dinsdag 25 juni 2013

Digitale Dementie

Onderstaand artikel is in ingekorte vorm ook verschenen in het kwartaalblad Seizoener in het Herst- of Michaëlsnummer van 2013.

Het is voor het eerst op dit weblog gepubliceerd op 25 juni 2013






































\

Vrije Scholen zo gek nog niet!

Digitale dementie is de titel van een net verschenen boek van de Duitse hersenonderzoeker en psychiater Manfred Spitzer. In dit boek, dat momenteel in Duitsland een bestseller is, wordt op basis van 400 verschillende wetenschappelijke onderzoeken aangetoond dat het gebruik van computers en i-Pads bij kinderen in het onderwijs geen onverdeelde zegen is. Sterker nog, Spitzer beweert dat het IQ van kinderen de laatste jaren als gevolg van digitale media, niet meer stijgt maar daalt . Verder dat bij kinderen de nog in ontwikkeling zijnde hersenen, door veelvuldig gebruik van deze digitale schoolmiddelen, beschadigd raken en verschrompelen. Vandaar de huiveringwekkende term digitale dementie.
Recent hersenonderzoek heeft aangetoond dat de hersenen nog uitgroeien tot ongeveer het 26e - 27e jaar. Specifieke hersengebieden, die nodig zijn voor planning en morele afwegingen, komen pas het laatste aan bod. Populair is in dat verband de term Puberbrein, waarmee wordt aangeduid dat jonge hersenen anders zouden functioneren dan die van volwassenen.

Deze actuele aanleiding veroorzaakte bij mij een soort flashback .
Zo moesten wij als kritische ouders van drie jonge kinderen, in de jaren '90 van de vorige eeuw, kiezen voor een geschikte basisschool.
Na meerdere bezoeken en voorlichtingsavonden kozen we uiteindelijk bewust voor een vrije school(in de rest van de wereld Waldorf genoemd) vanwege de spirituele mensvisie en daarnaast het veelomvattende wereld- en maatschappijbeeld. De antroposofie, opgericht door de Oostenrijks-Hongaarse filosoof Rudolf Steiner, stelt dat de mens een geestelijk wezen is dat incarneert op aarde en evolueert door meerdere levens. Een kind maakt in een notendop de hele mensheidsontwikkeling door en dat moet ook in het onderwijs en de leerstof terugkomen.
Leerstof is vooral ontwikkelingsstof. Bovendien is de mens te beschouwen als een drieledig- (denken, voelen en willen) én vierledig wezen met een ik-, astraal-, ether- en fysiek lichaam. Dat betekent dat afwisseling van het onderwijs en het aanspreken van alle wezensdelen bij het kind door middel van cognitieve, sociale, kunstzinnige en fysieke activiteiten van groot belang zijn.

In de daaropvolgende aannamegesprekken werden we als ouders stevig bevraagd over de privé-situatie in het gezin en vooral de omgang met televisie en (toen nog incidenteel) de computer.
Vrije scholen waren toen uitgesproken kritisch en conservatief over deze moderne, elektronische hulpmiddelen, die zo ver mogelijk weg gehouden moesten worden van de kinderen. In de peuter, kleuter- en lagere school was deze apparatuur niet of nauwelijks aanwezig.
Als ouders hadden we daar begrip voor en we hebben hierover later ook meerdere lezingen op de vrije school gevolgd en artikelen gelezen, die deze mening onderschrijven. Zoals in tijdschriften Jonas, Vrije Opvoedkunst en schoolkranten als Lerarenbrieven, Rondom en de Wikkelaar (de laatste twee van vrije Scholen in Eindhoven).
Zo herinner ik mij ook een publicatie van prof.dr. Rainer Patzlaff, het boek De bevroren Blik uit 2005, een bekende media-onderzoeker en pedagoog. Hij waarschuwde voor de verslavingsgevolgen van kinderen achter de computer en televisie.




































In de huiskamers van vele vrijeschoolouders was de televisie daarom overdekt met een stoffen kleedje of opgeborgen in een kast, waardoor het beeldscherm aan het zicht was onttrokken. De televisie ging eventueel alleen ’s avonds aan, nadat de kinderen al naar bed waren. Daartegenover stond dat de kinderen wel in het weekend een video-(kinder)film mochten kijken en dat werd ervaren als een feestelijke gebeurtenis waar de hele week naar werd uitgekeken. Alleen bij bijzondere nieuwsgebeurtenissen zoals een belangrijke voetbalwedstrijd of de successen van Nederlandse sporters op de Olympische Spelen of een natuurfilm werd er wel eens een uitzondering gemaakt. Een groot deel van hun jeugd hebben veel ouders dit restrictieve beleid kunnen handhaven totdat de computer in opmars kwam en computerspelletjes hun intrede deden. Natuurlijk probeerden kinderen ons over te halen en desnoods bij vriendjes of grootouders wel achter de buis te kruipen. Veel later kregen wij, toen de kinderen al volwassen waren, te horen dat ze achteraf gezien wél blij waren met zulke strenge ouders. Ze hebben meer tijd kunnen besteden aan muziek, sport en spelen in de natuur en dat zijn veel gezondere activiteiten.

