mei (Dag van de Arbeid), deze oorkonde uitgereikt aan de meest Sociale Ondernemer van 2014. De SP wil met dit initiatief ondernemers in Harderwijk stimuleren om vooral sociaal, milieu- en maatschappijbewust te ondernemen.

Juffie in ’t Groen is het meest sociaal, omdat juffrouw Deurloo “mensen weet te stimuleren om duurzaam en creatief met de natuur om te gaan".

Juffie is een initiatief van Marjan Deurloo die behalve landschapsecoloog, ecologisch hovenier ook vormgever en leerkracht is . “Als landschapsecoloog zie ik dat in veel steden en dorpen zoveel groen is verdwenen en vervangen door steen en asfalt". Daarom streeft ze naar meer natuurlijke schoolpleinen en speelplaatsen, waar kinderen kunnen knoeien met zand en water, klauteren over boomstammen, klimmen in bomen en verstoppen in de struiken. Een mooi voorbeeld in Harderwijk is de Vrije School Valentijn zelf, waar een dergelijk schoolplein inmiddels gerealiseerd is. De kinderen voelen zich prettig in een omgeving waarin de natuur zijn gang mag gaan maar waar zij zich kunnen uitleven en tegelijkertijd ook veel over de natuur kunnen leren.”’
Om een goed beeld te krijgen zie de weblink naar een filmpje over dit schoolplein. http://vimeo.com/55550414



 Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Vrije School Onderwijs in 2019 drie korte documentaires gemaakt die heel indrukwekkend een beeld geven van de diversiteit van scholen over de wereld maar tegelijkertijd toch dezelfde uitgangspunten hebben.

Deel 1. (Nederlands ondertiteld)  https://youtu.be/rdObwR2Jrq8
                            Deel 2  (alleen Engels)  https://youtu.be/vDFmUwA3_jE

                                   Deel 3. (alleen Engels) https://youtu.be/2-mVPUzgWPY



zondag 19 januari 2014

Democratisch Onderwijs

Onderstaand artikel is begin april 2014 ook verschenen in de Lerarenbrieven, een nieuwsblad voor vrije scholen. Verder is het terug te vinden op de website vrijeschoolbeweging.

Lerarencoöperatie als organisatievorm.





























Foto: Speelkwartier op het schoolplein aan het Hiëronymusplantsoen

Al enige tijd, mede door het uitroepen van het speciale VN-jaar in 2012 , ben ik geïnteresseerd in het verschijnsel coöperatie. Door deze extra aandacht is er ook bekend geworden dat wereldwijd meer mensen werken bij coöperaties dan voor multinationals.






De meeste coöperaties treffen we natuurlijk aan in de land- en tuinbouwsector maar ook in de voedselproductie zoals Campina, Friesland Foods, AVEBE etc. In de industrie zijn er ook een aantal zoals de Baskische werknemerscoöperatie Mondragon bewijst met maar liefst 83.000 werknemers die zich ook ondernemer voelen. Daarnaast zijn er ook coöperaties in de financiële sector zoals de Rabobank, maar ook verzekeringsmaatschappijen zoals VGZ. Los daarvan ontstaan er de afgelopen jaren ook opvallend veel nieuwe coöperaties zoals energie-coöperaties die samen zonne- of windenergie opwekken. Op andere plaatsen waar lokale winkels dreigen te verdwijnen worden buurt(coöperatie-)winkels opgezet. Ook in de thuiszorg is met de opkomst van de nieuwe lokale buurtzorgcoöperaties voorzien in een grote behoefte. Tot mijn grote verbazing echter ontdekte ik ook het bestaan van coöperaties in het onderwijs. De koepel- organisatie Verenigde Bijzondere scholen (VBS) heeft enige jaren geleden het concept van lerarencoöperatie onder de aandacht gebracht .

Foto: Hoofdingang Vrije School Utrecht



























De VBS verenigt bijzondere scholen die vanuit een zelfgekozen levensbeschouwelijke of pedagogische waardeoriëntatie inhoud geven aan het onderwijs. Vrije Scholen, Freinet- , Dalton- Jenaplan- en Montessorischolen vallen hieronder.
De VBS gelooft in de kracht van pedagogisch ondernemerschap, wat het best tot zijn recht komt door samenwerkingsvormen waarin ruimte is voor zelfbestuur en zelforganisatie zoals een (leraren-)coöperatie.