Het strenge beleid van de school stuitte bij sommige ouders op weerstand en men beschouwde het als ongepaste inmenging in de privésfeer. Lang heeft de vrijeschool geprobeerd de computers, de (voorlichtings-) films en videovoorstellingen buiten de schoolklas te houden.
Onze kinderen waren al in de tienerleeftijd toen de computer echter sterk in opmars kwam en soms op school, maar vooral ook thuis, gebruikt moest gaan worden voor werkstukken en opdrachten.

Teleurgesteld was ik toen de school een rigoureuze ommezwaai maakte en een computerklas ging inrichten. Daarna volgde computerlessen op de basisschool voor de hoogste klassen waar basisvaardigheden zoals typen, tekstopmaak en grafieken tekenen steeds vanzelfsprekender werden. Later kwamen daar de laptops bij die dyslectische kinderen kennelijk nodig hadden, omdat ze niet goed konden schrijven en spellen en met hulpprogramma’s wel verder konden komen.
Op dit moment is er nauwelijks meer een onderscheid te zien tussen vrije en reguliere scholen als het gaat om het gebruik van computers, laptops , de televisie, mobiele telefoons, tablets en I-pads. De aanwezigheid van digiboards(digitale schoolborden) is ook op vrije scholen geen uitzondering meer.

Eind 2012 heeft een landelijk, grootschalig wetenschappelijk onderzoek van de Maastrichtse onderwijssocioloog en hoogleraar Jaap Dronkers middelbare scholen vergeleken op hun schoolprestaties. In de categorie HAVO scoorden vrije scholen extreem goed met vier scholen in de top 10 . Het Novaliscollege te Eindhoven haalde de hoogste cijfers voor HAVO en VMBO van heel Noord-Brabant.
foto:Novaliscollege, dwarsdoorsnede houtskeletbouw

Het bijzondere van het onderzoek van Dronkers is dat niet alleen gekeken is naar de slaagpercentages en gemiddelde cijfers, maar vooral ook naar de verschillen tussen instap- en uitstapniveau van de leerlingen. Dat betekent dat vrije scholen er kennelijk beter in slagen om hun leerlingen meer uit te dagen en meer te laten ontwikkelen. Zou hier ook een positief leereffect van minder digitale hulpmiddelen in naar voren komen??
Feit is wel dat het afgelopen jaar er na jaren van vrijwel stilstand opeens weer nieuwe vrijescholen in oprichting zijn.

Steinerscholen zullen in de toekomst zeker geen volledig digitaal onderwijs gaan ontwikkelen, zoals de nieuwe Steve Jobsscholen, onder andere op initiatief van opiniepeiler Maurice de Hond, dat wel wil gaan realiseren. Artikel 21 van de grondwet gaat over Vrijheid van Onderwijs en geeft ouders de gelegenheid een school met een eigen signatuur en onderwijsvisie op te richten. De overheid heeft deze Steve Jobsscholen inmiddels ook het groene licht gegeven en komend schooljaar 2013/2014 zullen er mogelijk tien van start gaan. In Sneek en Breda in zuivere vorm en een aantal andere scholen zullen overgaan op het O4NT-(onderwijs voor een nieuwe tijd) concept van een volledig digitale leeromgeving.

Daarom komen de waarschuwingen van wetenschapper Spitzer misschien nog op tijd. De zeer ambitieuze plannen en concepten voor een volledige elektronische leeromgeving kunnen op basis hiervan ernstig afgeraden worden.

Offline

Recent heeft een student Journalistiek, Bram van Montfoort, een boek geschreven met de titel:"Een jaar offline". Hij beschrijft daarin zijn ervaringen nadat hij besloten had om een jaar lang geen smartphone en iPad en dus geen internet meer te gaan gebruiken. Hij merkte dat hij al vrij verslaafd begon te raken door deze technische hulpmiddelen, die dagelijks op 5 a 6 uur van zijn tijd beslag legden.
Zonder internet ging hij weer gewoon handgeschreven brieven versturen en alleen vrienden bellen via een vaste telefoon. Tijdens het jaar werd hij rustiger, nadenkender en besteedde hij meer echte contacttijd aan familie en vrienden.Zijn leven heeft daardoor meer diepgang gekregen en rust. Na dat jaar is hij wel weer internet gaan gebruiken maar duidelijk veel beperkter en vooral zonder Twitter.


We weten al een tijd uit verschillende onderzoeken dat elektromagnetische straling van hoogspanningsmasten, mobiele telefoons, digitale UMTS-zendmasten en draadloze wifinetwerken schadelijk zijn en mogelijk een verhoogde kans op kanker opleveren.
Spitzer noemt nog andere gevaren Zo zou deze elektronica voor kinderen eigenlijk een vorm van kindermishandeling zijn. Net als bij het gebruik van alcohol zou ook elektronische apparatuur een duidelijk leesbare sticker en bijsluiter moeten krijgen: “Gevaarlijk voor de kindergezondheid”!
Niet alleen het te meten IQ gaat achteruit, maar de digitale media leiden ook tot ernstige aandoeningen als spraak- en leerproblemen, aandachtsstoornissen, stress en depressie, risico op verslaving en slechte schoolprestaties en vandaar de angstaanjagende term digitale dementie.
Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, is daarom mijn motto.

dinsdag 6 november 2012

Coöperaties in het Onderwijs

Dit artikel is voor het eerst gepubliceerd op dit weblog op 6 november 2012


Lerarencoöperatie: een nieuw fenomeen.
