Vrijescholen bestaan al zo’n 90 jaar in Nederland en gaan uit van een pedagogiek afgestemd op de mens- en maatschappijvisie van de antroposofie, een geesteswetenschap ontwikkeld door Rudolf Steiner. Vanaf het allereerste begin is daarbij gewezen op het belang van een vorm van lerarenzelfbestuur en autonomie voor leerkrachten. Samen zouden zij existentieel met de school verbonden moeten zijn en ook gezamenlijk de verantwoording dragen over alle bestuurlijke, financiële en schoolbeleidstaken. In het maatschappij-ideaal van Rudolf Steiner, dat ook wel sociale driegeleding wordt genoemd zouden organisaties in het geestesleven, waar het onderwijs toe behoort, bestuurd moeten worden door de uitvoerende professionals. Het primaire proces van het onderwijs moet leidend zijn in alle besluiten. In reguliere scholen en schoolstichtingen kan het zijn dat juridische, organisatorische of financiële doelstellingen leidend zijn en dus het onderwijs ondergeschikt wordt.
Naar nu blijkt is er één vrije school die gekozen heeft voor de vorm van een lerarencoöperatie en dat is de Vrije School Utrecht. Vandaar dat ik geïnteresseerd raakte en de school opzocht. In het oude centrum van Utrecht achter de Domtoren ligt aan een rustig plantsoen de basisschool. De school is vrij onopvallend gehuisvest in een oud rijzig gebouw. Pas als je voor de ingang staat zie je een klein bordje met de naamsaanduiding.
In de Utrechtse vrije school voor primair onderwijs zitten zo’n 270 leerlingen, verdeeld over vijf kleuterklassen en zes basisschoolklassen. Binnen de school was er een kleine groep van personeelsleden waaronder bestuurder Harrie Stokkel, die beseften dat een lerarencoöperatie de beste manier was om lerarenzelfbestuur praktisch vorm te geven. Harrie vertelde dat hij al geïnteresseerd was in de sociale driegeleding (de sociale impuls van de antroposofie) sinds hij zo’n jaar of 20 was. Pas later leerde hij de antroposofie kennen. Jaren geleden was er op dezelfde school ook een jaarvergadering gehouden van de werkgemeenschap voor sociale driegeleding, waar wij toevallig beiden ook aanwezig waren.
Utrecht was jaren het centrale verzamelpunt van de studiebijeenkomsten onder leiding van Mouringh Boeke en dat ging meestal over Filosofie der Vrijheid en de Kernpunten van het sociale vraagstuk. Hetzelfde geldt voor bijeenkomsten van de eerste driegeledingsopleiding, die ook in Utrecht plaats vonden. Utrecht zou je daarom een soort epicentrum van de sociale driegeledingsimpuls kunnen noemen. Het is daarom bijzonder dat juist hier gekozen is voor de lerarencoöperatie.


De school heeft de VBS om advies en ondersteuning gevraagd en na een reeks van vergaderingen en voorlichtingen is begin 2006 besloten om de rechtsvorm te wijzigen van een stichting in een coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid (U.A.). De maatschapsvorm die in het verleden in vrije scholen ook heeft bestaan om het pedagogisch ondernemerschap concreet te maken is ook overwogen maar toch afgevallen. De financiële verantwoordelijkheid dragen is (nog?) een stap te ver.

De keuze voor een coöperatie had enige gevolgen voor de organisatie en de besluitvormingsstructuur. De kern en het hoogste besluitvormingsorgaan is de algemene ledenvergadering (ALV) waar alleen personeelsleden met een vaste aanstelling (dienstverband) deel van kunnen uitmaken. Je kunt ook pas een vaste aanstelling krijgen als personeelslid als je schriftelijk akkoord gaat met de doelstelling van de coöperatie. Als je lid wil worden moet je dat kenbaar maken en moet de lerarencoöperatie daarover beslissen met een drie/vierde meerderheid. Zo kunnen zij ook besluiten leden te royeren. Verder hebben zij de bevoegdheid om ook het coöperatiebestuur te kiezen en te benoemen, maar eventueel ook te ontslaan. Het bestuur krijgt daarmee het daadwerkelijke mandaat of vertrouwen van de leerkrachten, maar kan het dus ook verliezen. Je bent dus niet bestuurder voor het leven. Jaarlijks stelt de ALV ook het schoolbeleid en de begroting vast. In vrije scholen met een stichtingsvorm bestaat er ook een beleidsvergadering waarin leerkrachten met een vaste aanstelling zitting hebben die het schoolbeleid bepalen, maar dan moet het bestuur (veelal ouders of voormalige ouders) daar ook mee akkoord gaan. De uiteindelijke bevoegdheid ligt wettelijk gezien echter bij het bestuur.


Wie nu denkt dat dit een onwerkbare situatie oplevert omdat “iedereen over alles beslist”, vergist zich. In de school is een uitgebreide taakverdeling opgesteld waarin duidelijk staat vermeld wie over wat besluit danwel adviseert . Over de hoofdzaken zoals opheffing of fusering van de school, het schoolbeleid, het directiestatuut, de organisatiestructuur, de toezichtsstructuur beslist de ALV. Daarnaast heeft het bestuur van de coöperatie dat ook de dagelijkse leiding heeft nog genoeg schoolzaken waarover zij beslist zoals leerlingenplanning, arbobeleid, schoolvoorzieningen, schoolvakanties, leerlingenreglement etc. Ouders kunnen invloed uitoefenen via de medezeggenschapsraad (MR) met wettelijke advies- en instemmingsbevoegdheden. Anders dan bij reguliere Stichtingsscholen zitten hier geen personeelsleden of leerkrachten in. In een coöperatie heb je met de MR van ouders ook geen aparte Ouderraad meer nodig.
foto: Entreehal met wandschildering
























De Raad van Toezicht heeft volgens de statuten in deze coöperatievorm alleen een ondersteunings- of adviesfunctie. Zij hebben hier niet de bevoegdheid om in te grijpen in het bestuur of beleid. Hoe zit dat dan met het wettelijke bestuur kun je je dan afvragen. Is er wel een schoolleiding of dagelijks bestuur? In de coöperatie is het bestuur onderdeel van de lerarencoöperatie en dus geen losstaand juridisch orgaan zoals bij Schoolstichtingen wel het geval is en waar ouders of onderwijsdeskundigen zitting in kunnen nemen met wettelijke bevoegdheden. Dit kan op vrije scholen wel eens aanleiding zijn voor conflictsituaties. In de organisatie is er wel een schoolleider als leidinggevende en eindverantwoordelijke. Het dagelijks bestuur van de lerarencoöperatie bestaat momenteel uit een voorzitter die tevens schoolleider is en een secretaris/penningmeester die tevens medewerker beheer, financiën en administratie is. De algemene vergadering zou echter ook een ander of extra personeelslid kunnen benoemen als bestuurder.


Republikeins of democratisch?
In de zeven jaar dat de vrije schoolcoöperatie nu bestaat zijn er geen wijzigingen geweest in de statuten en schijnen dus goed te werken. Wel zijn er in het huishoudelijk reglement aanpassingen geweest zoals een procedure rondom de vervanging van de schoolleiding. Functioneert deze school dan naar volledige tevredenheid? Daarvoor zou je natuurlijk een personeelstevredenheidonderzoek moeten uitvoeren of ouders moeten bevragen. Om een goede indruk te krijgen heb ik een uitvoerig gesprek gevoerd met bestuurder en medewerker beheer Harrie Stokkel. Hij vertelde zijn ervaringen tot dusver. Hij merkte op dat het natuurlijk wel van belang is dat veel leerkrachten ook inzien dat hun taak niet alleen het lesgeven en de zorg voor de klas omvat, maar zich ook verantwoordelijk voelen voor de hele school (-organisatie). Als teveel personeelsleden niet deelnemen aan de ALV dan heeft deze structuur geen bestaansrecht. Daarnaast is het ook van belang dat de meeste personeelsleden ook kennis hebben van financiële en organisatorische zaken en bijgeschoold worden via VBS of Vakbonden. Het bestuur vindt het van belang dat ALV-leden op de hoogte zijn van bestuurlijke ontwikkelingen.


Foto: schoolmateriaal en opbergkastjes in een van de gangen





















Als aan deze randvoorwaarden is voldaan kan de lerarencoöperatie een prima manier zijn om leerkrachten en ondersteunend personeel te binden aan het schoolbelang en het ideaal van vrijheid van onderwijs een concrete vorm te geven. Harrie vertelde ook dat het belang en nut van de ALV inmiddels wel gebleken is. Toen het bestuur met een voorstel kwam voor het invoeren van een nieuw systeem van functiedifferentiatie is dat verworpen. Men was bang voor misplaatste onderlinge concurrentie. Hetzelfde gebeurde toen er een voorstel kwam om een vorm van bonus- en gratificatiebeleid in het voeren, wat als mogelijkheid in de CAO stond. Ook hier heeft de ALV het voorstel weggestemd. De vrijeschool Utrecht is met deze organisatievorm een pioniersschool gebleken.

Nog geen jaar na invoering kwam oud SER-voorzitter Rinnooy Kan als voorzitter van de commissie Leraren in opdracht van minister van Onderwijs Plasterk met een lijvig rapport over de problemen in het onderwijs (september 2007).
In dit rapport LEERKRACHT worden aanbevelingen gedaan om de beloning van leerkrachten te verbeteren, het beroep van leerkracht te versterken en de school verder te professionaliseren.
Opvallend in dit rapport is dat de commissie het beroep van leraar opnieuw versterkt en nieuw elan wil geven door leraren meer inspraak en inbreng te geven bij onderwijsontwikkelingen. De laatste jaren zijn er allerlei signalen geweest dat onderwijsveranderingen veelal top down en op aandringen van overheid of externe adviseurs over de hoofden van het onderwijzend personeel werden ingevoerd . De managers kregen steeds meer invloed ten koste van de onderwijsgevenden.
De commissie Leraren stelt zelfs voor om schoolbesturen een gedragscode voor goed bestuur te laten opstellen waarin het beginsel van zwaarwegende betrokkenheid van leraren wordt opgenomen. Simpel gezegd “geef het onderwijs terug aan de professionals(leerkrachten)”!
Hoe desastreus overheids- en managersinvloed in het onderwijs is geweest, heeft het parlementaire onderzoek van de commissie Dijsselbloem in 2008 aangetoond voor het middelbaar onderwijs.
Sinds de resultaten van deze parlementaire commissie bekend zijn, streeft men ernaar om alleen nog wijzigingen in het onderwijs door te voeren als deze “evidence based” zijn en scholen mogen geen slachtoffer worden van de vernieuwingsdrift van politici.

Uit onvrede hebben een aantal leerkrachten en docenten een aantal jaren geleden zich verenigd in Vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON). Hun kernpunten zijn:
• Geef de docent zijn vak terug.
• Organiseer goed onderwijs door hoogopgeleide docenten.
• Het grootste deel van het onderwijsbudget moet gaan naar het primaire proces.
• Het management moet in dienst staan van het primaire proces.
• Zeggenschap over de inrichting van het onderwijs binnen de instituten moet liggen bij leraren en docenten.

Interessant in dit verband zijn ook de PISA-onderzoeken. Daarbij wordt bij 15-jarige scholieren het kennisniveau gemeten voor leesvaardigheid en de vakken wiskunde en natuurwetenschappen. Het is een zeer grootschalig onderwijsonderzoek dat in 65 landen wordt afgenomen. Daaruit blijkt al jaren dat Finland er in positieve zin steeds uitspringt. Waar ligt dat aan? Vergeleken met Nederland hebben Finse leerlingen minder lessen en zijn de klassen kleiner. Nog belangrijker is de hogere opleidingsgraad en status van leraren in Finland. Het belangrijkste echter is het feit dat de Finse regering ooit de moed heeft gehad om centrale verplichte examens helemaal af te schaffen! Scholen hebben daarmee de volledige vrijheid terug gekregen. De overheid stelt alleen minimumeisen aan de hoeveelheid lesuren per leeftijdsgroep en het opleidingsniveau van de leerkracht. Deze moeten een universitaire opleiding hebben alvorens voor de klas te mogen staan. De Finse overheid heeft verder geen inhoudelijke bemoeienis hebben met het onderwijs, dus geen inspectie, geen kerndoelen en geen eindtermen of toetsen !

Het onderwijs wordt dan weer teruggegeven aan competente leraren die het beste weten hoe en welke de stof ze moeten overdragen. Het vertrouwen over de kwaliteit is terug waar het hoort, namelijk in de relatie tussen leerkracht, ouder en leerling. Bijkomend voordeel is dat we het hele ministerie van Onderwijs kunnen opheffen en dat scholen gevrijwaard zijn van veel bureaucratische rompslomp. Met dat vrijgekomen geld kunnen we dan ook leerkrachten beter belonen, waardoor het aanzien van het beroep verbetert.