Het Eerste Coöperatief Werkverband Primair Onderwijs (2009) en het Eerste Coöperatief Werkgeversverband van scholen in Voortgezet Onderwijs (vanaf 2003) zijn vrij jonge rechtspersonen met als bijzondere samenwerkingsvorm de coöperatie.
Bij de tweede organisatie zijn inmiddels zo’n 40 scholen uit het voortgezet onderwijs aangesloten, samen met zo’n 49.000 leerlingen. Het betreft veelal kleinere zelfstandige scholen van de categorie bijzondere scholen zoals Montessori-, Vrije Scholen en categorale Gymnasia of Lycea.
Zo maken de Stichting Vrije Scholen Zuidwest-Nederland, Stichting De Vrije Scholen Noord- en Oost Nederland, Stichting scholengemeenschap voor voortgezet vrije school onderwijs Midden- en Zuid-Oost Nederland en Stichting Vrije School Voortgezet Onderwijs Noord Holland allemaal deel uit van de Coöperatie VO. Deze Scholen horen ook bij de koepelorganisatie van Vereniging van Bijzondere Scholen (VBS).
De vergelijkbare organisatie in het primair onderwijs bestaat uit zo’n 25 kleine schoolbesturen met samen 13.000 leerlingen.


Het grote voordeel van een coöperatie is dat het een democratische rechtspersoon is en dat garandeert inspraak en medezeggenschap, bijvoorbeeld in de VO-Raad.
De leden(scholen) zijn via de algemene ledenraad het hoogste bevoegd gezag (zeg maar de baas) en kiezen en benoemen het coöperatiebestuur. Het gaat om maximale samenwerking en belangenbehartiging maar met behoud van zelfstandigheid. Het bestuur zorgt voor binding en beleid namens de aangesloten leden. Het bestuur vertegenwoordigt ook de scholen en treedt als gezicht naar buiten.

Dit voorbeeld is inmiddels ook overgenomen op schoolniveau. Zo is er een Vrije School in Utrecht uit het primair onderwijs dat zich in 2006 van een Stichting heeft omgevormd naar een Coöperatie. Dit alles met de bedoeling om een belangrijk principe in praktijk te brengen, namelijk het concept van Lerarenzelfbestuur en de Mandatenorganisatie. Uitgangspunt daarbij is dat Leraren autonoom moeten kunnen zijn en samen het algemeen bestuur en beleid moeten vormgeven. Niet de overheid of de ouders moeten het wettelijk, bevoegd gezag zijn maar leraren zelf. Het gaat in dit geval om een coöperatie van natuurlijke personen, die samen een bestuur kiezen.

Zelfsturing en zelforganisatie zijn onderwerpen die steeds belangrijker lijken te worden in het maatschappelijke veld (civil society). Stichting Zelforganisatie is daar een sprekend voorbeeld van.


Dit soort organisatie ontstaan zonder een vorm van centrale regie, maar “bottom-up”. Zelforganiserende systemen kenmerken zich door adaptiviteit en flexibiliteit. Zelforganisatie is een proces dat in de natuur maar ook in de samenleving voorkomt waarbij in een chaotisch systeem spontane structuren ontstaan die steeds complexere vormen kunnen aannemen. In de media kunnen we er begin november meer over horen omdat 7 november 2012 is uitgeroepen tot Nationale Dag van de Zelforganisatie.


Zie: http://www.cooperatiepo.nl/home/
http://www.cooperatievo.nl/home/
www.vrijeschoolutrecht.nl/2012/07/31/lerarencooperatie/
www.z11org.nl/

dinsdag 9 oktober 2012

Onderwijs als kunst.

Dit artikel is voor het eerst gepubliceerd 
op dit weblog op 9 oktober 2012




Boekbespreking: Onderwijs en de kunst van het lesgeven.
Uitgeverij: SWP te Amsterdam
Auteur : Jan Klaasen
Uitgegeven: 2012

Dit boek is een bijkomend resultaat van het project “Onderwijs=Kunst“, dat startte in 2006 en werd geïnitieerd door drie oud-rectoren van een middelbare school in de regio Eindhoven. Teun Abbenhuis, Paul van der Grinten en Bert Ramakers begonnen “dit initiatief als een zoektocht naar de kern van het onderwijs en de identiteit van het lerarenberoep” . Het leidde tot een symposium op het Eindhovense stadhuis in oktober 2008 waar de eerste publicatie “Ooghoogte” werd gelanceerd en aangeboden aan de voormalige vice-president van de Raad van State Tjeenk Willink. Later zijn er nog drie publicaties verschenen in deze reeks alsook de documentaire “Magisch moment”.
Een afrondend symposium “Onderwijs=Kunst” was 19 november 2012, opnieuw in de raadszaal van het Eindhovense gemeentehuis. Daar zijn de laatste twee delen (5 en 6) van Ooghoogte aangeboden.

Jan Klaasen was een van de deskundigen waarmee de voormalige rectoren in gesprek gingen. Toch vond hij het nodig zijn persoonlijke ideeën over de huidige staat van het onderwijs in een boekvorm te gieten. Op basis van zijn jarenlange onderwijservaring en onderwijsvisie houdt Klaasen een pleidooi voor de vrijheid van onderwijs, de professionele autonomie van de leraar én de zelforganisatie van de onderwijsinstelling.
Schrijver Klaasen, zelf oud-leerkracht Geschiedenis aan de Vrije School Brabant (inmiddels Novaliscollege geheten), probeert de complexiteit van de onderwijssituatie te beschrijven. Hij maakt duidelijk dat alle kwaliteiten en ervaring van een persoon nodig zijn om de voorwaarden te creëren voor een gezond leerproces. Er is geen simpel aan te leren didactisch model of pedagogische aanpak met een gegarandeerd succes of goed onderwijsresultaat.