Vrijheid van onderwijs is een ideaal dat in artikel 23 van de grondwet is vastgelegd. Op basis hiervan kunnen ouders, als hun aantal groot genoeg is, een nieuwe school oprichten en moet de overheid daarvoor de middelen beschikbaar stellen. Dit artikel impliceert ook dat schoolorganisaties vrij moeten zijn om leerkrachten de mogelijkheid te geven het onderwijs te geven zonder overheidssturing en controle. In Nederland kan dat alleen als je ook afziet van bekostiging zoals de kleine autonome staatsvrije school Anfortas in Breda dat heeft gedaan.

Concluderend kun je vaststellen dat een lerarencoöperatie de beste voorwaarden creëert voor lerarenzelfbestuur binnen de wettelijke kaders en bekostigingsvoorwaarden en zeker past bij de tijdgeest. Je zou verwachten de andere (vrije) scholen dit voorbeeld snel zouden volgen, maar helaas is dat niet het geval. De overkoepelende Vereniging van Vrije Scholen heeft er geen bijzondere aandacht aan besteedt. Zij lijken zich meer bezig te houden met schaalvergroting en professionalisering. Reden temeer om er nu wel aandacht aan te besteden, want goed onderwijs is de basis van onze kenniseconomie en wordt gegeven door competente, verantwoordelijke leerkrachten die de belangrijkste beslissingen samen moeten kunnen nemen!

Update:

In 2019 is er een 5 minuten durende film gemaakt waarin de uitgangspunten en werkwijze van deze leraren-coöperatie in Utrecht nog eens wordt uitgelegd. Zie ook:  https://vimeo.com/357335843


.

donderdag 28 november 2013

Novaliscollege beste middelbare school van Eindhoven

Onderstaand artikel is ook ingekort verschenen in het Eindhovens Dagblad (rubriek Opinie)op vrijdag 6 december























Landelijk onderzoek onderwijskwaliteit prof.Dronkers.

Afgelopen dinsdag zijn in de Volkskrant de jaarlijkse cijfers bekendgemaakt van het landelijke middelbare schoolonderzoek van prof. Dr. Jaap Dronkers van de universiteit van Maastricht. Via de website van de Volkskrant heb je toegang tot alle cijfers en de berekeningswijze. Daarbij is het mogelijk om per woonplaats of postcodegebied de scholen te rangschikken. Bovendien is het mogelijk om per schooltype te kijken.

Zo heeft het Novaliscollege als middelbare vrijeschool drie schooltypen in huis van vwo, havo en vmbo g/l (gemengde leerweg). Voor het vmbo g/l heeft deze school een 9,5 gekregen net als voor de havo-stroom, het hoogste cijfer dat in Eindhoven gegeven is. Voor de vwo-stroom heeft het Novalis een 8,5 gekregen en neemt na het Eckartcollege en het lyceum Bisschop Bekkers met beide het cijfer 9,0 de 3e plaats in. Gemiddeld genomen scoort het middelbare vrijeschool onderwijs het beste in Eindhoven.

Natuurlijk is er altijd de inhoudelijke discussie welke kwaliteitsnormen je voor het onderwijs neemt. Is scoringspercentage van eindexamenkandidaten voldoende? Is het gemiddelde examencijfer van alle vakken een goede indicator? Zegt het onderscheid tussen school- en centraal schriftelijke examens iets? Neem je ook het instapniveau van de kinderen mee of het sociale milieu waaruit zij komen?
Het goede van het onderzoek van Dronkers is dat hij dit allemaal meeneemt via een gewogen formule. Bij de huidige meting hebben de centraal schriftelijke examencijfers van 2012 een belangrijke rol gespeeld maar ook het instapniveau. Stel dat een kind aan het einde van de basisschool een vbmo advies heeft gekregen maar toch aan het einde van de middelbare school een havo-examen heeft gehaald dan krijgt een school hiervoor pluspunten want dan heeft het een duidelijke toegevoegde waarde gehad. Het omgekeerde kan natuurlijk ook. Ook de sociaal-economische samenstelling van de leerling-populatie speelt mee dus scholen in achterstands(Vogelaar-)wijken met goede resultaten krijgen ook pluspunten.

Het Novaliscollege scoorde vorig jaar ook al als beste dus, dat is een reden om eens wat beter naar het bijzondere van het vrijeschool onderwijs te kijken. Wat is er anders?
Het vrijeschoolonderwijs is ontstaan in Duitsland aan het begin van de vorige eeuw onder de naam Waldorfschule en opgericht door de Oostenrijkse filosoof en grondlegger van de antroposofie Rudolf Steiner( 1861-1925). De antroposofie is een geesteswetenschap die stelt dat de mens een geestelijk, spiritueel wezen is die meerdere levens doorloopt. Daarom is ieder mens uniek maar zijn er tegelijkertijd te onderscheiden levensfasen, waar het onderwijs zich op moet richten. Ook in Nederland ontstond al heel vroeg een vergelijkbare school in Den Haag onder de naam vrijeschool.
Deze typering als soortnaam is gekozen omdat het onderwijs kinderen wil begeleiden tot vrije, verantwoordelijke en zelfbewuste volwassenen.
In Eindhoven is de middelbare school als Vrije School Brabant ontstaan begin jaren 70, toen nog als school van basis en middelbare school samen. Het aantal vrijescholen is in Nederland uitgegroeid tot een landelijk netwerk van basisscholen en middelbare scholen. Momenteel zijn er 70 basis vrijescholen en 14 middelbare vrijescholen.




