In een artikel in het Eindhovens Dagblad van 8 oktober jl. wordt Klaasen met vette letters geciteerd:” Een scholier is geen Big Mac en
standaard onderwijs voor standaard leerlingen zal maar heel beperkt werken.
De uitval en het aantal leerlingen met bijzondere stoornissen of ziektebeelden (Dyslexie, Dyscalculie, ADHD, Autisme, MBD) neemt alsmaar toe. Leerlingen moeten maar zelfstandig aan de slag met opdrachten en de docent is bijna overbodig geworden of beperkt in de rol van tutor, mentor, coach of studieloopbaanbegeleider. Het klassikale lesgeven is “uit” en wordt als ouderwets bestempeld. Inspiratie overbrengen of enthousiasme voor een mooi vak wordt daarmee heel moeilijk . Het puberbrein heeft echter juist die sturing en input nodig van een wijs en vakbekwaam iemand. Of zoals Klaasen zelf aangeeft: “De filosofie van het zelfstandig leren schiet ernstig tekort”

Lesgeven is ware kunst in die zin dat het een voortdurend proberen is om een vertrouwensband te creëren met de leerling(en) en dat vereist behalve intuïtie ook veel ervaring om een leerling te begrijpen en precies aan te voelen welke aanpak gepast is. Dan bestaat er een kans dat er een klik ontstaat en het bekende kwartje valt. Klaasen maakt duidelijk dat het vak van leraar geen gemakkelijk te leren vak is. Naast levenservaring en een sterke persoonlijkheid heeft een goede leraar ook veel vakkennis nodig en beschikt hij/zij over kunstzinnige vaardigheden.
“Geen onderwijssituatie is dezelfde, elke situatie is eenmalig en dus steeds weer anders”. Het oog en oor van de meester zijn broodnodig om het juiste te doen. Klaasen komt daarmee tot de stelling: “Onderwijs is een kunstzinnige activiteit omdat het gaat om geïnspireerd denken en handelen”!
“Wat er in een onderwijssetting gebeurt is niet te manipuleren of van buitenaf te sturen”. Er is volgens Klaasen geen direct verband tussen onderwijsinspanningen en het onderwijsresultaat, al gaan overheid en onderwijsinspectie daar wel nog steeds van uit. Politici, ambtenaren, schoolbestuurders, raden van toezicht, onderwijskundigen, inspecteurs en ontelbare vertegenwoordigers van onderwijsoverlegorganen mengen zich allemaal in het onderwijsdebat en de –praktijk zonder dat zij “het monopolie van de ervaring hebben”.
In de kunstsector zou iedereen het belachelijke ervan direct inzien.

Een goede leraar beschikt over “een wonderlijk mengsel van talent, inzet, ervaring, kennis, creativiteit en idealisme”. Die zijn nu eenmaal individueel van aard en aan personen gebonden en dus moeilijk aan te leren via een opleiding.
Een andere belangrijke constatering van Klaasen is, dat in het onderwijsdomein de leraar zowel wetgever, rechtshandhaver als rechter is. Al deze rollen goed combineren is al een kunst op zich.
Klaasen pleit voor vrijheid van onderwijs in de meest brede zin van het woord zonder deze in een abstracte formulering te beschrijven in zijn boek. De auteur laat zien goed op de hoogte te zijn van de actuele ontwikkelingen van competentie-onderwijs, prestatieafspraken in het onderwijs etc. zonder daar veel vertrouwen in te hebben. Integendeel. Het roer moet radicaal om !.

Klaasen stelt dat we naast een economische of financiële crisis ook in een ernstige onderwijscrisis verkeren.
Naar het verleden kijkend vanaf Aristoteles, Socrates tot Steiner en Humboldt is Onderwijs altijd kunst geweest, maar “blijkbaar is er een impliciet weten verloren gegaan”. De wetenschappelijke benadering blijkt ernstig tekort te schieten.
In het boek komen in het eerste deel onderwijs en opvoeding aan bod en in het tweede deel een antropologische verkenning. Belangrijke inspiratiebronnen waren voor Klaasen de fenomenologische school (Buitendijk, Strasser, Van den Berg, Kwant etc.) , de geesteswetenschap van Rudolf Steiner en het oevre van Cornelus Verhoeven.

Zonder empirische bewijzen probeert Klaasen de lezer met gezonde, heldere logica te overtuigen. Een nadeel van het boek is het ontbreken van enige illustraties of schema’s en verder is de inhoudsopgave ook niet echt verhelderend. Een aanzet voor een pedagogische antropologie zal niet veel mensen aanspreken. De heer Klaasen is wel bescheiden en stelt geen “uitgewerkte voorstellen te hebben, maar alleen aanknopingspunten”.

Oud-Vrije Schoolleerkracht Jan Klaasen heeft in mijn leven een belangrijke rol gespeeld. Hij was ooit spreker op de Technische Universiteit te Eindhoven in een door studium generale georganiseerde thema-avond over geestelijke stromingen. Hij introduceerde daar de antroposofie bij een groep belangstellenden, terwijl anderen meer belangstelling hadden voor oosterse stromingen zoals van goeroe Baghwan.
Later heeft Klaasen ook lessen antroposofie gegeven (o.a. over 12 zintuigen) in de nascholingscursus voor Vrije Schoolleerkrachten en belangstellende ouders waar ik ook deelnemer was. Om die reden ben ik Jan Klaasen dankbaar omdat ik via hem de antroposofie heb leren kennen.

Het boek Onderwijs en de kunst van het lesgeven is een aanrader voor onderwijsadepten die vol overtuiging pleiten voor iets anders, zoals we dat ook van de leden van Beter Onderwijs Nederland kennen.

dinsdag 10 juli 2012

Vrijescholen en Sociale Driegeleding

Onderstaand artikel zal geplaatst worden in het Michaelsnummer Okt. 2012 van de Lerarenbrieven

Ingezonden reactie op drieluik “Waardebetrokken Handelen” van A. Sijens.

Dit artikel is voor het eerst gepubliceerd op dit weblog op 10 juli 2012

Als echtgenoot van een vrijeschoolleerkracht, medeoprichter van een vrijebasisschool, oud-bestuurslid en voorzitter van een vrijeschool-medezeggenschapsraad en lid van de projectgroep voor Nieuwbouw Novaliscollege te Eindhoven, ben ik al jaren geïnteresseerd in de ontwikkeling van vrijescholen en lees ik ook meestal de Lerarenbrieven.
De sociale driegeleding heeft daarin altijd mijn bijzondere aandacht gehad en na jarenlange studie heb ik ook een theoretische bijdrage willen leveren door het laten verschijnen van een boek, Trias Politica Ethica.

Vandaar dat ik de artikelen van mevr. A. Sijens met grote belangstelling heb gelezen, ook omdat ik haar nog ken uit de tijd dat zij als organisatieadviseur was ingehuurd door het Novaliscollege (of diens rechtsvoorganger de Vrije School Brabant).
Na lezing van het artikel was ik echter zeer verbaasd over de wijze waarop het gedachtengoed van de sociale driegeleding wordt uitgelegd en gehanteerd, en vandaar deze reactie.

De Vrije Schoolbeweging en de Sociale Driegeledingsbeweging hebben al decennialang een moeizame relatie gehad zoals ook heel duidelijk is gemaakt in het boek van Dieter Brüll Vrije School en sociale driegeleding uit 2001 (uitgeverij Nearchus).
Vrijescholen zien vaak het belang van sociale driegeleding in hun eigen organisatie niet in, met als gevolg, zoals Dieter Brüll het formuleert: “Zonder vorm is de geest werkloos”.

Rudolf Steiner heeft de sociale driegeleding beschreven in 1919 en uitgelegd als ideale maatschappijvorm. De essentie is een driegelede macro-sociale visie waarbij een rechtsleven onderscheiden dient te worden van een economisch en geestesleven. In ieder van de drie geledingen gelden kernwaarden. Bij het geestesleven de vrijheid, bij het rechtsleven de gelijkheid en bij het economisch leven de broederschap of solidariteit.
Binnen de driegeledingsbeweging is er een kleine groep met als belangrijkste boegbeelden Dieter Brüll, Mouringh Boeke en John Hogervorst, die stellen dat de sociale driegeleding ook op mesoniveau (dus in organisaties en instituties) kan worden toegepast. Het gaat er dus om rechtsvragen te onderscheiden van economische opgaven en geestelijke idealen. Die verschillende vragen zouden in verschillende structuren of organen besproken moeten worden vanuit de bijbehorende principes. Dat is de essentie en ook terug te lezen in het prachtige boek "De sociale impuls van de antroposofie" van Dieter Brüll.

Nu naar de kern van mijn bezwaren tegen de artikelen van Mevr. Sijens. Zij is kennelijk onvoldoende op de hoogte wat de sociale driegeleding, zoals bedoeld en beschreven door Rudolf Steiner, betekent. De sociale driegeleding is zelfs op te vatten als maatschappijwetenschap die voldoet aan de hoogste academische eisen (zie ook de promotie van Christward Dieterman getiteld "Trias Ethica" Universiteit Leiden, 23 oktober 2007). Naar mijn mening kun je de sociale driegeleding dus niet zomaar willekeurig gebruiken zoals Mevr. Sijens doet.

Zo suggereert zij dat er "een samenhang is tussen de basale waarden veiligheid, vertrou-wen en vitaliteit en de drie geledingen van het sociale leven". Rudolf Steiner heeft inderdaad basale waarden van vrijheid, gelijkheid en broederschap gekoppeld aan de verschillende sociale of maatschappelijke geledingen.
Mevr. Sijens vervangt deze waarden nu door geheel andere waarden, hetgeen zeer verwarrend is. Iets vergelijkbaars doet Mevr. Sijens daar waar ze “de drieledigheid van de mens (denken, voelen en willen) in iedere geleding gaat plaatsen”. Ze maakt totaal niet duidelijk waarom het zinvol is om in iedere geleding het denken, voelen en willen te onderscheiden.