 
 
Als voormalig ouder van drie kinderen die de hele vrije school vanaf peuterklas tot en met eind middelbare school heeft kunnen ervaren zijn een aantal kenmerken bijzonder gebleken.
Allereerst is het onderwijs integraal en samenhangend. Het onderwijsprogramma is ontwikkeld vanaf peuterleeftijd tot en met einde middelbare school als een volledige cyclus. Het onderwijs is daarnaast heel breed doordat het niet alleen cognitieve, maar vooral ook kunstzinnige, sociale en fysieke kwaliteiten in kinderen wil ontwikkelen. Een evenwichtig opgebouwd lesprogramma moet voorzien in voldoende afwisseling tussen hoofd, hart en handen. Muzikale vorming door middel van koorzang en schoolorkest waren net zo belangrijk als toneeluitvoeringen en schoolkampen(landmeten, landbouwkamp, culturele eindreis). Verder ook euritmie als een bijzondere woordgebaar- en bewegingskunst. Periodeonderwijs is ook een terugkerende vertrouwde vorm waarbij een onderwerp gedurende een periode van 7 weken werd gegeven tijdens de eerste twee lesuren. Het kind wordt vooral ook individueel aangesproken en begeleidt. In getuigschriften en rapporten wordt in beelden vooral het ontwikkelings-(of worstelings-)proces van een kind weergegeven. Dat vergt dat een leerkracht zich wel moet verdiepen in de individualiteit van een kind en daarom in het ideale geval ook meerdere jaren in de basisschool bij dezelfde klas en dus kinderen blijft.

Het afgelopen decennium is er echter veel veranderd op vrijescholen door de steeds hogere schooleisen van de onderwijsinspectie. Er is meer nadruk komen te liggen op de cognitieve meetbare vakken van taal, rekenen, en meetbare zaken als leerlingendossiers, toetsen & examens ten koste van de meer praktische en kunstzinnige vakken. Juist het eigene van het vrijeschool onderwijs is deels verloren gegaan. Dat is een groot gemis. Het accent ligt nu teveel op scholing in plaats van op vorming. Zo is gelukkig het onzalige regeringsvoorstel voor invoering van een kleutertoets in de Tweede Kamer verworpen. We zouden echter nog veel verder kunnen gaan in vrijheid voor het onderwijs zoals in Finland. Daar zijn geen centraal schriftelijke examens, geen eindtermen en is er geen controle van de onderwijsinspectie. Toch zijn de onderwijsprestaties van Finse kinderen bij allerlei internationale vergelijkingen zeer indrukwekkend. Ze scoren meestal in de top 3. 

Als ouder ben ik dankbaar dat mijn kinderen dit onderwijs hebben kunnen volgen en ben ik dus niet verbaasd over het zeer hoge cijfer voor het Novaliscollege. De overheid zou daarom vrijescholen weer meer vrijheid moeten geven om het onderwijs naar eigen inzicht en in samenspraak met ouders vorm te geven. Door het succes heeft de school eind 2017 toestemming gekregen om een tweede, nieuw duurzaam schoolgebouw te realiseren waar 680 leerlingen een plaats kunnen hebben. In de afgelopen zes jaar zijn ze gegroeid van 420 naar 600 leerlingen.
  













 

vrijdag 5 juli 2013

Icoon vrije school overleden


In Memoriam: Els(e) Göttgens (19 mei 1921- 30 juni 2013)


Afgelopen zondag 30 juni 2013 heeft zij de overgang naar de geestelijke wereld gemaakt .
Als oprichter van de Vrije School Brabant in 1972 in Eindhoven heeft zij veel, heel veel, betekent voor de antroposofie en het vrije school onderwijs in Nederland.
Als vrijgezel en eerste leerkracht, later remedial teacher en de laatste jaren vooral als coach heeft zij zich tot op hoge leeftijd met hart en ziel ingezet voor haar ideaal en levensdoel, het vrije school onderwijs.
Voordat zij op uitnodiging van ouders naar Eindhoven kwam had zij haar sporen in het Vrije schoolonderwijs al verdiend. Vanaf 1941 begon zij als leerkracht aan de vrije school in Zeist.

Vorig jaar toen zij al in de negentig was, heeft zij nog een rondreis door de Verenigde Staten gemaakt om Waldorfscholen , de internationale benaming van vrije scholen , te adviseren en te inspireren. Helaas heeft een ongelukkige val geleid tot een heupbreuk en moest zij daardoor eerder dan gepland haar reis afbreken en terugkeren naar Nederland.
Bijzonder is het om te vermelden dat zij ondanks haar hoge leeftijd nog steeds helder van geest was.

Zij heeft zich altijd onvoorwaardelijk (toe-) gewijd aan het vrije schoolonderwijs en verwachtte dat ook van haar pupillen en jongere collega’s.
Een voorbeeld daarvan kan ik mij herinneren toen mijn vrouw begin jaren tachtig van de vorige eeuw een aanstelling kreeg aan de bovenbouw (middelbare school) van de Vrije School Brabant als leerkracht Engels en de opvolger van Els werd. Als voorbereiding daarop bezocht zij Els om van haar tips en adviezen te krijgen over de vaklessen Engels in een bovenbouw. Els had daarin veel ervaring omdat zij ook in Engeland aan een vrije school had gewerkt. Voordat zij rijkelijk uit haar ervaring en kennis putte vond ze het wel vanzelfsprekend dat je als tegenprestatie voor haar wat huishoudelijke of praktische klusjes deed, zoals het inpakken van cadeaus of de afwas.
Zij was een wijze vrouw met zeer praktische maar ook verrassende adviezen. Zo attendeerde zij een journalist erop dat het vrije school onderwijs heilzaam was, want meisjes op die scholen menstrueerden later. Zij was ook figuurlijk gesproken een pleitbezorger van Teilhard de Jardin, die beweerde dat mensen op hogere leeftijd hun seksuele energieën (etherkrachten) moesten transformeren en deze maatschappelijk en sociaal moesten inzetten.