Rudolf Steiner heeft wel geschreven dat hij het idee van de maatschappelijke of sociale driegeleding ontleend heeft aan het concept van de drieledigheid van de mens, maar dat is totaal iets anders dan dat er een samenhang is tussen de drieledigheid van denken, voelen en willen of handelen en sociale driegeleding.
Een citaat: “Het geestesleven wordt zichtbaar in de professionaliteit van de medewerkers en de cultuur die zij met elkaar scheppen. Een veilig leer- en werkklimaat schept daarvoor de basis” en dus is veiligheid volgens Sijens een basale waarde!?? Natuurlijk is veiligheid een basale waarde voor een mens, in een organisatie en ook samenleving, maar niet speciaal of alleen voor het geestesleven!! De Amerikaanse psycholoog Maslow heeft dat al een eeuw geleden beschreven (piramide van Maslow).
Het gaat hier dus niet alleen om een semantisch verschil tussen kern- of basiswaarde en basale waarde.

Volgens Mevr. Sijens hangt “het economisch leven samen met de relatie van de school met de zich ontwikkelende markt”. Volgens Dieter Brüll gaat het bij het economisch leven om het bevredigen van behoeften en gaat het om het beheren van economische, schaarse goederen en dat moet je zo economisch (efficiënt en effectief) mogelijk doen. Dat is dus veel breder dan alleen de marketingfunctie die Sijens noemt.

Het is voor mij nog enigszins te begrijpen dat in het geestesleven de zielenkwaliteit ‘denken’ omschreven kan worden als kennis, maar waarom in het rechtsleven als bevrijding en in het economisch leven als i>herhaling?? De manier waarop mevr. Sijens begrippen hanteert en in verband brengt met andere antroposofische concepten, draagt helaas niet bij aan een beter inzicht. Juist dat laatste is volgens mij noodzakelijk om in vrijescholen de sociale driegeleding tot leven te brengen !
P.S. Voor degenen die niet genoeg hebben aan de kennis uit de eerder genoemde boeken, is er ook de opleiding Sociale Driegeleding "Impuls", die jaarlijks wordt gegeven door John Hogervorst en anderen bij cursuscentrum De Zonneboom in Leiden.

donderdag 31 maart 2011

Bonussen en Toelagen


Creatief boekhouden met Salarissen,





Dit artikel is voor het eerst gepubliceerd op dit weblog 31 maart 2011

In het bedrijfsleven is het een veel voorkomend verschijnsel om de hoogste bazen veel financiële extra’s te geven. Zo kreeg de topman van Unilever Jean-Marc Huët vorig jaar een bijzondere vergoeding van €930.000 om een huis in Nederland te kunnen kopen. Een gewone werknemer mag blij zijn als hij eenmalig een verhuisvergoeding krijgt of een goede reiskostenregeling. Een mooi extraatje van de Raad van Commissarissen van Unilever zeker als je bedenkt dat het bijna 2 keer zoveel is al het vaste salaris. Al eerder kreeg deze man een tekenbonus van €3,6 miljoen om hem over te halen naar Unilever te komen. Voor een concern met een omzet van €44,3 miljard en een netto winst van €4,6 miljard zijn dat maar minimale kosten.

In semi-publieke sectoren die veelal met overheidsgeld gefinancierd worden zien we echter vergelijkbare zaken. Zo is het nieuwe D’66 Kamerlid Magda Berndsen in opspraak geraakt omdat zij in haar vorige baan als korpschef in Friesland onrechtmatige vergoedingen heeft gekregen. Boven op het vaste salaris van €90.000 ruim €60.000 aan toelagen zoals een compensatie voor belastingen (€11.443), een huurvergoeding (€9.156) en een persoonlijke toelage (€13.711) die niet in overeenstemming zijn met de wettelijke regelingen. Een korpschef mag maximaal een ministerssalaris krijgen van €139.825. Dit is extra pijnlijk omdat het hele politiekorps in Friesland in de financiële problemen zit. Zeker als je ook laat meetellen dat de politie de naleving van wetten moet controleren en burgers moet beboeten bij overtredingen. Deze voorbeeldfunctie geldt kennelijk niet voor de korpschef.
Dankzij een onderzoek van de Rijksauditdienst zijn de gegevens van 70 korpschefs en plaatsvervangers nu bekend geworden. Bij 24 gevallen waren afwijkingen geconstateerd!

Een ander voorbeeld speelt zich af in het Rotterdamse Havenbedrijf waar Hans Smits als president-directeur in 2010 een vast salaris kreeg van €329.000 en een bonus van bijna €33.000. Na een onderzoek van adviesbureau Hay in opdracht van de president-commissaris Ad Scheepbouwer zou een herijking moeten plaatsvinden en het salaris nog eens met 15% moeten stijgen. Dat vonden de aandeelhouders (de staat en de gemeente Rotterdam) echter geen goed idee. Het gevolg is dat Scheephouwer nu is afgetreden. Op de begrijpelijke maar ook dubieuze rol van bureau Hay kom ik later nog terug.

De hulporganisatie SNV lag vorig jaar ook al onder vuur omdat de twee directeuren veel te hoge salarissen kregen, waar je juist soberheid zou verwachten omdat het internationaal aan armoedebestrijding doet. Pas na flinke druk van de Tweede Kamer en staatssecretaris Knapen heeft men de salarissen aangepast, terwijl commissaris Lodewijk de Waal (oud-vakbondsbestuurder) de hoge salarissen nog had proberen te verdedigen.Nu is er weer kritiek op deze organisatie vanwege beschuldigingen van vriendjespolitiek en zijn directeur Elsen en voorzitter van de Raad van Toezicht Lodewijk de Waal opgestapt.

Ook bij de PvdA heeft men nu een probleem. André Postema die op de verkiezingslijst staat voor een Senaatszetel was eerder bestuurder bij de Universiteit van Maastricht en verdiende daar in 2009 €204.858 en dat is meer dan de toegestane Balkenendenorm van €181.000.Desondanks heeft de PvdA-top deze vergoeding toch weer recht gepraat.

Nog schrijnender zijn de voorbeelden in de basisonderwijs. Daar is men na fusies in veel gevallen overgestapt op een ander bestuursmodel. Dus geen directeuren meer, maar Colleges van Bestuur en Raden van Toezicht. Daarmee zijn ook de salarissen en toelagen flink gestegen. Zo heeft een onderzoek van de Algemene Onderwijsbond (AOb) aangetoond dat er voorbeelden zijn van bestuurders in het basisonderwijs met vergoedingen tot ruim €186.000 over 2009 aan werkgeverslasten. In 2010 zijn er nieuwe regels gekomen voor het basisonderwijs waardoor ook bestuurders onder de CAO-po moeten vallen. De hoogste schaal is daar 14 en dat is €5.713/ mnd. De Raden van Toezicht geven aan dat zijn voor een dergelijk salaris geen goede bestuurders meer vinden en gaan dus “shoppen”!
Zo krijgen de bestuurders van een aantal basisscholen wel een CAO salaris maar dan wel schaal 16 of 17 die geldt voor bestuurders in het voortgezet onderwijs?!
Raden van Toezicht moeten het bestuur aanstellen en controleren en ook de salarissen goedkeuren. Een lastig karwei voor dergelijke deeltijdfunctionarissen want je wilt de relatie met het bestuur niet op het spel zetten. Dus maakt men graag gebruik van de onafhankelijke kennis van adviesbureau Hay, gespecialiseerd in beloningsvraagstukken.
Dit commerciële maar onafhankelijke bureau zal de opdrachtgever niet graag teleurstellen en dus is de uitkomst meestal voorspelbaar. De meeste adviezen luiden dat er “een herijking” moet plaatsvinden, oftewel er moet flink wat salaris bij!
Het bestuur kan zich verschuilen achter de Raad van Toezicht en die verwijst naar het deskundige, externe advies van Hay. Goed geregeld dus! Dan is iedereen weer blij, behalve de overheid en het onderwijsveld zelf.
Gemeenschapsgeld is nodig om goed onderwijs mogelijk te maken en andere publieke taken te laten uitvoeren die de hele bevolking ten goede komen. Bestuurders zouden zich meer gewetensvol moeten gedragen en vooral moeten kijken naar het algemeen belang!

donderdag 27 januari 2011

Prominente antroposoof overleden



In memoriam Prof. Mr. Jan Vis (1933-2011)






“Wie jou in volle levenskracht
in je waarde kon herkennen
hem werd door jou geopenbaard
hoe milde kracht en waarheidszin
uit harte- en uit zielegrond
in de mens gestalte krijgen
“
R.Steiner

Voor het eerst gepubliceerd op dit weblog 27 januari 2011

Deze tekst stond boven de overlijdensadvertentie die de familie van Jan Vis in het NRC liet plaatsen op 26 januari 2011 jongstleden.
Veel mensen kennen Jan Vis als emeritus hoogleraar Staatsrecht aan de faculteit voor Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit te Groningen waar hij tot 1995 actief is geweest en ook een aantal jaren als decaan. Nog meer bekendheid heeft hij gehad als prominent lid van D’66 al vanaf het eerste uur van die partij. Namens die partij was hij ook jarenlang 1e Kamerlid en fractievoorzitter in die Raad. Daarna is Jan Vis benoemd als lid van de Raad van State. Jan Vis heeft ook een rol gespeeld als mede-informateur bij de totstandkoming van het eerste paarse kabinet Kok in 1994.

Veel minder bekend is dat hij vooral geïnspireerd is geweest door de antroposofie en ook veel bestuurlijk werk heeft verricht voor een groot aantal antroposofische initiatieven. Zo was Jan Vis van 1995 tot 2006 lid van de Raad van Commissarissen van de Triodos Bank en later ook nog als adviseur voor deze bank. Daarnaast is hij ook bestuurslid geweest bij Dialoog, de Stichting ter bevordering van Dynamische Oordeelsvorming dat opgericht is door Lex Bos. Verder was hij ook lid van de Raad van Toezicht van de Arta-Lievegoedgroep. En een tijd lang was hij ook voorzitter van de Vereniging Vrije School te Groningen tot 1994 en lid van het curatorium van de Vrije Hogeschool te Driebergen tot 1991.

Jan Vis was de zoon van Dirk Vis, kunstschilder en later directeur van de Rietveld Academie te Amsterdam en zijn moeder was drs. G. Britzel. Jan Vis heeft de vrije basisschool gevolgd in Bergen gedurende de oorlogsjaren 1940-1945. Zijn middelbare schoolperiode heeft hij doorlopen op het gymnasium in Alkmaar, gevolgd door een journalistenopleiding aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam.
Na een jarenlange journalistieke carrière met als hoogtepunt politiek redacteur bij NRC Handelsblad (tot 1973), kreeg zijn levensloop een andere wending.
Na een avondstudie Rechten te Rotterdam (1967-1971) ging hij de wetenschap in.
Kort daarna werd hij ondanks protesten van de minister, omdat hij niet gepromoveerd was, toch benoemd eerst als lector en later als hoogleraar in Groningen.