De vrije school Brabant is inmiddels opgegaan in de Vrije school Brabant als basisschool en het Novalis college als vrije middelbare school. Deze laatste is in 2012 nog genoemd als beste middelbare school van heel Noord Brabant door de Maastrichtse onderwijs socioloog Jaap Dronkers en behoorde zelfs tot de top tien van Nederland.

Jaren later heb ik haar persoonlijk bezocht voor een hele andere reden. In Eindhoven was een peuteroudergroep actief die in Eindhoven- Zuid een nieuwe vrije basisschool wilde oprichten en onderzocht of dit onder de vlag/paraplu van de Vrije School Brabant kon.
Als mede-initiatiefnemer van deze oudergroep ging een kleine delegatie bij Els polsen hoe zij hierover dacht. Voor haar was het een onaangename verrassing en zij zag dit initiatief als een soort van afvallig kind en gaf ons daarom geen actieve ondersteuning.
Haar stem was heel belangrijk omdat Els ook contacten had in de hoogste vrije schoolkringen en de bond van Vrije Scholen (later vereniging) . Daar zat een commissie van wijze mensen onder leiding van Wim Veltman (die Els persoonlijk heel goed kende) die voor nieuwe vrije scholen een goedkeuring moest afgeven.
Haar afwijzing heeft ervoor gezorgd dat wij daardoor als nieuwe zelfstandige school ons moesten bewijzen bij de Gemeente Eindhoven voordat we mochten starten in 1983/1984.
Ondanks de afwijzing van Els Göttgens kregen we het groene licht van de vertrouwenscommissie Veltman en konden we starten als erkende vrije school de Regenboog . Deze vrije school heeft inmiddels haar 25 jarig bestaan gevierd en is een echte buurtschool geworden.







Tot op hoge leeftijd bleef Els betrokken bij de vrije basisscholen , vooral die van de Woenselsestraat en de Nuenenseweg en veel minder die op het Mimosaplein in Eindhoven. Op de Sint Jansfeesten was zij wel altijd van de partij. Zij heeft ook een boek geschreven dat in het Engels verschenen is.








Op haar overlijdensbericht in het Eindhovens Dagblad stond de spreuk van haar inspirator Rudolf Steiner .

“De mensenziel is als water
daalt neer uit de hemel
stijgt op tot de hemel
telkens weer
eeuwig op en neer”

Mensenziel wat lijk je op het water
Levenslot wat lijk je op de wind



Met haar verliest de vrije schoolbeweging in Nederland een icoon en drijvende kracht die haar hele leven in dienst heeft gesteld van de antroposofie.

dinsdag 25 juni 2013

Digitale Dementie

Onderstaand artikel is in ingekorte vorm ook verschenen in het kwartaalblad Seizoener in het Herst- of Michaëlsnummer van 2013.






































\

Vrije Scholen zo gek nog niet!

Digitale dementie is de titel van een net verschenen boek van de Duitse hersenonderzoeker en psychiater Manfred Spitzer. In dit boek, dat momenteel in Duitsland een bestseller is, wordt op basis van 400 verschillende wetenschappelijke onderzoeken aangetoond dat het gebruik van computers en i-Pads bij kinderen in het onderwijs geen onverdeelde zegen is. Sterker nog, Spitzer beweert dat het IQ van kinderen de laatste jaren als gevolg van digitale media, niet meer stijgt maar daalt . Verder dat bij kinderen de nog in ontwikkeling zijnde hersenen, door veelvuldig gebruik van deze digitale schoolmiddelen, beschadigd raken en verschrompelen. Vandaar de huiveringwekkende term digitale dementie.
Recent hersenonderzoek heeft aangetoond dat de hersenen nog uitgroeien tot ongeveer het 26e - 27e jaar. Specifieke hersengebieden, die nodig zijn voor planning en morele afwegingen, komen pas het laatste aan bod. Populair is in dat verband de term Puberbrein, waarmee wordt aangeduid dat jonge hersenen anders zouden functioneren dan die van volwassenen.

Deze actuele aanleiding veroorzaakte bij mij een soort flashback .
Zo moesten wij als kritische ouders van drie jonge kinderen, in de jaren '90 van de vorige eeuw, kiezen voor een geschikte basisschool.
Na meerdere bezoeken en voorlichtingsavonden kozen we uiteindelijk bewust voor een vrije school(in de rest van de wereld Waldorf genoemd) vanwege de spirituele mensvisie en daarnaast het veelomvattende wereld- en maatschappijbeeld. De antroposofie, opgericht door de Oostenrijks-Hongaarse filosoof Rudolf Steiner, stelt dat de mens een geestelijk wezen is dat incarneert op aarde en evolueert door meerdere levens. Een kind maakt in een notendop de hele mensheidsontwikkeling door en dat moet ook in het onderwijs en de leerstof terugkomen.
Leerstof is vooral ontwikkelingsstof. Bovendien is de mens te beschouwen als een drieledig- (denken, voelen en willen) én vierledig wezen met een ik-, astraal-, ether- en fysiek lichaam. Dat betekent dat afwisseling van het onderwijs en het aanspreken van alle wezensdelen bij het kind door middel van cognitieve, sociale, kunstzinnige en fysieke activiteiten van groot belang zijn.