Van zijn hand zijn meerdere publicaties verschenen zonder dat ze meteen zijn antroposofische achtergrond verraden.
- Parlement en Politiek (1977 samen met J. van den Berg)
- Rechtsstaat en Verzorgingsstaat (1978)
- De ontbinding van het parlement (1987)
- Verdelen en heersen (1995)

Hij moet een zeer gedreven en energieke man zijn geweest, die zoveel wetenschap-pelijke, politieke en bestuurlijke activiteiten wist te combineren op zo’n breed maatschappelijk gebied. Het plotselinge overlijden is voor zijn familie een groot verlies, maar ook voor de antroposofie en de werkgebieden een enorme aderlating. Toch mogen we dankbaar zijn voor het vele opbouw- en ontwikkelingswerk dat hij heeft verricht .
Kenmerkend voor zijn denken was de uitspraak “dat de politiek overgenomen was door economen, maar dat de cultuur steeds belangrijker wordt.” In zijn beknoptheid wel een teken dat hij leefde vanuit de geest van de Sociale Driegeleding.

donderdag 9 december 2010

Vrijheid van Onderwijs

Onderstaand artikel is ook verschenen op de SP-website, afdeling Eindhoven in de rubriek nieuws vanaf 10 december 2010

Adviezen voor verhoging van de Onderwijskwaliteit.

Deze week zijn er weer nieuwe plannen bekend gemaakt door minister Marja van Bijsterveldt voor de middelbare scholen. In plaats van de vier profielen gaan we misschien weer terug naar het vroegere Alfa- en Bètaprofiel. De minister moet haar plannen nog uitwerken en daarna voor advies voorleggen aan de Onderwijsraad en Raad van State. Dus gaat er nog zeker enige jaren overheen voordat deze onderwijsveranderingen ingevoerd worden.
Vrijwel tegelijkertijd zijn nu ook de resultaten bekend geworden van het nieuwe PISA onderwijsonderzoek in 65 landen. Daarbij wordt bij 15- jarige scholieren het kennisniveau gemeten voor leesvaardigheid en de vakken wiskunde en natuurwetenschappen. Nederland is nu gezakt naar een 10e plaats, terwijl de regering graag met Nederland wil uitkomen bij de top 5.


De vraag is of de voorgestelde veranderingen daaraan zullen bijdragen.
Sinds de resultaten van de parlementaire commissie Dijsselbloem bekend zijn, streeft men ernaar om alleen nog wijzigingen in het onderwijs door te voeren als deze “evidence based” zijn. In de praktijk moet eerst bewezen zijn dat de resultaten erdoor verbeteren.

Interessant in dit verband zijn juist deze PISA onderzoeken. Daaruit blijkt al jaren dat Finland er in positieve zin steeds uitspringt. Ook in het nieuwste onderzoek heeft Finland de hoogste score van alle Europese landen. Bij leesvaardigheid staan ze op de 3e plaats na China en Korea. Bij natuurwetenschappen op de 2e plaats na China.
Verrast door deze (en ook eerdere scores) zijn inmiddels veel onderzoekers en ambtenaren van het ministerie van Onderwijs gaan kijken in Finland. Wat doen zij anders en/of beter?

Vergeleken met Nederland hebben Finse leerlingen minder lessen en zijn de klassen kleiner. Nog belangrijker is de hogere opleidingsgraad en status van leraren in Finland. Het belangrijkste echter is het feit dat de Finse regering ooit de moed heeft gehad om centrale verplichte examens helemaal af te schaffen! De scholen hebben daarmee de volledige vrijheid terug gekregen. De overheid stelt alleen minimumeisen aan de hoeveelheid lesuren per leeftijdsgroep en het opleidingsniveau van de leerkracht. Deze moeten een universitaire opleiding hebben alvorens voor de klas te mogen staan.

Dus anders dan het voorstel van de VVD om hogere en zwaardere profiel- en vak-eisen te stellen, meer verplichte examens (ook al in de onderbouw) af te nemen moeten we dat juist niet doen.

Het onderwijs wordt in het ideale geval weer teruggegeven aan competente leraren die het beste weten hoe en welke de stof ze moeten overdragen. Het vertrouwen over de kwaliteit is terug waar het hoort, namelijk in de relatie tussen leerkracht, ouder en leerling.

Een klein stapje in de goede richting is het in najaar 2019 gedane voorstel om lagere en middelbare scholen de vrijheid te geven om 30% van de lessen naar eigen inzicht in te vullen. Nu is het lesaanbod grotendeels dichtgetimmerd door het landelijk voorgeschreven lespakket. Het nieuwe lespakket moet in schooljaar 2023-2024 overal zijn ingevoerd. Zo krijgen leerkrachten en docenten toch een beetje de ruimte om naar eigen inzicht te handelen. Een aardig begin of toch nog steeds teveel overheidsbemoeienis?

De overheid moet zich niet moeten bemoeien met het onderwijs en de ontwikkeling van het kind tot een zelfstandige, evenwichtige, volwassen mens en verantwoordelijke burger moet voorop staan en niet de onderwijsdoelen die aansluiten op de vraag van de samenleving, de arbeidsmarkt en het onderwijs zelf !
Bijkomend voordeel is dat we het hele ministerie van Onderwijs kunnen opheffen en dat scholen gevrijwaard zijn van veel bureaucratische rompslomp. Met dat vrijgekomen geld kunnen we dan ook leerkrachten beter belonen, waardoor het aanzien van het beroep verbetert.