In de daaropvolgende aannamegesprekken werden we als ouders stevig bevraagd over de privé-situatie in het gezin en vooral de omgang met televisie en (toen nog incidenteel) de computer.
Vrije scholen waren toen uitgesproken kritisch en conservatief over deze moderne, elektronische hulpmiddelen, die zo ver mogelijk weg gehouden moesten worden van de kinderen. In de peuter, kleuter- en lagere school was deze apparatuur niet of nauwelijks aanwezig.
Als ouders hadden we daar begrip voor en we hebben hierover later ook meerdere lezingen op de vrije school gevolgd en artikelen gelezen, die deze mening onderschrijven. Zoals in tijdschriften Jonas, Vrije Opvoedkunst en schoolkranten als Lerarenbrieven, Rondom en de Wikkelaar (de laatste twee van vrije Scholen in Eindhoven).
Zo herinner ik mij ook een publicatie van prof.dr. Rainer Patzlaff, het boek De bevroren Blik uit 2005, een bekende media-onderzoeker en pedagoog. Hij waarschuwde voor de verslavingsgevolgen van kinderen achter de computer en televisie.




































In de huiskamers van vele vrijeschoolouders was de televisie daarom overdekt met een stoffen kleedje of opgeborgen in een kast, waardoor het beeldscherm aan het zicht was onttrokken. De televisie ging eventueel alleen ’s avonds aan, nadat de kinderen al naar bed waren. Daartegenover stond dat de kinderen wel in het weekend een video-(kinder)film mochten kijken en dat werd ervaren als een feestelijke gebeurtenis waar de hele week naar werd uitgekeken. Alleen bij bijzondere nieuwsgebeurtenissen zoals een belangrijke voetbalwedstrijd of de successen van Nederlandse sporters op de Olympische Spelen of een natuurfilm werd er wel eens een uitzondering gemaakt. Een groot deel van hun jeugd hebben veel ouders dit restrictieve beleid kunnen handhaven totdat de computer in opmars kwam en computerspelletjes hun intrede deden. Natuurlijk probeerden kinderen ons over te halen en desnoods bij vriendjes of grootouders wel achter de buis te kruipen. Veel later kregen wij, toen de kinderen al volwassen waren, te horen dat ze achteraf gezien wél blij waren met zulke strenge ouders. Ze hebben meer tijd kunnen besteden aan muziek, sport en spelen in de natuur en dat zijn veel gezondere activiteiten.

Het strenge beleid van de school stuitte bij sommige ouders op weerstand en men beschouwde het als ongepaste inmenging in de privésfeer. Lang heeft de vrijeschool geprobeerd de computers, de (voorlichtings-) films en videovoorstellingen buiten de schoolklas te houden.
Onze kinderen waren al in de tienerleeftijd toen de computer echter sterk in opmars kwam en soms op school, maar vooral ook thuis, gebruikt moest gaan worden voor werkstukken en opdrachten.

Teleurgesteld was ik toen de school een rigoureuze ommezwaai maakte en een computerklas ging inrichten. Daarna volgde computerlessen op de basisschool voor de hoogste klassen waar basisvaardigheden zoals typen, tekstopmaak en grafieken tekenen steeds vanzelfsprekender werden. Later kwamen daar de laptops bij die dyslectische kinderen kennelijk nodig hadden, omdat ze niet goed konden schrijven en spellen en met hulpprogramma’s wel verder konden komen.
Op dit moment is er nauwelijks meer een onderscheid te zien tussen vrije en reguliere scholen als het gaat om het gebruik van computers, laptops , de televisie, mobiele telefoons, tablets en I-pads. De aanwezigheid van digiboards(digitale schoolborden) is ook op vrije scholen geen uitzondering meer.

Eind 2012 heeft een landelijk, grootschalig wetenschappelijk onderzoek van de Maastrichtse onderwijssocioloog en hoogleraar Jaap Dronkers middelbare scholen vergeleken op hun schoolprestaties. In de categorie HAVO scoorden vrije scholen extreem goed met vier scholen in de top 10 . Het Novaliscollege te Eindhoven haalde de hoogste cijfers voor HAVO en VMBO van heel Noord-Brabant.
foto:Novaliscollege, dwarsdoorsnede houtskeletbouw

Het bijzondere van het onderzoek van Dronkers is dat niet alleen gekeken is naar de slaagpercentages en gemiddelde cijfers, maar vooral ook naar de verschillen tussen instap- en uitstapniveau van de leerlingen. Dat betekent dat vrije scholen er kennelijk beter in slagen om hun leerlingen meer uit te dagen en meer te laten ontwikkelen. Zou hier ook een positief leereffect van minder digitale hulpmiddelen in naar voren komen??
Feit is wel dat het afgelopen jaar er na jaren van vrijwel stilstand opeens weer nieuwe vrijescholen in oprichting zijn.

Steinerscholen zullen in de toekomst zeker geen volledig digitaal onderwijs gaan ontwikkelen, zoals de nieuwe Steve Jobsscholen, onder andere op initiatief van opiniepeiler Maurice de Hond, dat wel wil gaan realiseren. Artikel 21 van de grondwet gaat over Vrijheid van Onderwijs en geeft ouders de gelegenheid een school met een eigen signatuur en onderwijsvisie op te richten. De overheid heeft deze Steve Jobsscholen inmiddels ook het groene licht gegeven en komend schooljaar 2013/2014 zullen er mogelijk tien van start gaan. In Sneek en Breda in zuivere vorm en een aantal andere scholen zullen overgaan op het O4NT-(onderwijs voor een nieuwe tijd) concept van een volledig digitale leeromgeving.

Daarom komen de waarschuwingen van wetenschapper Spitzer misschien nog op tijd. De zeer ambitieuze plannen en concepten voor een volledige elektronische leeromgeving kunnen op basis hiervan ernstig afgeraden worden.

Offline

Recent heeft een student Journalistiek, Bram van Montfoort, een boek geschreven met de titel:"Een jaar offline". Hij beschrijft daarin zijn ervaringen nadat hij besloten had om een jaar lang geen smartphone en iPad en dus geen internet meer te gaan gebruiken. Hij merkte dat hij al vrij verslaafd begon te raken door deze technische hulpmiddelen, die dagelijks op 5 a 6 uur van zijn tijd beslag legden.
Zonder internet ging hij weer gewoon handgeschreven brieven versturen en alleen vrienden bellen via een vaste telefoon. Tijdens het jaar werd hij rustiger, nadenkender en besteedde hij meer echte contacttijd aan familie en vrienden.Zijn leven heeft daardoor meer diepgang gekregen en rust. Na dat jaar is hij wel weer internet gaan gebruiken maar duidelijk veel beperkter en vooral zonder Twitter.


We weten al een tijd uit verschillende onderzoeken dat elektromagnetische straling van hoogspanningsmasten, mobiele telefoons, digitale UMTS-zendmasten en draadloze wifinetwerken schadelijk zijn en mogelijk een verhoogde kans op kanker opleveren.
Spitzer noemt nog andere gevaren Zo zou deze elektronica voor kinderen eigenlijk een vorm van kindermishandeling zijn. Net als bij het gebruik van alcohol zou ook elektronische apparatuur een duidelijk leesbare sticker en bijsluiter moeten krijgen: “Gevaarlijk voor de kindergezondheid”!
Niet alleen het te meten IQ gaat achteruit, maar de digitale media leiden ook tot ernstige aandoeningen als spraak- en leerproblemen, aandachtsstoornissen, stress en depressie, risico op verslaving en slechte schoolprestaties en vandaar de angstaanjagende term digitale dementie.
Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, is daarom mijn motto.

dinsdag 11 december 2012

Vrije Scholen kampioen

Onderstaand artikel is ingekort ook verschenen in het Eindhovens Dagblad van 13 december 2012

Vrije Scholen scoren uitstekend in onderwijsonderzoek.





















Het Novaliscollege, een middelbare vrije school met een VWO, HAVO en VMBO G/L stroom heeft in Eindhoven de hoogste cijfers gehaald in het voor de Volkskrant uitgevoerde grootschalige onderzoek van Jaap Dronkers dat begin december 2012 gepubliceerd werd.
De cijfers waren respectievelijk een 9,5 voor VWO, een 10 voor HAVO en een 10 voor VMBO G/L (staat voor gemengde leerweg). Geen enkele andere school in Eindhoven haalt dezelfde hoge scores.

Interessant is vooral de manier waarop de kwaliteit van het onderwijs is gemeten door de onderwijssocioloog Jaap Dronkers van de universiteit in Maastricht.
Dronkers keek verder dan alleen naar eindexamencijfers of de slaagpercentages. Hij vergeleek ook de prestaties van bovenbouwleerlingen met het advies dat de kinderen hadden meegekregen van hun basisschool, die zijn op te vatten als startniveau of basiskwalificatie. Als de prestaties boven het advies uitkomen, krijgt een school bonuspunten.

In een samenvatting die te vinden is op de website (http://static3.volkskrant.nl/static/asset/2012/Dronkerslijstschoolprestaties_901.pdf) staan de scholen met de meeste toegevoegde waarde per soort.






















Deze cijfers zijn dermate bijzonder omdat in het verleden vrije scholen vaak onder vuur lagen en soms zelfs openlijk bekritiseerd werden door de onderwijsinspectie. Het vrije school onderwijs streeft namelijk naar een brede persoonlijkheidsvorming waarbij hoofd, hart en handen van leerlingen aangesproken worden. Dus niet alleen de voorgeschreven examenvakken maar ook via sociale en vooral kunstzinnige activiteiten(zoals handenarbeid, euritmie, muziek, toneel en schoolkampen). Dit staat vaak op gespannen voet met de prestatiemetingen van de inspectie voor het verplichte profielprogramma.



Bij de categorie HAVO vinden we notabene vier vrije scholen in de top tien. Naast het Novaliscollege uit Eindhoven zijn dat het Karel de Grote college uit Nijmegen, de Stichtse Vrije School uit Zeist en de Vrije School Noord-Holland uit Bergen (Noord-Holland). De eerste drie genoemde middelbare vrije scholen vormen samen een juridisch geheel.




















Het Novaliscollege is ook om een andere reden een hele bijzondere school en dan bedoel ik vooral het gebouw dat ruim vijf jaar geleden het meest duurzame schoolgebouw van Eindhoven was. Het gebouw heeft een ondergrondse koude/warmteopslag (als een soort van natuurlijke airconditioning), een grijs water circuit met gebruik van regenwater. Daarnaast is er gebruik gemaakt van veel natuurlijke materialen zoals stro- en leem- stucwerk voor de muren, hergebruikte bakstenen van Limburgse mijnwerkershuisjes, plantaardige natuurlijke verf, vlaswol als isolatiemateriaal en zelfs zonnepanelen op het dak. In het inwendige is veel hout gebruikt om een twee verdiepingen hoog houten skeletbouw te kunnen realiseren. Al met al een kunstzinnig mooi maar ook functioneel én duurzaam gebouw.
In de ontroerendgoed award verkiezing van 2011 was het Novaliscollege nog een van de genomineerde gebouwen in Eindhoven. Uiteindelijk werd het Christiaan Huygens College van RAU architecten de winnaar met ook een zeer duurzaam gebouw.



























Als toenmalig voorzitter en ouderlid van de schoolmedezeggenschapsraad heb ik gedurende bijna vijf jaar meegedraaid in de projectgroep die de bouw heeft voorbereid en uitgevoerd en dat was een leerzame en spannende periode.